Experiment ter zee

Nadat ik me ervan had vergewist dat niemand me bespiedde, begon ik de gebruiksaanwijzing te lezen. Ik heb moedige mannen van minder kippevel zien krijgen. Doe altijd eerst dit en dan dat en nimmer eerst dat en dan dit!! Blijf tot iedere prijs uit de buurt van mensen!! Gebruik het nooit zonder de vereiste kleding! Zo ging het nog even door en dat in drie talen. Ik bekeek het ding nog eens goed. Aan de achterkant stak er een vervaarlijke pijp uit en voor de rest leek het alsof het bij de geringste aanraking weg zou springen. Ik moet toegeven dat ik er door was geimponeerd maar dat, naarmate ik de kennismaking voortzette, dit gevoel plaatsmaakte voor een klem van angst. Ik had toen ik er vorig jaar voor het eerst een zag er al meteen een hekel aan gekregen. Die veranderde nu in vijandschap. Hoe langer ik er naar keek, des te minder was ik geneigd me klein te laten krijgen. Toen de baas van het spul eindelijk verscheen, had ik voor ik het wist de knoop doorgehakt, op een van de ondingen gewezen en ' Die!' gezegd.

Ik heb het over een 'waterscooter', in dit geval een Yamaha Jet 500 T die je aan het strand voor 120 francs per kwartier kunt huren. Voor wie er nooit een heeft gezien: het is een bootje waar je niet in maar op zit, en het heeft een zadel en het stuur van een motorfiets en het maakt ook zo'n soort lawaai, en daarbij gaat het hard, misschien wel 50 kilometer per uur. Op het water, dichtbij het strand, is dat een waanzinnige snelheid omdat de gemiddelde zwemmer in de schoolslag 2 kilometer per uur aflegt en daarbij minder wendbaar is dan de voetganger. Probeert u zich maar eens in het bad snel om te draaien. De strijd tussen de zwemmer en de waterscooteraar een belachelijk eufemisme is dus nog veel ongelijker dan die tussen de voetganger en een bromfiets of een auto of wat je wilt.

De man wees me de geheimen van de bediening het heeft de moeilijkheidsgraad van een botsautootje ik kreeg een zwemvest, sprong dwars door de branding in het zadel en koos het ruime sop. Een andere keus was er niet.

Het was vroeg, de zee was spiegelglad en de lucht nog niet aangetast door een overmaat aan zon. Hier en daar dobberden een paar meeuwen, dat was alles wat ik voor de boeg had, behalve dan de horizon. Nee, liever gezegd, de einder die nog in blauwgrijze ochtendnevel vaagde. Dit poetische werkwoord heb ik op de Yamaha Jet 500 T verzonnen. Oh dacht ik. Nu verder! Want daar krijg je in zo'n toestand zin in.

Bijtijds uit m'n vervoering ontwakend, herinnerde ik me dat ik hem bij vooruitbetaling maar voor een kwartier had gehuurd. Ik was al vijf minuten op weg naar het einde van de wereld, dat betekende: vijf minuten terug en dus nog vijf minuten voor experimenten. Experimenteren is een ander woord voor: rauzen.

Wat valt er op de Yamaha enzovoort te rauzen? Kort voor ik naar deze buurt vertrok had ik op de televisie een filmpje gezien dat de lof van de waterscooter bezingt. Een dozijn adolescenten, het alfabet nog niet onder de knie hebbend, verklaart de charmes van het vaartuig. Niet te verstaan. Dan laat de omroep zien wat ze bedoelen. Ze maken bochten. Volgas de bocht in. Het leek me een goed voorbeeld. Ik keek nog even of er geen mensen in de buurt waren en daarna heb ik met steeds voller gas bochten zitten maken.

Laat ik het maar meteen zeggen: het is buitengewoon stom werk. Nee, het is flauwekul. Natuurlijk: hoe meer gas, des te wijder de bocht. Hou je stuur nu zo krom mogelijk hoe zeg je dat. Probeer een compromis te vinden tussen de scherpst mogelijke bocht en de hoogste snelheid, en voor je het weet ben je aan het rauzen. Doe je dat door een cirkel te maken, dan kom je al vlug terecht in je eigen uitlaatgas dat op zee harder stinkt dan te land.

Misschien een andere kick: zig-zag en dan toch min of meer in een cirkel waardoor je je eigen boeggolf tegenkomt. Dat geeft een sensatie alsof je in een auto met afgedankte schokbrekers door een karrespoor rijdt. Nog iets anders: vol gas, dan minder gas en een bocht van 180 graden, je eigen boeggolf en daarin weer zo'n bocht van heb ik jou daar. Dan krijg je even het gevoel dat je er vanaf valt, maar als dat gebeurt: wat dan nog. Het contactsleuteltje zit met een draadje aan je pols, de motor slaat af en je klimt er gewoon weer op.

Vijf minuten heb ik alles gedaan wat ik kon bedenken. Geroutineerde rauzers zullen het zeker beter weten, maar ik verzeker u: d'r is niks an. Ik keek op m'n horloge, het liep nog. Het kwartier was om, de tijd was omgevlogen. Voor de grap nog even op een zwemmer mikkend maar natuurlijk bijtijds een soepele zwenking makend, zette ik koers naar het strand, tersluiks kijkend of er al iemand met een bos bloemen klaarstond. Er was niemand. Geen mens zag hoe ik m'n Jet 500 liet landen alsof ik al jaren niets anders had gedaan. Misschien om een uur of twaalf, als het hartstikke vol was, nog eens een kwartiertje experimenteren.

Niettemin tintelend van geluk ging ik mijn krant kopen en een kopje koffie drinken. Het was woensdag, 1 augustus. Wat hebt u toen tussen negen en half tien gedaan? Op de voorpagina las ik dat de Rote Armee Faktion de oorlog heeft verklaard aan de vereniging der beide Duitslanden. In principe zijn ze het dus eens met de columnist van de New York Times, A. M. Rosenthal, maar de RAF is meer geneigd tot experimenteren.

In het bericht werd een deskundige aan het woord gelaten: ' De RAF, ' zei hij, ' bestaat hoofdzakelijk uit ideologen van middelbare leeftijd die er niet in zijn geslaagd aan de anarchistische subcultuur van het einde der jaren zestig te ontgroeien.' Je ziet de deskundige voor je: flodderig haar, brilletje, sukkelige tred, altijd monkelend vanwege het besef zijner deskundigheid en volstrekt kleurloos, nou ja, iets tussen roze en beige in.' Niet in geslaagd ... te ontgroeien.'

Zo zit dat dus met de RAF. De waterscooter maakt lawaai, stinkt, is gevaarlijk, nergens voor nodig en appelleert aan de opschepper. Toch, niet deskundig, begrijp ik wel hoe moeilijk het is eraan te ontgroeien.