Succes Hussein hangt af nu van sancties Westen

DEN HAAG, 3 aug. Terwijl er op ministeries in diverse Europese hoofdsteden nog druk wordt gestudeerd op strafmaatregelen heeft de Iraakse dictator Saddam Hussein met zijn invasie in Koeweit in elk geval een van zijn belangrijkste doeleinden snel bereikt: de olieprijs schiet met sprongen omhoog.

Even was de prijs voor ruwe olie in Londen en New York gisteren nog maar een dollar per vat verwijderd van de 25 dollar die Hussein vorige week nog voor het hele OPEC-kartel wilde laten gelden. Door direct na het onder de voet lopen van Koeweit de olie-installaties in het zuiden van de ministaat de bezetten en de produktie te stoppen, neemt Hussein een flinke deel van de wereldolieproduktie uit de markt en kunnen de huidige grote voorraden snel slinken.

Een tweede, waarschijnlijk succes van Husseins overval, is dat hij het olieveld Roumaila in het omstreden grensgebied in het noorden van Koeweit niet meer zal teruggeven aan de marionettenregering die hij achterlaat. Daarmee verzekert Saddam zich van een flinke extra oliereserve en van kostbare installaties die hem op korte termijn in staat stellen meer geld met de olie-export te verdienen. Dat komt hem goed uit, want veel van de Iraakse olie-installaties zijn na de verwoestingen van de Golfoorlog met Iran in de jaren tachtig nog niet hersteld en Irak kampt nog met hoge buitenlandse schulden als gevolg van die oorlog.

Of het succes van de militaire macht zal beklijven en of Saddam werkelijk de baas blijft in het Midden-Oosten, hangt nu helemaal af van tegenacties van de Westerse landen. Die zijn gezamenlijk in staat om een handelsblokkade tegen Irak te voeren die eigenlijk vooral een kopersstaking op de oliemarkt voor het Iraakse zwarte goud zou betekenen. Maar het is afwachten of de daarvoor onmisbare eensgezindheid tussen regeringen en de medewerking van de oliemaatschappijen zal worden opgebracht. Van de buurlanden in het Golfgebied zal Hussein weinig hebben te vrezen. Na de overval op Koeweit zijn zij nog meer beducht voor zijn macht. Ook het rijke buurland Saoedi-Arabie dat militair gezien veel minder sterk is, zal zich niet gauw in een avontuur storten door de doorvoer van Iraakse olie via de pijpleiding naar de havenstad Jeddah aan de Rode Zee te belemmeren. Bij een boycot van de Iraakse en de Koeweitse olie (tot gisteren samen 4,5 miljoen vaten per dag) zijn deze landen wel in staat het tekort door produktieverhogingen op te vangen, maar het is nog de vraag of ze dat aandurven.

President Bush was gisteren de eerste om snel en ferm te reageren: alle financiele tegoeden en bezittingen van zowel Irak als Koeweit in de Verenigde Staten werden geblokkeerd, of ze nu door Amerikanen of door buitenlanders worden beheerd, met directe ingang geldt een handelsverbod met Irak en er mogen geen leningen aan dat land worden verstrekt.

Groot-Brittanie volgde gistermiddag, nadat de regering in Londen volgens welingelichte bronnen met vertegenwoordigers van de grote oliemaatschappijen overleg had gepleegd, met het besluit om de tegoeden te blokkeren. Parijs en Bonn volgden met soortgelijke maatregelen, maar die gaan nog niet zo ver als Bush verlangt. In andere hoofdsteden heeft koortsachtig beraad plaats over de juridische implicaties. Zal het de twaalf EG-landen de komende dagen lukken een eensgezind antwoord op de Iraakse agressie te formuleren? Zijn de Europese partners, waarvan enkele flinke handelsbelangen met Irak hebben, bereid zichzelf in de vingers te snijden? Grote Franse concerns die lucratieve zaken doen met Bagdad hebben al van hun bezorgdheid laten blijken.

Ook op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag was gistermiddag het verzoek van president Bush binnengekomen om te onderzoeken of het Amerikaanse voorbeeld gevolgd kan worden. Voor Nederland is de situatie volstrekt nieuw; een precedent in de na-oorlogse geschiedenis is niet voorhanden. Wel hebben de Westerse landen in 1952/1953 het Perzische bewind van premier Mossadeq dat in enkele maanden de olie-industrie nationaliseerde met een boycot op de knieen gekregen, maar dat was meer dankzij de eengezindheid van de oliemaatschappijen.

Als er nu maar een Europese lidstaat zich beroept op nationale wetgeving die het blokkeren van banktegoeden verbiedt, ligt de EG al uiteen en ontstaan verschillende sancties, viel gisteren in Den Haag te beluisteren. Zolang er in Brussel geen overeenstemming wordt bereikt over een Europees sanctiebeleid kan Irak rustig doorgaan met zijn olie-export naar EG-landen. Die export beliep in 1988 een bedrag van 3,64 miljard dollar tegenover een import van Europese produkten met een totaal van 3,12 miljard dollar.

Nederland zit nog met het 'luxe-probleem' dat de Koeweitse Petroleum Maatschappij hier te lande grote investeringen heeft gedaan: de overneming van de Gulf-raffinaderij in Rotterdam die inmiddels voor veel geld is gemoderniseerd en een compleet verkoopapparaat met pompstations onder de naam Q8. Ook zijn investeringen van deze maatschappij in andere Westeuropese landen via Nederland tot stand gekomen.

Andere oliemaatschappijen zullen het nooit openlijk toegeven, maar het 'aan de ketting leggen' van Q8, dat in enkele jaren een marktaandeel opbouwde van 7,5 procent in West-Europa, zal ze niet berouwen. De Amerikaanse regering beoogt dat effect niet, zij wil alleen voorkomen dat de Koeweitse bezittingen in het buitenland in handen vallen van Irak. Maar een blokkade van rekeningen zou, zo erkent een deskundige in de oliewereld, heel vervelend voor de Koeweitse vestigingen in West-Europa kunnen uitpakken. De raffinaderijen van Koeweit in Nederland en Denemarken worden nu nog van veel goedkope ruwe olie uit het inmiddels bezette land voorzien. Voor de korte termijn is er nog voldoende voorraad en er zijn nog tankers onderweg. Maar eens moet de maatschappij forse hoeveelheden ruwe olie op de vrije markt aankopen en dat gaat moeilijk met geblokkeerde rekeningen.

Intussen proberen niet-Golfstaten en niet-OPEC-landen bij voorbaat in het mogelijke gat in de markt voor ruwe olie te springen door contracten op de 'spotmarkten' af te sluiten. Egypte, dat niet tot het OPEC-kartel behoort, kondigde gisteren al een prijsverhoging voor zijn olie aan en sloot zich daarmee aan bij de stijgende wereldmarktprijs.

De Amerikaanse president Bush toonde zich gisteren bezorgd over de prijsstijging. De nieuwe crisissituatie in het Golfgebied komt middenin een periode van grotere afhankelijkheid voor zijn land van de olie-invoer. De helft van het olieverbruik in de Verenigde Staten wordt thans ingevoerd. Ongeveer een kwart van die invoer komt uit het Midden-Oosten en tien procent uit Irak en Koeweit samen. Een grotere eigen olieproduktie is in Amerika voorlopig niet te verwachten nu de president voorlopig geen nieuwe vergunningen voor exploratie-activiteiten voor de kusten van een reeks staten wil afgeven om het zeemilieu te sparen.

Een nieuwe wet die binnenkort door het Congres in behandeling wordt genomen, zal de komende jaren voor een extra prijsverhoging voor olieprodukten zorgen. In de ontwerp-wet worden in verband met de recente milieurampen veel strengere eisen aan de veiligheid van olietankers gesteld. Ook worden de niet te verzekeren bedragen waarvoor reders bij olielekkages aansprakelijk zijn, drastisch verhoogd.