Actuele en eeuwige problemen in de Londense theaters

LONDEN, 4 aug. Het Royal Court Theatre, waar het Engelse toneel in de jaren vijftig tot nieuw leven gekomen is, biedt enkele weken lang een repertoire aan van dialogen over actuele onderwerpen geschreven door niet-toneelschrijvers. Max Stafford-Clark, de artistiek leider, heeft de auteurs uitgenodigd omdat hij vindt dat het toneel zich de laatste tijd te veel heeft teruggetrokken in stukken over persoonlijke conflicten. De bisschop van Durham, de toneelcriticus Nicholas de Jongh, de filosoof Roger Scruton, de wel-toneelschrijver Doug Lucie en enige anderen hebben gedachtenwisselingen voor hem opgeschreven die door het publiek met respect aangehoord zijn. Het theater in een paar pennestreken vernieuwen kunnen zij niet, maar misschien zullen wij over tien jaar, terugkijkend, een knik in de toneelgeschiedenis onderscheiden en zeggen: dat kwam weer van de Royal Court.

Intussen is er ook zonder aansporing van Stafford-Clark de laatste tijd toneel geschreven over actuele problemen. In het onberispelijke Haymarket Theatre loopt een stuk dat aangeboden wordt als een dolle komedie maar eindigt in stilte met twee lijken op het toneel. Gasping is geschreven door Ben Elton, in Engeland en bij kijkers in sommige andere landen bekend als tv-komiek met sociaal verantwoordelijkheidsgevoel. In het eerste deel houdt hij de zaal aan het lachen met zijn dialogen in de directiekamer van een bedrijf dat frisse lucht levert aan milieubewuste klanten. Na de pauze loopt de handel uit de hand: mensen die geen geld hebben om frisse lucht te kopen wankelen hijgend door de straten, want bijna alle zuurstof wordt beheerd door Lockheart Industries. De directeur is een klassieke vrije ondernemer en ziet er geen been in, maar zijn naaste medewerker heeft te kampen met een Eltoniaans verantwoordelijkheidsgevoel, en zo komt het dat er doden vallen.

Wie in het algemeen zou zeggen dat grappenmakers zich bij grappen moeten houden en de wereldverbetering aan ernstige mensen over moeten laten vindt in Elton een bijzonder geval. Zijn komedie is breedsprakig en luidruchtig, en hoewel lang niet iedereen in de zaal er strak en ongeduldig bijzit, kan vastgesteld worden dat hij als humorist weinig bijzonders te bieden heeft, zij het niet helemaal niets. Aan het hoofd van een bedrijf moet je kunnen delegeren, zegt een medewerker van Lockheart, en als je dat niet kan moet je zorgen dat iemand anders het voor je doet. Daar heeft ook de ongeduldige toeschouwer een lach voor over, maar het stuk overwint alle tegenzin pas met het ongeloofwaardige en ontstellende slot. Wat denkt Elton wel, met zijn twee doden alsof hij een Elizabethaanse tragedie geschreven heeft? En toch, er is niets tegen in te brengen.

Als er nu meer toneel komt over het milieu en de gevaren van het vrije ondernemerschap moeten wij Stafford-Clark prijzen, maar misschien Elton nog meer. Er is van alles aan te merken op zijn stuk en toch schiet het raak; net zo was het, in een andere stijl, met Look Back in Anger van John Osborne in 1956, en dat het veel fouten had werkte juist als aanmoediging op jonge schrijvers die het ook wilden proberen. Wie weet wat er nu weer van komt.

Herfst

Een ander actueel probleem werd behandeld in Mad Forest van Caryl Churchill, een al jaren bekende toneelschrijfster die dit geschreven heeft voor onbekende acteurs: eindexamenstudenten van de Central School of Speech and Drama in Hampstead. Waar vroeger het bos stond dat gek genoemd werd ligt nu Boekarest, en het stuk gaat in drie bedrijven over het leven daar in de herfst van vorig jaar, over de revolutie en over het vervolg in de afgelopen maanden. Eerst is het informatief en onderzoekend, alsof de schrijfster, die in maart naar Roemenie geweest is, aan zichzelf duidelijk maakt wat zij ervan begrijpt. Pas in het derde deel, over de onzekere werkelijkheid van dit jaar, worden wij opgenomen in de conflicten, de nachtmerries en de familiedrama's. ' Wat hebben wij eigenlijk gehad, een revolutie of een putsch?' roept een van de Boekaresters tegen zijn stadgenoten, en over het antwoord blijven zij verdeeld en bitter.

Eeuwig is het probleem dat Simon Gray aan de orde stelt in zijn nieuwe stuk Hidden Laughter (Vaudeville Theatre): de vergankelijkheid van het jonge geluk. Een gezin met twee kinderen en een schoonvader koopt in 1980 een weekendhuis in Devon en geniet van de omgeving en van het gezelschap van de sceptische dominee die vaak aanloopt. In 1990 is alles misgegaan. 'What has happened to us!' roept de vrouw uit, gespeeld door Felicity Kendal; en de dominee, gespeeld door Peter Barkworth, weet er geen antwoord op.

Het lijkt van tevoren een stuk van goeden huize, met zijn titel ontleend aan een van de Four Quartets van T. S. Eliot, en een deel van de kritiek vond het stemmig en intelligent. Anderen vonden het zonder overtuiging geschreven, en ik ook. Simon Gray heeft een opmerkzaam oog voor dramatische situaties en soms heeft hij er stevige stukken mee gemaakt (Butley Otherwise Engaged, Melon): al die hoofdrollen van Alan Bates, maar soms klinken zijn dialogen alsof er even goed of beter iets anders had kunnen staan.

Voor een avond ontspanning lijkt mij beter geschikt Alan Ayckbournes 25ste stuk, Man of the Moment, in het Globe Theatre. Het is niet een van zijn beste werken, niet zo veelzijdig en persoonlijk als Henceforward twee jaar geleden, maar stevig in elkaar zit het wel. Michael Gambon speelt er het milde slachtoffer van een bankrover met wie hij nu, jaren later, in Spanje samengebracht wordt voor een televisieprogramma; zijn beheersing van de rol overtreft nog die van Peter Bowles als het toonbeeld van een vlotte boef.

Wie het om acteurs te doen is kan nog steeds terecht in het Queen's Theatre waar Nigel Hawthorne en Jane Lapotaire het stuk van William Nicholson over C. S. Lewis en zijn late liefde, Shadowlands, op peil brengen. Of in de Mermaid, waar Glenda Jackson de rol van Brechts Mutter Courage vervult misschien een van haar laatste, als zij bij de volgende verkiezingen voor Hampstead in het Lagerhuis komt. Anders in de Phoenix waar Peter Hall, voorheen van het National Theatre en nu van de Peter Hall Company, Ibsens The Wild Duck vorm heeft gegeven met Alex Jennings als een niet te verbeteren Hjalmar Ekdal.

Wie het beste Engelse stuk van de laatste tijd zoekt, waar Elton en Gray en Ayckbourne maar net aan kunnen tippen, moet uitkijken naar een dag waarop het National Theatre Racing Demon van David Hare (al eerder besproken) opvoert, over een sceptische anglicaanse dominee, zijn zieke vrouw, zijn vurige hulpprediker en zijn strenge bisschop. Dat loont alle moeite die gedaan moet worden voor het uitzoeken en het opbellen.