EG zal moeten kiezen tussen een 'klein' en een 'groot' Europa

Het waren geruststellende woorden die de wat op de achtergrond geraakte Westduitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, deze week in het Sovjet-blad Literatoernaja Gazeta aan het adres van de leiders in het Kremlin sprak. Duitsland zal geen op militaire macht berustende staat worden maar allereerst 'een open en verantwoordelijke staat die op samenwerking is gericht'.

Zo zal het nieuwe verenigde Duitsland 'een centrale factor van Europese stabiliteit' vormen.

De Sovjet-Unie zal daarvan voordeel genieten. Spoedig na de Duitse eenwording zal met dat land een uitgebreid verdrag worden gesloten ter bevordering van de onderlinge betrekkingen. Het belang van die overeenkomst stijgt echter boven de bilaterale verhouding uit: gezamenlijk zouden Duitsland en de Sovjet-Unie op alle gebieden beslissende bijdragen kunnen leveren aan de totstandkoming van 'het ene Europa'. De Sovjet-Duitse betrekkingen zullen daarmee 'voor de toestand in Europa meer dan ooit van centrale betekenis worden.', aldus de architect van het Westduitse buitenlandse beleid.

Het zal in dat nieuwe Europa volgens hem niet meer om macht en evenwicht gaan. Deze factoren passen niet in een situatie waarin industriestaten naast elkaar bestaan en van elkaar afhankelijk zijn. Aantallen militairen en wapens en vierkante kilometers verdwijnen naar de achtergrond. Nu moet op een zo breed mogelijke basis worden samengewerkt met als doel stabiliteit op te scheppen.

Genscher: 'Het Europa van de toekomst ontstaat door modern denken en solidair handelen; wie aan ideologische vijandbeelden en verouderde confrontatie- en machtspolitiek wil vasthouden, zal door het leven zelf worden gestraft.'

Als zich in Europa samenwerking ontwikkelt die geen beperkingen kent zal niet de ene partij zegevieren over de andere, maar 'overwint heel Europa zijn deling'.

Dat houdt een gemeenschappelijke zege van het Europese verstand in en zal ook de Sovjet-Unie winst opleveren.

Prioriteit

Genschers opvattingen lijken Valery Giscard d'Estaing, de vroegere Franse president en huidige voorzitter van de liberale fractie in het Europese Parlement, gelijk te geven. Deze stelde in een dinsdag verschenen vraaggesprek met het behoudende dagblad Le Figaro vast dat de Frans-Duitse vriendschap, die sinds 1948 ten grondslag heeft gelegen aan de Westeuropese integratie, aan belang heeft ingeboet. 'Sinds het begin van dit jaar hebben de leiders van West-Duitsland prioriteit gegeven aan twee andere dialogen: de dialoog met de Verenigde Staten over de veiligheid en de dialoog met de Sovjet-Unie over de (Duitse) eenwording'.

Dat moet Giscard aan het hart gaan. Want was hij het niet die tien jaar geleden bij zijn eerste officiele staatsbezoek aan Bonn de boodschap verkondigde dat Frankrijk en de Bondsrepubliek er samen voor moeten zorgen dat 'Europa weer een rol speelt in de grote wereldverhoudingen' ? De nieuwe accenten in de Westduitse buitenlandse politiek beloven volgens hem weinig goeds voor het streven naar verdieping van de eenwording van de Europese Gemeenschap, dat wil zeggen voor de Economische en Monetaire Unie en voor de Europese Politieke Unie. Het feit dat de Westduitsers hun politieke aandacht nu naar het Oosten en het verre Westen hebben verlegd verklaart, zo meent hij, 'waarom het laatste Frans-Duitse voorstel over de Politieke Unie een zo vage inhoud had.' En inderdaad, wie de uitgebreide weergave van Genschers uitlatingen in Literatoernaja Gazeta in de Frankfurter Allgemeine leest, is verrast door het volledig ontbreken van de Europese Gemeenschap in het verhaal. Wel besteedt de minister ruim aandacht aan de paneuropese Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), waarbij ook de Verenigde Staten en Canada betrokken zijn. Hij ziet hier 'grote mogelijkheden', niet alleen op het terrein van bescherming van minderheden en het doorvoeren van de markteconomie maar ook op dat van verkeer, telecommunicatie, ruimtevaart en standaardisatie van normen voor produkten.

Gelijke rechten

Giscard maakt zich daarentegen zorgen over de toekomst van de Europese Gemeenschap, het gedachtengoed van de Fransen Jean Monnet en Robert Schuman, waaraan hij en de vroegere Westduitse bondskanselier Helmut Schmidt zo laat hij niet na te memoreren hun steentje hebben bijgedragen. De EG-landen moeten, zegt hij, spoedig drie vragen beantwoorden: welk Europa willen ze, welke macht moet het krijgen en welke instellingen? Er zal een keuze moeten worden gemaakt tussen de Gemeenschap van de Twaalf, het 'kleine Europa', en het 'grote Europa', waarvan ook de Oosteuropese landen deel uitmaken. 'Bouwen we voor het einde van de eeuw een Gemeenschap van de Twaalf, gebaseerd op de diepgaande overeenkomsten die tussen de landen van West-Europa bestaan, of een paneuropese organisatie? Dat zijn overduidelijk verschillende zaken en die keuze zal op het hoogste niveau moeten worden gemaakt om ons in staat te stellen verder te gaan.' De vroegere Franse president kiest voor verdere verdieping van de Europese Gemeenschap, waarin Frankrijk en Duitsland overigens wel gelijke rechten moeten hebben. Het standpunt van de Westduitse minister is nog onduidelijk. In Literatoernaja Gazeta zegt Genscher dat de ontwikkelingen in Europa, waaraan de Sovjet-Unie en alle CVSE-staten deelnemen, op een nieuwe Europese orde mikken 'die geen verliezers kent maar uiteindelijk alleen winnaars'.

Maar kan de EG in zo'n orde overleven?