Gesprek met Iris Murdoch in Oxford; Mensen zijn diep endonker en vreemd

Iris Murdoch zit in haar stoel te praten 'als een lieve mevrouw, hoewel met meer gezag dan de meeste lieve mevrouwen'. Als ze met een boek bezig is, lijkt ze onafgebroken aan haar werk te denken, zelfs wanneer ze met haar boodschappenkarretje door de supermarkt loopt. J. J. Peereboom sprak met Iris doch over haar werkwijze, over haar romans en over Plato: 'Een van Plato's ideeen was dat de literatuur de neiging heeft meer belangstelling te tonen voor de slechte natuur dan voor de goede.' What are you going to do in this country? vroeg de vrouwelijke douanier in Harwich. Ik verklaarde dat ik onder meer een romanschrijfster ging interviewen. Wie dan? Iris Murdoch. Wat schrijft die voor romans? Nogal filosofische. Oh... no horror? Nee; wel een beetje, maar niet als hoofdzaak.

Het was aan de vrouw van de douane te zien dat zij de naam van deze romanschrijfster geen plaats in haar geheugen ging geven. Was het verbazend dat zij hem nooit gehoord had? Thomas Mann verbaasde zich niet alleen, hij ergerde zich toen verscheidene passagiers op de boot naar Amerika niet van hem gehoord bleken te hebben. Zonder te verwachten dat mensen boeken zullen gaan lezen hebben schrijvers en lezers de illusie dat sommige namen iedereen op moeten vallen. Niet alleen voetbalenthousiasten weten van Ajax, niet alleen melomanen van Placido Domingo; maar de literatuur trekt blijkbaar minder aandacht.

Eigenlijk was de vrouw van de douane ook een interview waard. Anthony Burgess? Muriel Spark? Graham Greene? Margaret Drabble? Niet van gehoord? Misschien wel van Malcolm Bradbury, die veel aan televisie doet; en verder toch zeker ook, afgezien van de griezelschrijvers, van zo iemand als Jeffrey Archer die net een contract van tussen de 20 en 30 miljoen dollar heeft gekregen bij zijn Amerikaanse uitgever. Aan zulke bedragen komen schrijvers die ernstig genoemd worden op literaire pagina's niet toe: daar zijn zij niet bekend genoeg voor.

Iris Murdoch woont in noord-Oxford, in een van de vele lanen met Victoriaanse huizen in verwaarloosde tuinen. Neem de Banbury Road uit het centrum, sla rechtsaf bij Summertown, loop door tot het verkeerslawaai verstorven is en nog iets verder; dan is het in een laan rechtsaf. Het huis dat zij deelt met haar echtgenoot John Bayley, literair criticus, ligt in de schaduw van de bomen van de voortuin. Achter de voordeur loopt een smalle gang meteen rechtsaf, en voert dan linksaf en nog eens links naar een achterkamer die ook weer uitkijkt op bomen, met een grasveld verderop. Wie de kamers zou willen zien waar zij de meeste van haar werken geschreven heeft moet hier niet zijn. Zij woont er pas een jaar, na meer dan twintig jaar buiten Oxford in een huis dat te bewerkelijk werd; zij is nu eenenzeventig.

Gesloten

Maar daar was zij dan toch zelf. Ik had haar een keer ontmoet, drie jaar geleden op een bijeenkomst in Amsterdam op een bijeenkomst over haar werk die door Richard Todd van de VU georganiseerd was. Zij deed zich toen vriendelijk voor maar maakte een gesloten indruk, omstoven door te veel mensen die over haar wilden praten; de vertolking van haar eigen ideeen over haar werk liet zij grotendeels over aan John Bayley.

Thuis stelt zij zich meer open en praat en glimlacht makkelijker, zonder haar wens te verbergen dat de bezoeker na ongeveer een uur aanstalten zal maken om weg te gaan. Er is in 1987 een portret van haar geschilderd door Tom Phillips voor de National Portrait Gallery, waarvan een van de critici, die het een pronkstuk vond op een tentoonstelling van aanwinsten, schreef dat het erin slaagde aan this plain grey middle-aged English woman de waardigheid te verlenen van een Venetiaanse doge. Plain grey middle-aged! Misschien had hij haar nooit in werkelijkheid gezien.

Zij was een mooie studente, zeggen haar bekenden van vroeger, met een bekoorlijk Iers accent; het verhaal is dat Bayley in een oogopslag liefde voor haar opvatte toen hij haar voorbij zag fietsen uit zijn kamer op zijn college. Die charme heeft zij nog steeds, en haar rossige haar is niet kleurloos grijs geworden. Zij zit in haar stoel te praten als een brede lieve mevrouw, hoewel met meer gezag dan de meeste lieve mevrouwen. Zij geeft geen interviews, zij geeft les, schreef een medewerkster van de Sunday Times die haar vorig jaar interviewde in Londen, maar dat is de halve waarheid. De andere helft is dat zij vragen gaat stellen aan haar interviewer: wat doet hij, wat schrijft hij, wat vindt hij? met zo'n aandachtige belangstelling dat de bezoeker op gang komt over zichzelf, totdat hij denkt: daar zitten wij hier niet voor.

Een van de lessen die zij mij gaf kwam voort uit het gesprek over mijn bezigheden, en betrof het lezen door jonge mensen: dat zij er steeds meer moeite mee hebben. 'Zij kunnen de concentratie niet opbrengen. Zij zijn gewend om van onderwerp naar onderwerp te springen. TV is the demon; daar begint het mee. Ik heb vaak van studenten gemerkt dat zij er niet toe komen om een boek te lezen als het geen verplichte lectuur is. George Eliot, een boek van George Eliot: zij wisten niet of zij dat aankonden. En zelfs Jane Austen: dat zijn zulke dikke romans, misschien volgend jaar! Jonge mensen moeten zich leren concentreren in hun studie; maar dat gebeurt niet. Ik vrees voor de toekomst van de literatuur.'

Supermarkt

Een andere bewoonster van noord-Oxford had mij verteld dat Iris Murdoch wel eens gezien wordt met een boodschappenkarretje in de supermarkt, en hoe zij dan opvalt door in haar gedachten verzonken te lijken terwijl zij af en toe iets van de schappen pakt. Ik had in Amsterdam al de indruk gekregen dat zij onafgebroken aan haar werk denkt als zij met een boek bezig is; dat wil zeggen, altijd, omdat zij aan het volgende begint zodra zij er weer een af heeft. Nee, antwoordde zij, dat valt erg mee: ik doe een hoop andere dingen, het huishouden en uitgaan en deelnemen aan bijeenkomsten en lezingen houden. 'Maar als ik aan het werk ben schrijf ik van zeven uur tot half een, en doe dan iets aan het huishouden en ga even slapen en weer schrijven van vier tot acht, als ik niet ergens heen moet.'

'sMiddags opnieuw schrijven, na al die uren 's morgens? 'Jazeker, maar ik schrijf een boek in zijn geheel in een eerste versie, en dan na het doorgedacht en bijgewerkt te hebben een tweede keer; daarna is het pas klaar om getikt te worden.' Dat verraste mij omdat ik de indruk had dat zij tegenwoordig zo'n zelfvertrouwen heeft dat haar romans in een keer hun definitieve vorm aannemen, en daardoor steeds langer worden. Is het niet waar dat zij in haar vroege werk, in The Bell en The Sandcastle bij voorbeeld, strengere beperkingen oplegde aan haar impuls om door te vertellen? Nee, dat was niet zo. 'Iedere roman bepaalt zijn eigen natuurlijke lengte. Die vind ik onder het schrijven, en die hoort dan zo.' Maar overkomt het haar wel eens dat zij onder het schrijven merkte dat een verder begrip mogelijk is van haar personen en van de betekenis van haar verhaal dan zij had toen zij het bedacht, en dat zij haar plannen wil bijstellen? 'Nou het schrijven speelt zich altijd af in de spanning tussen wat er al was en wat er nog niet is. Daar moet de schrijver tegen bestand zijn. It's a matter of nerve.' Een boek waar ik haar over vroeg was Acastos two Platonic Dialogues, van 1986, dat in de boekhandel terecht in het vak wijsbegeerte gezet zou worden maar de klank heeft van een romangesprek, met een jonge opstandige emotionele Plato en terughoudende Socrates. 'No, no, ' roept Acastos uit, een van de Atheense jongeren die meepraat, 'religion is having an intense attitude and no time off, ' waar alle gespreksgenoten om moeten lachen behalve Plato. Die intense attitude zou het juist zijn om te zeggen dat de personen in haar romans daar vaak naar zoeken, of er niet naar zoeken maar in terechtkomen, door een religieuze ervaring of door een liefde? Jawel, dat zou kunnen maar op karakteristieken van haar werk ging Iris Murdoch niet graag in. Wel op de religie. 'Er is een toenemende belangstelling voor en behoefte aan religie. Niet in de christelijke zin; ik denk dat de theistische godsdiensten weinig kans meer zullen krijgen. Het boeddhisme heeft een betere kans om te blijven bestaan, want het gaat over de beleving van de eenheid van alles. Dat is wat de christelijke mystici ook hadden; de gewaarwording dat every moment is sacred.'

Gevaar

In de andere van de twee dialogen komt Plato's wantrouwen tegen de kunst ter sprake. De kunst is een gevaar voor de filosofie en voor de religie, zegt hij: zij doet zich voor als de hele waarheid en makes us content with something less. In hoeverre zou dat iets zijn dat Iris Murdoch bezighoudt, en misschien bij buien een innerlijk conflict van haar vertegenwoordigt van de voormalige docente in de filosofie van St. Anne's College? Nee, zei zij: een conflict in Plato; hij heeft er allerlei verschillende dingen over gezegd in de loop van zijn werk. 'Een van zijn ideeen was dat de literatuur de neiging heeft om morele waarden te verwaarlozen en meer belangstelling te tonen voor de slechte natuur dan voor de goede. Dat bezwaar vind ik in onze tijd in het bijzonder van kracht. Wat daarbij komt is dat men meer zijn best doet om tegenstanders klein te maken en af te breken. Met dat amorele en die agressie gaan wij de verkeerde kant op; dan ziet Plato beter hoe het moet.' Mijn pogingen om haar met een visie op haar werk te laten instemmen bleven vergeefs. Herkent zij water als een element dat opvallend vaak terugkeert in haar werk, als rivier of kanaal of zee? Niet met overtuiging. 'Het is natuurlijk iets heel belangrijks, water. En ik ben dol zwemmen.'

Dat zeggen ook anderen die het echtpaar Bayley kennen: als zij ergens aankomen gaan zij altijd zwemmen zodra het kan. Zij hebben iets met water; maar de kritiek mag het verder zelf beredeneren. 'It is quite instinctive.' Zo ook de verscheidenheid van liefdesverhoudingen in haar romans. Zou zij het aannemelijk vinden als iemand die tot haar meest markante thema verklaart? 'Is het niet altijd zo? De roman gaat over intense menselijke relaties: dan komt de liefde onvermijdeljk op. Als je het kleine met het grote mag vergelijken, denk dan maar aan George Eliot en Dostojevski en Tolstoj en Proust: die gaan er toch ook over?' De vergelijking met Tolstoj en Proust heb ik eerder gehoord, toen niet van haarzelf maar van John Bayley op de bijeenkomst in Amsterdam. Vermoedelijk is die bij hen in huis alledaags langzamerhand. Waarom zouden wij onszelf geringschatten? Het onderscheid tussen groot en klein hoort er alleen bij als een vorm van tact. Een schrijfster die zich klein voelde zou niet zo nadenkend, met de blik langs haar toehoorder gericht, uitleggen hoe het scheppingsproces werkt: 'Een roman wordt gemaakt uit de diepste gedachten en gevoelens van de schrijver. Precies ophelderen lukt nooit; je begrijpt het zelf niet helemaal. Nee, dat je het niet begrijpt is te veel gezegd. Je kijkt als schrijver samen met de personen in het boek naar het leven dat zich afspeelt.'

En het nauwkeurige kijken is het begrijpen? 'Misschien. Mensen zijn zo mysterieus: strange and deep and dark and alien.'

Persoonlijkheid

Het komt voor dat iemand maar half gelooft in de waarde van Iris Murdochs werk. Polly Toynbee sprak niet lang geleden in de Guardian als vrijmoedige journaliste de verdenking uit dat zij zo'n hoog aanzien geniet meer om haar 'indrukwekkende persoonlijkheid' dan vanwege haar boeken; en er zijn mensen die dat een rake opmerking vinden.

In ieder geval mogen ontmaskeringen overwogen worden, en het is waar dat de romans niet boven alle kritiek en ongeduld verheven zijn; maar wie de meeste ervan kent en zich even van de wereld afsluit om er een paar herinneringen uit op te roepen weet alweer dat Polly Toynbee geen gelijk heeft.

Wel is de persoonlijkheid inderdaad indrukwekkend, zo ingetogen zelfverzekerd. Het is puur uit vriendelijkheid dat zij het eind van een ochtend vrijhoudt om met een vreemdeling te praten. Voor de verspreiding van haar werk heeft zij hem niet nodig, en zij wil altijd zo weinig mogelijk praten over wat er in en achter haar werk schuilt. Wij leven in het interviewtijdvak: iedereen die iets tot stand gebracht of beleefd heeft wordt uitgenodigd op de onafzienbare gezelligheid van de publiciteit, om ontspannen te vertellen hoe het eigenlijk zit; maar vaak zit het eigenlijk niet ontspannen, eerder in an intense attitude and no time off.

Zo is het bij Iris Murdoch. Wij waren nauwelijks begonnen te praten of daar ging de telefoon. Ik hoorde haar in een andere kamer een afspraak maken met een goede bekende, en toen zij terugkwam bleek ons uur al meer dan om te zijn.

Een kwartier later keerde ik terug naar het centrum van Oxford, naar Blackwell's, de boekhandel, met mijn gedachten verdeeld tussen hoe het was en wat er nog meer ter sprake had moeten komen. Iris Murdoch is te groot als onderwerp voor een uurtje. Eigenlijk zouden wij een interview van een week moeten regelen, vijf keer acht uur, met lunchpauzes.

Als ik er een briefje over stuur antwoordt zij vast weer. Zij is bekend om haar beantwoorden van brieven, ook aan lezers die levenswijs advies vragen. Het is heel vriendelijk van u om zoveel belangstelling te tonen, zal zij schrijven; het spijt mij dat het niet kan.