RMO huisvest nieuw Archeologisch Informatie Centrum; Belangstelling voor graven

Binnenkort gaat in Leiden een Archeologisch Informatie Centrum open, dat het publiek wil informeren over de aard en de resultaten van het werk van Nederlandse archeologen in binnen- en buitenland.

LEIDEN, 3 aug.

'Archeologie is belangrijk en leuk.'

Met die positieve boodschap treedt het nieuwe Archeologisch Informatie Centrum (AIC) in Leiden vanaf half september het publiek tegemoet. Met gevoel voor public relations vertelt Riemer Knoop, directeur van het nieuwe centrum, dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling wordt het publiek te bestoken met alarmerende berichten. 'Een kreet als 'Help, het bodemarchief verdwijnt' wil ik niet uitdragen, al is de gedachte wel relevant', zegt Knoop, die promoveerde op een onderwerp over de Etruskische bouwkunst. Het Archeologisch Informatie Centrum is een initiatief van het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (RMO) dat het centrum huisvest en van de Stichting Nederlandse Archeologie (SNA), een platform voor alle instellingen die zich met Nederlandse archeologie bezig houden. Wat het SNA al deed aan publieksvoorlichting op het gebied van de vaderlandse archeologie, wilde het RMO ook voor de klassieke en niet-westerse archeologie gaan doen. Samenwerking leek logisch en een voorstel in die richting werd door het ministerie van WVC gehonoreerd met een subsidie voor vijf jaar. 'We weten dat er een grote latente belangstelling is voor archeologie. Maar die behoefte wordt weinig bevredigd, een enkel artikel in de krant, daar blijft het bij. Toch is een vondst door een Nederlander in pakweg Egypte meteen een onderwerp voor het NOS Journaal', zegt Knoop, die zelf ter afwisseling van zijn wetenschappelijke werk twee jaar bij de redactie culturele programma's van de VARA televisie werkte.

Knoop is niet de enige die zo'n belangstelling voor archeologie waarneemt. In Alphen aan de Rijn wordt gewerkt aan een archeologisch themapark Archeon, waarvoor in de begroting wordt gerekend met het hoge bezoekersaantal van 750.000 per jaar, terwijl men er nog veel meer verwacht. En ook de uitgeverij die eind dit jaar een nieuw glossy maandblad over archeologie op de markt wil brengen, meent dat daar een publiek voor is.

Het AIC hoopt vooral via de media, audiovisuele en gedrukte, het publiek te bereiken met nieuws over het archeologische werk van Nederlanders, amateurs zo goed als wetenschappers. Hoog op Knoops verlanglijstje staat een televisieserie over een onderwerp uit de vroege vaderlandse geschiedenis, bijvoorbeeld de Bataafse Opstand, aan de hand waarvan alle facetten van de archeologische wetenschap kunnen worden belicht, zoals dat ook gebeurde in de hier vorig jaar uitgezonden Engelse serie The Trojan War. Vooral inhoudelijk zou het AIC aan zo'n produktie kunnen meewerken. Ook een serie kortere impressies van archeologische monumenten naar analogie van het programma Natuurmonumenten van de VARA staat op het programma.

De ontwikkeling van toeristische routes langs archeologische monumenten gaat eveneens tot het werk van het AIC horen. Knoop: 'Ik hoop te bereiken dat bij elk VVV-kantoor een pakketje met regionale archeologische informatie komt te liggen.'

Vooral voor intern gebruik in de archeologische wereld wil het AIC een nieuwsbrief en een 'archeologische almanak' gaan samenstellen, met kalenders van opgravingen en manifestaties, met overzichten van onderzoeksvelden, van de resultaten en met nuttige adressen 'waar je bijvoorbeeld een goed troffeltje kunt kopen'.

Maar ook biografische en bibliografische informatie over kopstukken uit de vaderlandse archeologie, zoals Glasbergen en Van Giffen, zou hierin een plaats kunnen krijgen.

Terwijl hij op die manier verwacht het vertrouwen van de archeologische wereld te winnen, hoopt Knoop ook bij de media een plaats te verwerven. 'Ik hoop dat de pers bij ons voor wederhoor zal komen, zodat bijvoorbeeld nooit meer in het NOS Journaal te zien zal zijn hoe iemand de, natuurlijk niet echte, 'schedel van Rembrandt' in zijn handen laat verpulveren, zoals vorig jaar gebeurde in de Westerkerk.'