Nieuw museum voor Napoleontische kunst in kasteel van Fontainebleau; Vuurbokken en leeuwen uit het Empire

In 1804 wilde Napoleon zich tot keizer laten kronen, bij welke gelegenheid hij paus Pius VII op het kasteel van Fontainebleau wilde ontvangen. Hier lag een probleem, want het door Francois I in manieristische stijl gebouwde kasteel was na de Franse Revolutie geheel leeg, zodat Napoleon zich genoodzaakt zag om het uitgebreide complex binnen zeer korte tijd te meubileren en te decoreren.

De inrichting die men er nu aantreft draagt nog steeds het stempel van Napoleons snelle actie, al werd het interieur tot zijn val in 1815 aangevuld en verfijnd. Alle karakteristieke empire objecten, van Napoleons troon, bedden en rustbanken tot kleinere siervoorwerpen, staan uitgestald als losse elementen in een entourage die grotendeels uit de manieristische periode in de zestiende eeuw stamt. Want gelukkig zijn deze 'spijkervaste' onderdelen, zoals de decoraties van Primaticcio en Nicolo dell'Abbate voor de Beeldenstorm gespaard gebleven.

De goede empire-kunst komt nu steeds meer in de belangstelling. Daarom is in de Louis XV-vleugel van Fontainebleau een 'Musee Napoleon Ier' ingericht waar de periode 1804-1815, die letterlijk het 'Empire' omvat, in al haar facetten wordt belicht.

Hoofdconservator Jean-Pierre Samoyault schreef een gedetailleerde catalogus over een gedeelte van de eigen collectie. Ter gelegenheid hiervan is deze zomer een tentoonstelling ingericht met pendules en bronzen decoratiestukken uit het Empire en het daaraan voorafgaande 'Consulaat'. Deze presentatie van rijk ogende vergulde sculpturen toont grote eenheid en bewijst hoe verhelderend een grote tentoonstelling over een betrekkelijk klein onderwerp kan zijn. Ingetogen figuren, meestal vrouwen of dieren de eerste in klassieke draperieen gehuld, de andere vaak wild en braaf ogend tegelijk torsen minstens vier armen van een kandelaber, een bloemkrans of ondersteunen een zuil of de voet van een pendule.

Hoewel de objecten in verschillende werkplaatsen zijn gemaakt, is de stijl eenvormig: decoratief klassicistisch met veel stereotiepen. Door al deze kostbare voorwerpen naast elkaar te plaatsen illustreert de tentoonstelling hoe kunstmatig deze Empire-stijl was, en hoe snel de Parijse handwerklieden de bevestiging van de heerschappij van de nieuwe rijken wisten te visualiseren naar de tevredenheid van hun opdrachtgevers. Alle kunsttakken komen hier bovendien bij elkaar. Zo werd bijvoorbeeld ook in brons gewerkt naar ontwerpen van Percier en Fontaine, de architecten van de Arc de Triomphe in Parijs.

Het aardige is dat de tentoonstelling bijna oneindig wordt voortgezet binnen het paleis, waar de objecten zijn opgenomen in het interieur. Glanzende gouden pendules met mijmerende dames en rustende Psyches worden weerkaatst in de spiegels boven de schoorstenen, de van heldhaftige leeuwen voorziene 'vuurbokken' (een open stoof) prijken in donkere haarden en sierlijke lichtarmen duiken op tussen de brokaten draperieen rond de ramen. Het merkwaardige is dat de spreekwoordelijk gemaniereerde decoraties uit de tijd van Francois I niet eens zo slecht passen bij de ingetogen, afstandelijke maar in principe even decadente empire-stijl.