Ongewisheid over geblokkeerde bezittingen Koeweit

ROTTERDAM, 3 aug. De snelle politieke reactie van sommige Westerselanden om de tegoeden van Koeweit te blokkeren, leidde vandaag tot onduidelijkheid over de exacte gevolgen voor Koeweits investeringen in hetbuitenland. Volgens een woordvoerder van het Britse ministerie van financien werd in Londen rondom het middaguur nog druk overlegd over de juridische complicaties van de een-regelige regeringsverklaring waarin Groot Brittanie de blokkade gisteren afkondigde. Volgens Koeweit-deskundige Andrew Cummingham in Nicossia is niemand geheel duidelijk welke consequenties de blokkade zal hebben en hoe het besluit moet worden uitgevoerd.

In het begin van de jaren '70 begon het Koeweitse ministerie van financien de almaar groeiende overschotten te investeren in het buitenland, via het Kuwait Investment Office (KIO). Vanuit een bescheiden kantoor tegenover Londens ST. Paul's Cathedral verwierf KIO bezittingen ter waarde van 100, volgens sommige zelfs 200 miljard dollar, vooral in West Europa en de Verenigde Staten. De investeringen zouden een jaarlijks rendement opleveren van ten minste 10 miljard dollar. Dat is meer dan de jaarlijkse opbrengst uit de export van olie. KIO, dat in 1988 de voorpagina's van de financiele wereldpers haalde toen het ruim een derde van de aandelen van British Petroleum in de wacht wist te slepen, tot groot ongenoegen van de Britse regering, heeft belangen in verschillende grote Europese bedrijven, zoals Daimler-Benz, Hoechst en de Midland Bank. Volgens Cummingham houdt de blokkade in ieder geval in dat er met deze aandelenpakketten niet meer gehandeld mag worden.

Ook de consequenties voor de bezittingen van Kuwait Petroleum International, dat de internationale oliebelangen van Koeweit behartigt, zijn onduidelijk. KPI is onder andere eigenaar van ruim 6.500 Q8-benzinestations en een moderne raffinaderij in Rotterdam. In Nederland heeft het bedrijf een marktaandeel van vier procent, de zevende plaats op de Nederlandse markt.

Volgens Cummingham ligt het voor de hand dat er speciale rekeningen worden geopend die formeel niet in handen zijn van Koeweit, maar die het functioneren van de oliemaatschappij voorlopig veilig zullen stellen. Koeweit was de eerste Golfstaat die de gehele produktieketen, van boorplatform tot benzinepomp, in handen heeft weten te krijgen. De tankstations van KPI worden voorzien van Koeweitse olie, die de maatschappij direkt krijgt geleverd. De maatschappij is daarom veel goedkoper uit dan maatschappijen die voor ruwe olie zijn aangewezen op de wereldmarkt. In Londense oliekringen is niet duidelijk of de maatschappij juridisch over voldoende middelen kan beschikken om ook op de wereldmarkt ruwe olie te kopen als de aanvoer van Koeweitse olie langere tijd uitblijft.

Kuweit Petroleum werd in 1980 omgevormd van een produktiemaatschappij in een houdstermaatschappij waarin winning, exploratie, vervoer, opslag, produktontwikkeling, marketing en verkoop zijn geconsolideerd. Er zijn verschillende dochterondernemingen opgericht, waaronder een tankerrederij, die het vervoer van Koeweitse olie over de gehele wereld moet verzorgen. Het internationale exploiratiebedrijf van Koeweit heeft olie en gas gevonden in Indonesie en Australie en Koeweit boort naar olie in onder andere Pakistan en Jemen.

Ook Koeweitse prive-personen hebben aanzienlijk bezittingen in het buitenland, schattingen van de omvang van die rijkdom zijn niet onmiddellijk voorhanden. Naar verluidt hebben Koeweiti's vooral geinvesteerd in onroerend goed in de Verenigde Staten, Europa en Japan.