Invalster Jennie Zoer enig lichtpuntje bij de nationalespringruiters

STOCKHOLM, 3 aug. Acht jaar nadat hij zelf deel had uitgemaakt van de 'gouden' Franse springploeg bij het WK in Dublin zag teamchef Patrick Caron zijn Franse equipe gisteren in Stockholm zegevieren. De omstreden Westduitse formatie veroverde het zilver. En dat terwijl de landenstrijd om het wereldkampioenschap zich aanvankelijk leek te ontwikkelen tot een treffen voor outsiders.

De Olympische parcoursbouwer, Olaf Petersen, is er echter de man niet naar het op toevalligheden aan te laten komen. Hij had zichzelf in Stockholm een niet geringe opgave gesteld: hij eiste springvermogen, voorzichtigheid, souplesse, intelligentie, galoppeervermogen en conditie. Petersen zorgde daarmee voor zulke spannende sport dat de wedstrijd van het begin tot het einde was te vergelijken met een meeslepend theaterstuk. Bij de gisteren gehouden landenwedstrijd is Petersen al vast meer dan geslaagd voor zijn eigen test. Alle genoemde ingredienten waren aanwezig, als cadeaus fraai verpakt in de vorm van hindernissen in de meest uiteenlopende kleuren en vormen.

Wat het springvermogen betreft ging het met de meeste paarden redelijk. Ook paarden die het vak nog een beetje moeten leren, zoals Grand Slam van de Brit Nick Skelton, kwamen zonder al te grote problemen door het parcours. Aan voorzichtigheid mankeerde het heel wat vaker. Wanneer het wonderpaard Milton van John Whitaker dezelfde fout op een smal wit hek twee dagen achter elkaar herhaalt, is er toch wel wat aan de hand. Milton had ook al wat schrikachtig gereageerd op grote bloembakken, zelfs de gewoonlijk uitgestreken Whitaker was er even door uit het veld geslagen.

Het Britse springruiterteam kwam er na de eerste manche voorlopig mee op de derde plaats en bij die positie bleef het. Betekende dat voor de Britten een teleurstelling na het Europese goud vorig jaar in Rotterdam, Nederland zou iets voor die plaats gegeven hebben. De hoop op een goede teamprestatie was na het wegvallen van Jan Tops en Doreen wat geluwd, maar uitgerekend invalster Jennie Zoer (pas 20 jaar) zorgde voor het beste Nederlandse resultaat. Jennie Zoer communiceert een stuk beter met haar paarden dan met haar menselijke omgeving. Geremd, stil en verlegen, zo is Zoer in de dagelijkse omgang. Maar zodra ze te paard zit, valt het strakke masker van haar af en is ze vrij, open en een met haar dier. De amazone die het op geen school kon uithouden, maar haar leeftijdgenoten in de sport steeds ver voor bleef, zorgde op indrukwekkende wijze voor het enige foutloze Nederlandse resultaat in de landenwedstrijd.

Springfouten

Dramatisch daarentegen was de eerste rit van Piet Raymakers met Olympic Zamira: zes springfouten. Raymakers had een andere verklaring dan een gebrek aan voorzichtigheid: 'De merrie is uit vorm en heeft onvoldoende conditie. Zij springt alleen goed wanneer ze wat tegen me vecht. Daar had ze nu absoluut geen fut voor. Ik moest elk greintje vechtlust uit haar tenen halen'. Vechtlust had Libero H van Jos Lansink genoeg, maar bij hem mankeerde het weer aan souplesse. Op het moment dat het theaterdoek bijna viel en het Nederlandse springruiterteam geen fout meer kon lijden om de vierde plaats van de openingsdag vast te houden, tikte Libero H met de achterbenen twee balken uit de lepels. 'Last van zijn knieen', zo verklaarde Lansink, 'deze dode slecht verende fiberzandbodem doet daar geen goed aan'.

Daarmee was het gebeurd en eindigde Nederland op de vijfde plaats.