'Een bom is meer dan een wekker met wat draden'

CULEMBORG, 4 aug. Onbeheerde tassen en pakjes zijn sneller verdacht bij het publiek na de recente bomaanslagen in Amsterdam. Volgens de Amsterdamse politie is het aantal bommeldingen sindsdien flink gestegen. Kapitein M. Huijbers van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) vindt dat die toename wel meevalt.

'De EOD zit nooit om werk verlegen. Er is door die aanslagen alleen wat meer aandacht voor bommeldingen.' Jaarlijks wordt de EOD in Culemborg ingeschakeld bij zo'n 240 meldingen van 'geimproviseerde explosieven', bommen die tegen personen of instellingen zijn gericht. Volgens Huijbers, een van de 56 opruimers van de EOD, zijn lang niet alle meldingen vals. 'Je hoort alleen pas iets over bommen die we onschadelijk hebben gemaakt als we de omgeving hebben afgezet. Als dat niet gebeurt brengen we die incidenten niet in de publiciteit. Maar we onderscheppen wel eens een pakketje', zegt Huijbers, zonder in detail te willen treden. De EOD kreeg de afgelopen week meldingen binnen van verdachte objecten in Groningen, Amsterdam en Slootdorp.

Geen van de 'bommen' bevatte een explosieve lading. In Slootdorp was de EOD dinsdagavond vier uur bezig een explosief 'met een verwoestende uitwerking' te demonteren. Het projectiel bleek een nepbom die een legereenheid vermoedelijk had vergeten op te ruimen na een oefening. De plaatselijke autoriteiten reageerden woedend maar het laat de EOD koud als het werk voor niets is geweest. 'We komen liever tien keer voor niets dan een keer te laat', zegt Huijbers. 'We moeten alles serieus nemen. Zelfs een scholier kan een klassebom maken. Je mag nu eenmaal geen fouten maken bij dit werk.' De EOD werd veertig jaar geleden opgericht en even buiten Culemborg gevestigd. Hoewel de dienst onder het ministerie van binnenlandse zaken valt, is het opruimen van explosieven uitbesteed aan het leger. Haar voornaamste taak is het onschadelijk maken en opruimen van conventionele munitie uit de Tweede Wereldoorlog, meestal explosieven die bij graafwerkzaamheden worden gevonden. Jaarlijks komen daarvan zo'n vierduizend meldingen binnen.

Meldingen van geimproviseerde explosieven komen veel minder voor, maar het opruimen ervan is volgens Huijbers gevaarlijker vanwege de onbekendheid met de projectielen. 'We staan veel meer onder druk bij een bommelding dan bij het opruimen van oorlogsmunitie, omdat je weet dat zo'n explosief tegen iemand gericht is. Bij conventionele munitie weet je precies hoe je het onschadelijk moet maken. Het enige gevaar daarbij is de grote hoeveelheid springstof.' Een bommelding komt eerst binnen bij de politie. Een speciaal opgeleide 'bomverkenner' van de politie gaat op pad om de bom op te sporen en de ernst van de situatie te beoordelen. Als de verkenner een verdacht object aantreft en de inhoud van het pakket is niet zichtbaar, wordt de EOD ingeschakeld. Huijbers: 'Het vooronderzoek van de bomverkenner bespaart ons veel werk. Door getuigen te ondervragen zoeken we eerst uit of niet iemand een tas is vergeten mee te nemen.' Politiemensen gaan volgens Huijbers nogal eens zonder zich daarvan bewust te zijn met levensgevaarlijke explosieven aan de slag, omdat ze het 'vervelend vinden de EOD te bellen'.

Bij de 'lamp' die vorig jaar door het failliete beveiligingsbedrijf Toetanchamon naar de Haagse wethouder A. Duijvestein werd gestuurd, ontdekte de politie pas op het bureau dat het een om een echte bom ging. De ijlings gewaarschuwde EOD maakte het projectiel vervolgens in de duinen onschadelijk.

Huijbers zegt dat bomverkenners niet dezelfde kennis bezitten als EOD-opruimers. 'Een bom is meer dan een wekker, wat draden en een paar batterijen. Het lijkt eenvoudig: verwijder de batterijen en de bom is onschadelijk. Maar ik kan een bom maken die juist afgaat als je de batterijen eruit haalt. Er zijn meer mensen die dat kunnen.' De EOD onderzoekt eerst welke methode vereist is om een bom onschadelijk te maken. Als de bom gevaarlijk lijkt, maakt de EOD foto's om zekerheid over de inhoud van het pakket of de tas te krijgen. De munitie-technici, die worden getraind in Engeland, West-Duitsland en de Verenigde Staten, benaderen bommen die van afstand tot ontploffing kunnen worden gebracht met behulp van een robot. Huijbers: 'Dat is de eenvoudigste manier van opruimen, maar meestal proberen wij het projectiel onschadelijk te maken. Mogelijke sporen worden door een explosie uitgewist. Een wekker kan de politie bij de dader brengen.' De leden van de Explosieven Opruimingsdienst zijn geen helden of halve gekken, vindt Huijbers. 'Ze weten precies wat ze kunnen verwachten. Risico's nemen we niet. We zijn goed opgeleid en hebben kennis van de meest uiteenlopende explosieven. Wat mij aan dit werk boeit is de techniek, het vernuft waarmee mensen elkaar proberen te doden.'