Aantal overvallen stijgt, maar buit daalt

ROTTERDAM, 4 aug. Een bank beveiligen tot het een burcht is heeft geen zin. Kogelwerend glas, sluizen om binnen te komen, stil alarm en ander technisch vernuft werken niet zolang een overval 'via de klant wordt gespeeld', volgens C. Hoogkamer van de Rabobank Nederland. 'En dat gebeurt nogal eens'.

Daarom doen banken, maar ook benzinestations en winkels, steeds meer aan 'buitbeperking': het grote geld komt slechts met tussenpozen en in kleine hoeveelheden uit de kluis. Desondanks is het aantal gewapende overvallen het afgelopen half jaar vergeleken met de eerste helft van vorig jaar gestegen van 683 naar 836. Vooral benzinestations zijn in toenemende mate het doelwit van overvallers, blijkt uit cijfers die de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) in Den Haag vorige week presenteerde. De eerste helft van dit jaar zijn 108 benzinestations beroofd, tegen 37 in dezelfde periode vorig jaar. Overvallen op geldinstituten, waaronder banken, zijn gestegen van 246 naar 256. Verder werden de eerste helft van dit jaar 580 andere objecten niet alleen benzinestations, maar ook 300 winkels, 80 woningen en 92 overige objecten overvallen, tegen 437 vorig jaar. Het totale aantal overvallen is sinds 1987 opvallend gestegen. In 1986 was er sprake van 1.153 overvallen, in 1987 waren het er 1.400 en vorig jaar hadden er 1.495 overvallen plaats. In 1989 werd in totaal 26 miljoen gulden gestolen. 'Wel wordt de buit per overval steeds kleiner', zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Banken. 'Vroeger kon die oplopen tot 100.000 gulden. Nu vinden we 30.000 gulden per overval al veel.'

Banken hebben steeds minder geld in kas, sommige kantoren maximaal 1.500 gulden. De rest ligt in een kluis, waarvan slechts om de paar minuten een vakje open kan. De bankmedewerker moet zelf naar de kluis toe of krijgt het geld via een buizensysteem. 'Een overvaller moet stalen zenuwen hebben, wil hij vier tot vijf minuten op zijn geld wachten', aldus de woordvoerder. De meesten zijn al eerder vertrokken, met minder geld dan de bedoeling was. Bij banken bestaat de indruk dat bankrovers daardoor wel vaker 'op pad' gaan om aan hun geld te komen.

Een andere verklaring voor de stijging ligt in een 'gigantische' aanwas van het aantal jonge criminelen, aldus de woordvoerder. Deze jongeren, van 17 tot 25 jaar, stelen vaak niet uit nood, maar uit een 'sterke behoefte aan geld. Het zijn kapitalisten bij uitstek. Ze willen allemaal een Rolex-horloge en een mountain-bike.'

Zeventig tot tachtig procent van het criminele circuit bestaat uit deze jongeren. Ze maken meestal deel uit van een groep en gaan in wisselende samenstelling op rooftocht.

A. Barneveld, hoofd veiligheidszaken NMB, bevestigt de toename van het aantal criminele jongeren. 'Maar een overvaller maakt carriere. Hij begint bij benzinestations, die vaak nauwelijks lucratief zijn. Een bank is het hoogst bereikbare object.'

D. Vledder van de CRI verklaart eveneens dat 'het hele jonge spul' vaak bij de benzinestations begint. De 'kleine jongens' kunnen echter opgroeien tot professionele criminelen, die de 'zwaardere' banken overvallen. 'Dat is de mafia', zegt Barneveld. Zij maken ongeveer dertig procent uit van het totale aantal overvallers. Ze verkopen overvalschema's aan elkaar door. De bezittingen die ze aanschaffen voor het gestolen geld zetten ze op naam van iemand anders. Als reactie op het gestegen aantal overvallen, vooral sinds 1987, hebben banken en benzinestations zich in toenemende mate beveiligd. Met kogelwerend glas, inbraakvrij glas, met een gesloten toegangsdeur die pas opengaat nadat is gebeld, met een toegangssysteem via een sluis, met 'afstortkassa's' die grote hoeveelheden geld afzuigen, met stil alarm en de laatste tijd met camera's. Door de aanwezigheid van camera's in een pand van de NMB in Amsterdam kon onlangs een overval worden gefilmd. De beelden kwamen op de televisie en nog tijdens de uitzending werd de overvaller aangehouden.

De beveiliging mag bij pompstations en banken verbeterd zijn, maar 'nu zijn we weer bang dat er klanten worden gegijzeld', zegt N. van den Berg, beveiligingsadviseur van Esso, over de pompstations. Belangrijker dan een goede beveiliging van het pand is dan ook een praktisch lege kassa, net als bij banken. 'Er zit nooit meer dan 500 gulden in kas en vaak alleen wat wisselgeld.'

Pompstations met veel vluchtwegen in de buurt hebben het meest last van overvallen, tijdens de avond en nacht.

Door trainingen met videobanden en discussies leren werknemers van een benzinestation hoe ze moeten handelen bij een overval. 'Steek je handen in de lucht en gebruik je ogen', vindt Van den Berg van Esso. Ook Shell adviseert de werknemer tijdens dergelijke trainingen zich vooral niet te verzetten. Voor nieuwe werknemers ontwikkelt Shell een pakket met tips over de houding tijdens overvallen. Ondanks alle maatregelen ter beveiliging van het pand en de mensen erin 'doen velen hun werk met pijn in de buik', zegt D. Vledder van de CRI. In 1989 werd bij 78 overvallen geschoten, het eerste half jaar van 1990 gebeurde dat 52 keer. In 1989 vielen er elf doden, tot juli van dit jaar zijn dat er al zes. Wel wordt bij overvallen de dader vaker aangehouden dan bij andere misdrijven, namelijk in 30 tot 40 procent van de gevallen. Bij andere misdrijven is dat 25 procent.

En ook al vallen er geen doden of gewonden, 'een overval is een enorme inbreuk op iemands privacy', vindt Van den Berg van Esso. 'Veel mensen krijgen er een geestelijke knik van'.

De nazorg is bij banken en benzinestations daarom professioneel geregeld, bijvoorbeeld met behulp van bedrijfspsychologen. De banken hebben steeds meer aandacht voor werknemers die verscheidene malen met een overval te maken hebben gehad. Zo kunnen de negen bankemployees van een vestiging van de AMRO-bank in Hoogezand rekenen op de gewenste overplaatsing. De bank werd twee keer kort na elkaar overvallen.