De indianenopstand in Quebec; Corrupte krijgers

De indianen op de barricaden in Quebec werken op het Canadese schulgevoel. En met succes. Maar hoe onschuldig zijn deze opstandelingen zelf? Waar komt het geld vandaan voor de automatische geweren van deze 'Warrior society' uit de Amerikaanse staat New York? Op het veld van de golfclub van Oka, dichtbij het Frans-Canadese Montreal, liggen overal witte balletjes, tot ver in het omringende bos. Hier en daarstaat een verlaten witte, elektrische wagen. Voor het eerst in hun levenspeelden Mohawk-indianen golf op dit terrein dat volgens hun zeggen aan henen niet aan de club toebehoort want het golfveld grenst aan een oude, indiaanse begraafplaats. Er waren geen gewone leden bij, want deindianen hadden zichzelf met behulp van automatische wapens uitgenodigd.

Niet bekend

De stellingenoorlog duurt voort. De doorgangsweg aan de voorzijde van de begraafplaats is gebarricadeerd met gekantelde auto's en een omgehakte naaldboom. Achter de wal zit de man die zich kapitein Can Do noemt op een tuinstoel. Hij is gekleed in militaire camouflagedracht. Tussen zijn benen heeft hij een vereenvoudigd M16-geweer geklemd. Aan twee stokken hangen Mohawk-vlaggen en een vlag voor Vietnamveteranen. Door een grote transistorradio aan de kant van de weg klinkt country and western-muziek: I spent 20 years in prison without parole.

Het kerkhof heeft grijze grafstenen, sommige met kruisen, andere met symbolen van de vele millenia oude longhouse-godsdienst. Tegen een boom staat een onbeheerd Chinees namaak-AK47-geweer. Even lijkt het op het bekende thema van Amerikaanse Rambofilms: Vietnam-veteraan vindt rechtvaardige zaak en vecht daarvoor. Toch is het vreedzaam. Langs de kant van de geblokkeerde tweebaansweg praten drie oude indiaanse vrouwen op een tuinstoel over zonnesteek. Een andere man van middelbare leeftijd in camouflagedracht gooit wat met een ovale football. Veel indianen gaan op bezoek bij de blanke zakenvrouw Lisa Tardif die niet is gevlucht na het geweld. Ze bewonderen vanuit haar achtertuin het uitzicht op het Lac des deux Montagnes.

Zo nu en dan staat Can Do op om door zijn verrekijker de uit zandzakken opgebouwde politiebarricade te bespieden, beneden aan de helling, tweehonderd meter verderop. Daar staan geuniformeerde politiemannen van de surete du Quebec met automatische geweren. Het is de achttiende dag van de loopgravenoorlog tussen de Mohawk-indianen en de Canadese politie bij het dorp Oka. Op 11 juli sneuvelde er een politiekapitein tijdens een vuurgevecht. Nu mogen journalisten langs de politiezandzakken naar de tegenover gelegen barricade, mits ze een pasje hebben gehaald bij het naburige kantoor van de surete du Quebec. De Canadese overheid behandelt de indianen voorzichtig want volgens een late reactie van Mulroney zijn ' onze inheemsen tientallen jaren en eeuwen niet goed behandeld door Canada en de Canadezen'. Ook de Mohawkblokkade van de belangrijkste zuidelijke toegangsbrug voor Montreal is ongemoeid gebleven. Honderdduizenden pendelaars staan dagelijks vier uur in de file waar ze eerst slechts veertig minuten aan woon-werkverkeer besteedden. Woedende massa's dromden samen voor de barricaden, tegengehouden door de Canadese politie. Sommigen verbrandden poppen.

85% van het land

De in hinderlaag zittende indianen ontvangen graag journalisten, want door de patstelling hebben hun eisen internationale aandacht gekregen. ' Wij willen niet mee als Quebec onafhankelijk wordt. Als ze zich op 15% van het land willen terugtrekken dan laten we ze gaan, want die 15% is toch vervuild', vatte Max Gros-Louis, opperhoofd van de Hurons het vorige week samen. De tactiek is om het internationaal als vriendelijk bekend staande Canada een slechte naam te geven op het gebied van mensenrechten. ' Canada staat bekend op het gebied van mensenrechten. Hoe behandelen ze nu hun eerste volk van het land? Vreedzaam of aggressief?', zei het Cri opperhoofd Elijah Harper tijdens een solidariteitsdemonstratie bij Oka.

In het dorp Oka wonen indianen en blanken door elkaar. Het golfveld ligt op de heuvel Kanesatake, geen reservaat maar door indianen en blanken gedeeld federaal land. Burgemeester Jean Ouellette, vooraanstaand lid van de golfclub, gaf zijn goedkeuring aan verdubbeling van het aantal holes, zodat de indiaanse begraafplaats in haar geheel zou worden omsingeld. Verder zou aan de andere kant van de heuvel een complex zomerhuizen komen. De Mohawks protesteerden omdat hun heilige begraafplaats zou worden geschonden. ' Ze liggen hier al drie dik bovenop elkaar', zegt Longhouse-priester John Cree, wijzend op de poort van het kerkhof. De Mohawks kregen steun van de plaatselijke milieubeweging die in Oka handtekeningen verzamelde tegen de uitbreiding.

Niet bekend

Onder druk van de federale regering heeft de burgemeester van Oka inmiddels van de uitbreiding van het golfveld afgezien. De Canadese regering wil het omstreden terrein kopen van de projectontwikkelaar en beschikbaar stellen aan de indianen. Toch is dat niet voldoende voor de Mohawks, want zij willen ook amnestie voor degenen onder hen die geweren dragen, de leden van de zogenoemde Warrior society (krijgersvereniging).' Ik kan hier wel twintig jaar voor krijgen', zegt kapitein Can Do. Hij komt niet uit Oka maar uit het New Yorkse deel van het reservaat Akwesasne dat zich ook over het Canadese Quebec en Ontario uitstrekt. ' Ik ben al vanaf mijn dertiende met geweren bezig', zegt hij door zijn camouflagemasker. ' Ik ben erop gesteld. Ik heb altijd gevochten met de New Yorkse politie.'

Gokbazen

Sinds een paar jaar is de krijgersvereniging goed bewapend en gefinancierd. Reservaten hebben een eigen jurisdictie en belastingheffing. Sommige Mohawks hebben veel geld verdiend met de belastingvrije verkoop van sigaretten op het reservaat aan blanken van buiten en met bingohallen. De gokbazen en sigarettenverkopers storen zich niet aan de New Yorkse of Canadese wetgeving, want zij beschouwen zich als een aparte natie met eigen wetgeving. Ook de grens tussen Amerika en de Verenigde Staten bestaat voor hen niet omdat die de Mohawk-natie in tweeen deelt. De leden van de zwaar bewapende Warrior societies worden grotendeels gefinancierd door de gokbazen. Onder hen zijn veel Vietnamveteranen die nu op eigen terrein hun krijgskunst toepassen. Veel indianen hebben vroeger dienst genomen in het leger. Voor dergelijke groepen die de Verenigde Staten en Canada niet erkennen, is de Amerikaanse vlag toch een belangrijk symbool. ' Het Amerikaanse leger geeft uitstekende discipline', zegt een man achter de barricaden. Op een van de barricade staan namen van legerdivisies geschreven, zoals 173th airborne en 43th marine corps.

Aan de New Yorkse kant is een oorlog ontstaan tussen indianen die voor en tegen gokken zijn. Begin dit jaar vielen er twee doden in de strijd tussen beide groepen. De antigokkers hebben de New Yorkse politie op het reservaat uitgenodigd. De New Yorkse autoriteiten hebben hun kant van het Akwasasne-reservaat al gedurende twee en een halve maand geblokkeerd om smokkel van wapens of sigaretten tegen te gaan.

Volgens Darren Bonaparte van het indiaanse blad Indian Times, is het ' omgekeerd racisme' om de krijgersverenigingen te beschouwen als legitieme wakers voor de rechten van de indianen. Het Mohawk-hoofd Tekaronniaken beschreef de krijgers als bandieten die betrokken zijn bij een ' aantal criminele activiteiten, waaronder smokkel, drugverkoop en wapenhandel.' Maar voor veel indianen die bij de omstreden begraafplaats wonen, strijden de 'jongens' voor een goede zaak. De jongeren hadden zich geliefd gemaakt door ouderen te helpen met boodschappen en andere karweitjes. ' Ze doen hier niemand kwaad', zegt Jesse Nelson, een oudere, inheemse bewoonster van de omstreden heuvel. ' Het is hier onze grond en die moet verdedigd worden'.

Een oudere indiaanse man: ' Ik beschouw ze niet als krijgers. Het is gewoon familie uit New York die komt helpen. We zijn hier allemaal verwant aan elkaar.' 'Handel tussen naties'De inwoners van Oka denken daar anders over. Zondag organiseerden ze zelf een blokkade om indianen de toegang tot de omstreden heuvel te ontzeggen. ' Wij zijn van onze huizen afgesneden, dus mogen de indianen er ook niet komen', riep een vrouw. Ze hielden borden in de lucht: ' De rechten van de gewapende mens', ' onze ministers op de knieen voor de wapens', ' anarchie of democratie?'.

Journalisten lieten ze alleen door als ze Frans spraken. Anglofonen werden niet vertrouwd. ' De Mohawks stormden gemaskerd en met geweren onze huizen binnen. Ze zeiden dat het niet langer veilig was om daar te blijven. We konden maar een paar kleren meenemen', zegt Jacques Ibeas, een demonstrerende kaakchirurg die op de Kanesatake-heuvel woont. ' Mijn vrouw en drie kleine kinderen hebben nog angstdromen. We zijn nu in een klein tweekamerappartement ondergebracht. We willen de indianen best helpen. De regering heeft er veel te laat iets aan gedaan. Ik heb hen zelfs aangeboden om in Ottawa mee te gaan demonstreren voor het parlement. Maar wij kunnen er niets aan doen. Die radicale elementen bij de Mohawks zijn corrupt. Ze erkennen ons land en onze wetten niet en willen de beste van twee werelden. Want ze ontvangen wel steun.' ' Ik heb betaald voor mijn huis en het land waar het op staat', besluit Ibeas. ' Wij zijn toch niet verantwoordelijk voor wat er 500 jaar geleden gebeurde?' De Canadezen sympathiseren over het algemeen met de rechten van de indianen. Ze zijn gevoelig voor het argument dat er mensenrechten worden geschonden. Veel indianen willen het milieu van de door hun geclaimde gronden beschermen tegen projectontwikkelaars. De Canadese regering heeft hen slechts zeer weinig grond toebedeeld. Maar de aanspraken op land ervaren ze als bedreigend. Het grootste deel van Canada wordt door indianen opgeeist. Bij de vorming van het reservaat Kahnawasake moesten de blanke inwoners uit het gebied vertrekken.' Wij zijn niet gewoon maar een minderheid als alle anderen', zegt Peter Deome uit Kahnawasake. In 1988 is hij weer op het reservaat gaan wonen. Politie was met knuppels en geweren het terrein binnengevallen om de verkoop van belastingvrije sigaretten een halt toe te roepen. Volgens Deome is het geen smokkel maar ' handel tussen naties'. Sommigen kunnen het reservaat niet verlaten omdat ze gezocht worden. Deome zelf is betrokken bij bingo. ' We zijn geen reservaat, want dat is voor dieren, niet voor mensen. Het experiment van de smeltkroes in de Verenigde Staten en in Canada is mislukt. We moeten apart wonen. Na de komst van Columbus zijn we 500 jaar onderdrukt. De andere partij moet erkennen dat ze al het land van ons hebben gestolen. Dan willen we best onderhandelen. Wij zijn redelijk. We maken heus geen aanspraken op steden als Toronto. De situatie wordt slechter. Ik ben nog gematigd. Achter mij staan meer radicale jongeren te dringen.'