De afrekening

Raadslieden en reclasseringsambtenaren schuiven tijdens een schorsing van de strafzaak langs het zelfbedieningsbuffet van het restaurant van de Amsterdamse rechtbank. ' Slagter is wel erg vooringenomen in zijn vragen, ' moppert de advocaat van een van de twee verdachten die terechtstaan. ' Ik had er een opmerking over willen maken, maar zoiets werkt bij Slagter alleen maar ten nadele van je client.' Vice-rechtbankpresident mr. S. (Bob) Slagter zit vanochtend op zijn geheel eigen wijze de zitting voor tegen de 35-jarige Joop M. en de 20-jarige John van T. De vragen van de rechter bevatten inderdaad vaak conclusies: ' U hebt u geprepareerd, minstens op een zware afstraffing. De extra kleding die u meenam was niet alleen om achteraf herkenning te voorkomen maar omdat er bloed zou vloeien.' De officier van justitie, mr. P. C. Kortenhorst beschuldigt de verdachten van de ontvoering van en de moord op de 36-jarige dealer Ruud L. uit Dokkum. Het openbaar ministerie houdt ervan het zwaarste levensdelict te laste leggen maar kan meestal niet meer bewijzen dan doodslag. In deze zaak lijkt Justitie een betere kans te maken.

Uit het onderzoek op de zitting blijkt dat Joop M. en John van T. op de vroege avond van woensdag 6 december 1989 in de Honda Civic van Joop van Amsterdam naar Dokkum reden. Tussen tien en elf uur 's avonds kwamen zij bij Ruud L. aan. Na korte tijd vertrokken zij weer. L. zat toen vastgebonden op de achterbank. Er volgde een kort bezoek aan de ex-vriend van L. die in de buurt woont. Daarna reed de Honda over de Afsluitdijk terug naar Amsterdam. John bestuurde de auto. Joop zat achterin met Ruud. In Amsterdam-Noord werd weer kort halt gemaakt bij de flat van Joop. De auto stopte tenslotte bij de Weespertrekvaart in Duivendrecht. Daar stak John Ruud L. verscheidene keren in de borst waarna het slachtoffer in het water werd gegooid. Sectie heeft uitgewezen dat Ruud L. door de combinatie van messteken en verdrinking om het leven is gekomen.

De zitting vindt plaats in de grote zaal van de nieuwe Amsterdamse rechtbank. De rechters zitten achter blank houten tafels op een laag podium, dat door zijn geringe breedte veel weg heeft van een richel. Het college zit met de rug tegen de metershoge wand, waarop twee reusachtige ovalen zijn geschilderd. Slagter neemt uitgebreid tijd voor de 'waarheidsvinding' ter zitting. Veel aspecten van deze zaak blijven desondanks duister. Zo zou een ruzie om de behandeling van een hond - een Canadese herder - de aanleiding zijn voor het doden van Ruud L. Joop M. verkocht die hond vorig jaar aan zijn latere slachtoffer. De rol van Benno R., de ex-vriend van Ruud L., die het dodend duo op de avond van het misdrijf nog van een extra mes heeft voorzien, blijft onduidelijk. Duister blijft ook de rol van Fred S. een stadsgenoot van L., terwijl zijn betrokkenheid duidelijk lijkt.

Joop, die de kost verdiend door gitaarlessen te geven, beweert dat hij gealarmeerd werd door berichten dat Ruud L. de herder zou mishandelen. Het dier was inmiddels ondergebracht bij Fred S. Bij S. woonde ook de verslaafde John, die daar onderdak had gekregen nadat hij was weggelopen van zijn ouderlijk huis.

Slagter tot Joop M.: ' Op een avond in november vorig jaar was u bij S. Toen is afgesproken om Ruud L. eens goed bang te maken.' ' Ja, ik was met drie vrienden naar Dokkum gegaan om te horen of het waar was van die mishandeling. Als het waar was kon L. rekenen op een flinke aframmeling. We hadden daar attributen voor mee genomen.' Slagter: ' Messen.' ' Ja, ladykillers, dat zijn knipmessen met een lemmet van ongeveer twintig centimeter.' ' Kortom: heel grote, vlijmscherpe ouderwetse zakmessen met scherpe punten.' Die eerste avond in november ging de 'afstraffing' echter niet door. Waarom niet, wil Slagter weten.' Omdat we S. niet helemaal vertrouwden. Hij had waarschijnlijk nog een ander belang dan die hond. Wij dachten aan geldschulden in verband met drugs.' Slagter gaat niet in op deze opmerking over het eventueel motief voor het doden van L. Hij gaat verder met vragen over wat er op de avond van de moord gebeurde.

Op die avond zijn Fred S. en John van T. te gast bij Joop en diens vriendin in Amsterdam-Noord. Joop kondigt aan dat hij naar Dokkum gaat, naar L. ' Omdat ik voor mezelf wat dingen wilde uitzoeken.' Fred S. waarschuwt hem omdat L. levensgevaarlijk zou zijn. ' S. stelde daarom voor dat ik John mee moest nemen.' Slagter: ' S. zei toen: 'als je het doet, moet je het goed doen'.' Joop M.: ' Dat klopt.' John van T. doet nu ook voor het eerst zijn mond open: ' Hij moest afgemaakt worden.' Slagter: ' Raar dat u het niet uit uzelf vertelt.' Joop M.: ' S. zei dat wij als amateurs bezig waren. We moesten ons beter preparen.' Uiteindelijk vertrekt het tweetal gewapend met een mes (een 'ladykiller'), rubberen handschoenen en een extra stel kleren naar Friesland. Daar gaan ze eerst langs bij Benno R. die ze nog een 'ladykiller' meegeeft. R. heeft dat mes gestolen van Ruud L. Bij de overhandiging zegt Benno dat ze L. ' moeten killen met zijn eigen mes'. De beide verdachten stellen dat ze bij L. ' gewoon over van alles' gepraat hebben. Als het gesprek op de hond komt en de veronderstelde mishandeling van het dier door L., zou deze ' helemaal buiten zinnen' zijn geraakt. Joop en John zeggen dat zij de kwestie wilden gaan uitpraten met Benno, de ex-vriend die het verhaal van de mishandeling van de hond in de wereld gebracht had. Volgen hen heeft het slachtoffer zelf voorgesteld dat hij vastgebonden zou worden.' Omdat hij ook wel begreep dat wij het gevaarlijk vonden om hem los achterin de auto te laten zitten.' Als het drietal bij Benno aankomt, vlucht deze echter direct zijn huis uit. Besloten wordt daarom, volgens de verdachten wederom op aandringen van het slachtoffer, om naar Fred S. te gaan, in Amsterdam.

Daar blijkt S. op zijn beurt 'helemaal opgefokt' te zijn over het onverwachte bezoek. Hij wil niet naar buiten komen, maar bedreigt Joop en John met geweld.

Slagter tot John: ' Fred heeft tegen de politie gezegd dat hij gezien heeft dat Ruud geschopt werd.' ' Dat klopt. Ruud begon te schreeuwen dat hij met Fred wilde praten. Toen werd ik het zat en heb ik hem geschopt.' Slagter: ' Wat ging er door u heen?' ' Ik wist niet meer hoe het zat.' De mannen zijn weer in de Honda gestapt en vertrokken. Van T. weet niet waarheen. Wel weet hij dat er onderweg is geschreeuwd en gescholden.

John: ' Op een moment kon ik er niet meer tegen. Ik ben gestopt en ik heb Ruud het mes op de borst gezet en gezegd dat hij zijn smoel moest houden. Toen is hij naar voren gekomen en gleed het mes zo naar binnen.'

Wat er daarna gebeurd is, zegt hij niet meer te weten.

Slagter: ' Eerder heeft u verklaard dat u hem toen een aantal malen in borst en rug stak. M. hield het slachtoffer ondertussen vast in zijn nek. Ik begrijp niets van uw motief om dit te doen. Het kan toch niet zijn omdat hij bleef doorpraten?' John van T.: ' Het was geen praten. Hij schreeuwde.' Joop M.: ' Het was totale paniek.' Slagter: ' Toen die man in het water werd gemieterd, was hij nog niet dood.' John: ' Op een bepaald moment zei L. 'Hou maar op, ik ben al dood'. Hij spuugde in mijn gezicht en liet zijn hoofd vallen. Op dat moment was hij voor mij dood.' Officier van Justitie Kortenhorst eist tegen John van T., de 'hoofddader', acht jaar gevangenisstraf en TBS. Voor Joop M. vindt hij een gevangenisstraf van tien jaar 'voldoende'. Er is tenslotte een misdrijf gepleegd tegen het leven, ' het meest heilige wat we kennen'.

Uit het requisitoir van de officier blijkt dat het Openbaar Ministerie wel degelijk gekeken heeft naar de rol van Fred S. Kennelijk was het onmogelijk voldoende bewijs te verzamelen tegen deze man op de achtergrond. Of misschien heeft Justitie eenvoudig de weg van de minste weerstand willen kiezen door alleen M. en Van T. aan te klagen. De advocaat van John van T., mr. F. A. Weijzen, betreurt in zijn pleidooi in ieder geval de afwezigheid van S. Zijn client is volgens hem ' meer patient dan crimineel'.

Weijzen verwijst naar Van T.'s problematische jeugd met een alcoholische vader en besluit: ' Hier zit het slachtoffer van alle ellende die hem in zijn leven is overkomen. Het doden van L. was geen moordcommando maar een strafexpeditie.'

Hij bepleit een zo kort mogelijke straf ' want anders heeft een behandeling geen zin'. Mr. B. Snoeij, de raadsman van Joop M., betoogt dat zijn client eigenlijk part noch deel had aan de dood van L. ' Het enige wat hij wilde was dat er een regeling getroffen werd over de hond.' Slagter sluit de behandeling en bepaalt dat de rechtbank op 9 augustus uitspraak zal doen.

De Canadese herder is, zo vertelt een reclasseringsambtenaar na afloop, in huis genomen door de vader van het slachtoffer. ' Als aandenken aan zijn zoon.'