NORBERT ELIAS (1897-1990); Pas op hoge leeftijd erkend

Het zal niet vaak voorkomen dat een wetenschappelijk werk tientallen jaren nauwelijks wordt opgemerkt en dan opeens langzaam maar onstuitbaar naar de status van klassiek meesterwerk groeit. Dat gebeurde met Ueber den Prozess der Zivilisation, het tweedelige epos dat Norbert Elias in 1939 publiceerde. Pas toen hij al een eind in de zeventig was kreeg hij erkenning. Eerst in Nederland, later ook in andere landen. Elias legde in zijn boeken en zijn colleges op oorspronkelijke wijze verbanden tussen processen die meestal in aparte wetenschappelijke disciplines worden bestudeerd. In Ueber den Prozess liet hij zien hoe het proces van staatsvorming in Europa samenhangt met de opkomst van een nieuw type persoonlijkheid. Mensen raken in de loop van de geschiedenis steeds meer op elkaar aangewezen en die interdependenties leiden tot de een toenemende beheersing van mensen ten opzichte van elkaar. Elias doorbrak met deze benadering de grenzen tussen geschiedwetenschap, sociologie en psychologie en hij deed dat zonder een zweem van zweverigheid. De betoogtrant is voortdurend helder, het empirisch materiaal overvloedig en de conclusies verrassend. Zonder veel jargon te gebruiken stapte Elias door de geschiedenis en dat leverde hem behalve de late erkenning ook veel kritiek op.

Elias werd in 1897 in het toen Duitse Breslau (nu: Wroclaw) geboren als enig kind van welgestelde Joodse ouders. Zijn vader had een klein textielfabriekje. Na het gymnasium werd de jonge Elias meteen onder de wapenen geroepen. Van 1915 tot 1918 diende hij als telegrafist in Frankrijk. Teruggekomen in Breslau studeerde hij medicijnen en filosofie. Toen het vermogen van zijn ouders door de geldontwaarding was geslonken werkte hij twee jaar in een metaalwarenfabriek. In 1925 besloot Elias zich aan de sociologie te wijden. Hij vertrok naar Heidelberg en ontmoette daar Alfred Weber (een broer van Max Weber) en raakte bevriend met de iets oudere Karl Mannheim. In zijn onderhoud voorzag hij door het vervullen van assistentschappen. In 1933 maakten de nazi's hem het werken onmogelijk.

Elias week uit, eerst naar Parijs en in 1935 naar Londen. Hij ontving een bescheiden toelage van een fonds voor joodse vluchtelingen en zette zich in de bibliotheek van het British Museum aan het schrijven van het boek dat later zijn hoofdwerk zou blijken te zijn. 'Ik wist dat ik op dat moment geen toekomst had, maar ik kon de hele dag grasduinen in de catalogus; als ik een titel zag die mij interesseerde liet ik het boek komen en keek ik het door' vertelde Elias in een groot interview dat A. J. Heerma van Voss en A. van Stolk met hem hadden en dat in 1984 in Vrij Nederland werd afgedrukt. Bij toeval ontdekte Elias in etiquetteboeken uit de zestiende en zeventiende eeuw een belangrijke bron voor de bestudering van veranderingen in gedragsstanddaarden en attituden, het centrale thema van Ueber den Prozess der Zivilisation. Toen dit werk in 1939 bij een onbekende Zwitserse uitgever verscheen kreeg het weinig aandacht. In Nederland wijdde Menno ter Braak er een lovende bespreking aan en sociologen als Bonger en Bouman bespraken het werk waarderend in de vakpers. Na de oorlog bleef Elias in Engeland. Zijn vader was in 1940 gestorven, zijn moeder werd in Auschwitz vermoord. Pas in 1954 slaagde hij erin een academische positie te verwerven, hij werd lector aan de universiteit van Leicester. In 1962 ging hij met emeritaat, maar zijn belangrijke wetenschappelijke carriere moest toen nog komen. De fundamenten daarvoor waren in Nederland gelegd. Sociologen als Hofstra, Den Hollander, Bouman en Van Doorn noemden in de jaren vijftig zijn naam met eerbied in hun colleges.

De jonge socioloog Johan Goudsblom ontmoette Elias op een congres in 1956 in Amsterdam, raakte met hem bevriend en speelde vanaf dat moment een centrale rol bij de verbreiding van het gedachtengoed van Elias. In de jaren 1969 en 1971 vervulde Elias een aantal gasthoogleraarschappen in Nederland en een opgroeiende generatie sociologen en historici raakten diep onder de indruk van die kleine man, die in authentiek Duits geleerden-Engels doceerde en die de ontwikkeling van de samenleving met eenvoudige bewoordingen in een nieuw licht plaatste. Zijn boeken werden eindelijk vertaald, in 1978 verscheen The Civilizing Process, in 1982 Het Civilisatieproces en Elias publiceerde een aantal nieuwe titels, onder meer Was ist Soziologie (1970), Ueber die Einsamkeit der Sterbenden in unseren Tagen (1982) en zeer recent nog Studien uber die Deutschen (1989). De late erkenning van zijn werk heeft Elias door de hoge leeftijd die hij bereikte nog volop mee kunnen maken. De laatste tien jaren kwam de erkenning ook in andere landen. Hij ontving prestigieuze prijzen, zoals de Duitse Adornoprijs (1977) de Europese Amalfiprijs (1988) en nog in januari van dit jaar de Italiaanse Noninoprijs. De discussies over de merites van zijn civilisatietheorie gaan nog steeds voort, maar over de paradigmatische functie ervan wordt nauwelijks nog getwist. Zijn theorieen hebben vele onderzoekers geinspireerd en de sociologie van uiteenlopende onderwerpen als staatsvorming, geweld, psychotherapie, kunst, gevoel en moraal is door zijn bijdragen diepgaand beinvloed.