De ware koek; Studie van de signifische beweging in Nederland

De wetenschappelijke beweging van de significa onderzocht 'taaldaden' en wilde alle taaluitingen in een systeem onderbrengen. Een beter begrip van de taal zou automatisch leiden tot een beter begrip van de maatschappij. De term 'significa' is afkomstig van Frederik van Eeden. Voor Nederland speelde Van Eeden aanvankelijk de rol die Wittgenstein in Wenen had maar de signifische beweging in Nederland zou ondanks krachtige bemoeienisen van voormannen als Jacob Israel de Haan, L. E. J. Brouwer en Gerrit Mannoury een betrekkelijke geisoleerde groep blijven.

Een weinig coherente beweging met al te hoog gegrepen idealen, dat is het beeld dat van de vroege Hollandse significa naar voren komt uit de imposante monografie van H. Walter Schmitz: De Hollandse significa, een reconstructie van de geschiedenis van 1892 tot 1926. Toch was het deze bij uitstek interdisciplinaire beweging, die onderzoek deed naar 'taaldaden' en die in zijn doelstellingen verwant is aan de Wiener Kreis, die een waardevolle en specifiek Nederlandse bijdrage leverde tot de semiotiek en communicatie-wetenschap.

In 1919 schreef Jacob Israel de Haan, rusteloos literator en jurist, over de significa: 'Wij bouwen thans aan eene wetenschap, die de geheele verstandhouding en alle symbolen-systemen wil betrekken. Empirisch-beschrijvend, verklarend, critisch en scheppend. Een wetenschap, die is de stelselmatige zelfontwikkeling van deeze eene vraag: 'Wat is de beteekenis van Beteekenis'.' Een ambitieus programma, rijkelijk vaag bovendien. Veel preciezer in zijn omschrijving is Gerrit Mannoury (1867-1956), wiskundige en de onbetwiste autoriteit binnen de signifische beweging. Centraal bij hem staat het onderzoek naar taaldaden (gesproken of geschreven woorden, mimiek, gesticulatie, enz.) en de achterliggende psychische verschijnselen. De significus houdt zich op in het grensgebied tussen taalkunde en psychologie.

Het was Jacob Israel de Haan die de signifische theorie in de Nederlandse wetenschappelijke discussie introduceerde. De term 'significa' is echter afkomstig van Frederik van Eeden. Deze literator, medicus, psychiater, filosoof en wereldverbeteraar stond in nauw contact met de Engelse taalkundige Lady Welby en via zijn bemiddeling raakten haar signifische ideeen in Nederland bekend. In 1897 publiceerde Van Eeden Redekunstige grondslag van verstandhouding, de eerste Nederlandse signifische studie. Dit werk kan worden gezien als de exacte tegenhanger van Het lied van schijn en wezen, waarvan het eerste deel in 1895 verscheen. Zorgvuldig wordt Van Eedens signifische ontwikkeling geanalyseerd. Opvallend is Schmitz' bevinding dat de signifische ideeen van de literator Van Eeden, zoals ook neergelegd in De Kleine Johannes III, steeds enkele jaren op die van de wetenschapper en organisator Van Eeden vooruit lijken te lopen.

Poezie

In de Redekunstige grondslag, dat naar Spinoza's Ethica is gemodelleerd, ontwikkelt Van Eeden de stelling dat elke logische verhandeling over hogere of diepere zaken moet uitlopen op absurditeiten en tegenstrijdigheden. Alleen poezie is in staat het psychische tot uitdrukking te brengen: zij beeldt het intuitief gekende direct af met behulp van klank en ritme in de taal, het is daarom het primaat van de poezie de taal te scheppen, te veranderen en te verbeteren. De overeenkomst met Wittgensteins Tractatus Logicus Philosophicus, verschenen in 1922, dringt zich op. Wat de Tractatus hoezeer ook tegen de zin van de auteur aanvankelijk voor de Wiener Kreis was, was de Redekunstige grondslag in versterkte mate voor de vroege signifische beweging.

Na het mislukken van zijn sociale experimenten, waaronder de produktie-cooperatie 'Walden', hamerde Van Eeden in zijn literaire werk en in zijn essays herhaaldelijk op de noodzaak van signifische studies en inzichten. Een zendingsdrang die niet altijd effect sorteerde. Bij de oprichting van de wereldvreemde en idealistische Forte-kring, een internationaal gezelschap waarvan de leden, onder wie Martin Buber en Gustav Landauer, zich als de uitverkoren leiders van een verenigde mensheid zagen de 'Koninklijken van Geest' vonden Van Eedens ideeen weinig weerklank. Nog voor ze goed en wel was opgericht viel de Forte-kring bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uiteen. Maar Van Eeden ging onvermoeibaar door en in het verlengde van de ideeen van de Forte-kring lag het plan uit 1915 om tot de oprichting te komen van een 'Internationale Hogeschool voor Wijsbegeerte' te Amersfoort.

Bij de promotie van Jacob Israel de Haan, in 1915 op het proefschrift Rechtskundige significa en hare toepassing op de begrippen: 'Aansprakelijk, verantwoordelijk, toerekeningsvatbaar.' was Frederik van Eeden paranimf en behoorde L. E. J. Brouwer tot de opponenten. Van Eeden regelde prompt een ontmoeting tussen De Haan en Brouwer op Walden en droeg er zo toe bij dat Brouwer zijn 'fysieke antipathieen' tegenover De Haan overwon. In tegenstelling tot juristen, wier commentaren lovend of nietszeggend waren, was Brouwers bespreking van de dissertatie vernietigend. De Haan erkende de kritiek, verdiepte zich in Brouwers geschriften en raakte onder toenemende invloed van zijn taalfilosofie en intuitionisme. Zonder kennis van Brouwer, concludeert Schmitz dan ook terecht, is de latere De Haan niet meer te begrijpen. In 1919 schrijft De Haan: 'Eene 'beteekenis' is voor de significa, wat een punt is voor de wiskunde. Een woord is een woord-continuum, waarop de oneindige verzameling van zijne beteekenis-punten overal dicht ligt. De beteekenis-punten groeperen en verdichten zich om kernpunten.

'

Collega-juristen wisten niet wat ze lazen. De Haan wilde de rechtstaal verbeteren, 'Betere Taal is beter Recht', en advocaten raadpleegden hem bij het interpreteren van wetsteksten. Al in het jaar van zijn promotie begon hij zijn bemoeienissen voor een professoraat in het strafrecht. Brouwer zag hierin een kans voor de significa op een eigen leerstoel en schreef een gloedvolle aanbevelingsbrief. Ook Mannoury liet zich niet onbetuigd: 'Wat Jaap heeft aangesneeden is wel de ware koek.' De Haan overschatte zijn kansen, te zeer bevond hij zich buiten de dominerende stromingen. Toen hij werd gepasseerd reageerde hij verbitterd. Rechtskundige Significa, dat deels op zijn colleges is gebaseerd, bevatte geen nieuwe inzichten meer. Felle kritiek was er op collega-juristen, wier metafoorgebruik tientallen pagina's achtereen geridiculiseerd werd. Daarmee bewees De Haan de rechtskundige significa geen dienst: zijn agressieve manier van polemiseren weerhield collega-juristen ervan zich serieus met de significa in te laten.

Terugkeer tot de joodse orthodoxie en een jarenlang lidmaatschap van de zionistenbond leidden in 1919 tot zijn emigratie naar Palestina. Brouwer, die zijn hoop op De Haan gevestigd had, reageerde furieus en sprak over 'weglopen naar Jeruzalem'.

Voor het Algemeen Handelsblad, waarvoor hij correspondent was, schreef De Haan een serie artikelen over Hebreeuwse significa. In 1924 werd hij in Jeruzalem slachtoffer van 'de eerste nationaal-joodse politieke moord'.

Onhandig instrument

Frederik van Eeden en L. E. J. Brouwer, wiens plaats in de significa door Schmitz voorbeeldig naar waarde wordt geschat, ontmoetten elkaar in 1915, en er ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Brouwers intuitionistische wiskunde en filosofie staan in direct verband met zijn mysticisme. Al op zeventienjarige leeftijd gaf hij blijk van een subjectief idealisme met solipsistische trekken en beschouwde hij taal als een te onhandig instrument om religieuze ervaringen mee weer te geven.

Deze opvattingen is Brouwer zijn leven lang trouw gebleven. In 1905 verscheen Leven, kunst en mystiek, dat de sleutel tot Brouwers denken bevat, 'een filosofische belijdenis, die de proloog van mijn werk zal zijn'.

Dit boekje werd bij verschijning volkomen genegeerd, niet zozeer vanwege het mysticisme zo ongewoon was de combinatie wiskunde-mystiek aan het begin van deze eeuw niet maar vooral door Brouwers vijandige houding ten opzichte van medemens en maatschappij, zijn krachtige veroordeling van wetenschap, socialisme en vrouwenemancipatie en zijn nietsontziende cynisme. Later kwamen er alsnog reacties. Van Eeden, die Leven, kunst en mystiek pas in 1915 onder ogen kreeg, schreef lovend: 'Deze honderd bladzijden Hollandsch proza zijn wel de machtigste, maar ook de verschrikkelijkste, naar mijn mening, die in deze eeuw zijn gepubliceerd.'

En in zijn dagboek noteerde hij over Brouwer: 'Een sympathiek man, met de aardige kinderlijke manieren van een geniaal mensch. (...) Een fijne, schrandere, vergeestelijkte kop, gladgeschoren, met jonge rimpels.'

Rudy Kousbroek daarentegen, in een serie artikelen in 1982 voor dit Cultureel Supplement, bestreed Brouwers mysticisme, waarbij hij overigens een zeer merkwaardig en betwistbaar vertrekpunt koos: 'Wat mij afkeer inboezemt is de armoede van het mystieke wereldbeeld.' Brouwers proefschrift, Over de grondslagen der wiskunde, verscheen in 1907, op aandringen van zijn promotor Korteweg met weglating van zijn filosofie. Een geval van intellectueel-filosofische lobotomie. Volgens Brouwer leidt het vermogen van het intellect om de wereld wiskundig te bekijken, dat wil zeggen: causale systemen in de tijd waar te nemen, tot de val van de mens. Ook de intuitionistische wiskunde is een daad van het intellect, maar hier blijft zij introspectief en uiteindelijk gelijkgericht met de zelfinkeer. Daarmee heeft Brouwers intuitionistische wiskunde haar vaste plaats op weg naar de mystieke ervaring.

Ook de significus Brouwer ging het om individuele ervaringen en mystieke inzichten, die door de voortschrijdende mathematische beschouwing van de wereld en het leven onderdrukt worden en zo uit de verstandhouding tussen de mensen verdwenen zijn. Door een nieuwe inrichting van de taal, met behulp van de significa, zou deze tegenpool van alle door het intellect beheerste kennis tot zijn recht komen. Daardoor zouden deze meest intieme ervaringen communiceerbaar worden en zou er een wal opgeworpen worden tegen alle dwang, van staatswege en van de samenleving, op de aanspraken van het individu.

De balans opmakend, acht Schmitz het de verdienste van Brouwer dat hij een gezonde basis creeerde voor samenwerking tussen de significi van het eerste uur. Maar zijn mysticisme, zijn zeer persoonlijke stijl en zijn wereldvreemdheid droegen bij tot het wetenschappelijke en sociale isolement waarin de signifische beweging toen verkeerde.

Autodidact

Het was Gerrit Mannoury die door zijn speelse colleges in 1903 Brouwers liefde voor de wiskunde wekte. Na een 32-jarige loopbaan in het onderwijs bracht deze autodidact het in 1917 alsnog tot hoogleraar. Zijn inaugurele rede, en vooral zijn jaarlijks college over de wijsbegeerte van de wiskunde, gebruikte Mannoury om zijn studenten vertrouwd te maken met de resultaten van zijn signifisch werk. Daarmee vond de significa een bescheiden plaats binnen het universitaire curriculum.

Mannoury was een vriendelijke man, een onafhankelijk communist die na de verbanning van Trotsky uit de partij werd gestoten.

Ongetwijfeld heeft hij een blijvende invloed uitgeoefend op het werk van de significi, zijn inaugurele rede bevat tal van ideeen op het gebied van taalanalyse, terminologiekritiek en verstandhouding. Zijn denken kenmerkte zich door psychologisch relativisme. Hij deelde met Brouwer de idee van communicatie als gemeenschapshandeling en van het afbakenen van de significa ten opzichte van semantiek en ethymologie. Ook ontwikkelde hij een theorie van vijf taaltrappen, naar opklimmende abstractie. Het zijn deze bijdragen geweest waaruit zich later de geheel eigen probleemstelling van de Hollandse significa ontwikkelde.

Tijdens een lezing voor de Vereniging voor Wijsbegeerte te Amsterdam bepleitte Mannoury een experimentele benadering van de significa. Daar kwam weinig van terecht: de periode 1892-1926 heeft welgeteld een signifisch experiment opgeleverd. Tijdens zijn college 'de mathematische taal' op 10 oktober 1921 legde Mannoury zijn studenten 26 geselecteerde zinnen voor met de vraag: 'Behooren de proefzinnen volgens uw oordeel tot de mathematiese taal?' Volkomen eens waren de 18 aanwezigen het over '1921-1899=22' en 'Een veulen wordt in Zeeland ' n kaggeltje' genoemd', totaal oneens over 'U hebt gelijk.'

Waaruit Mannoury concludeerde 'dat van enig onbedrieglik kenmerk voor 'wiskunde', dat door alle der zake kundigen instinktief zou worden gevoeld, geen sprake kan zijn'.

Leusden

De Internationale School voor de Wijsbegeerte te Amersfoort is er nooit gekomen. Althans niet in de vorm die Van Eeden en Brouwer voor ogen stond: een elitaire academie in de geest van de Forte-kring. Toen men het bij de voorbereidingen niet eens kon worden en er een conflict rees tussen Brouwer en de theemakelaar Reiman, stapte de groep rond Van Eeden op. De groep Reiman, die een 'gewonere' wijsbegeerte voorstond, richtte vervolgens de ISvW te Leusden op, die nog altijd bestaat.

Ondanks het uitblijven van steun uit het buitenland riepen Frederik van Eeden, L. E. J. Brouwer, Jacob Israel de Haan, Gerrit Mannoury, H. P. J. Bloemers, Henri Borel en L. S. Ornstein in 1917 het Internationaal Instituut voor de Wijsbegeerte te Amsterdam in het leven, met als voornaamste taak de oprichting van een Academie voor signifisch onderzoek. Dit doel bleek te hoog gegrepen. Om financiele redenen ontvingen de zes beoogde Academieleden pas twee jaar na hun benoeming een uitnodiging. Paul Carus was toen al overleden, Gustav Landauer vermoord en Guiseppe Peano reageerde na tweeenhalf jaar, toen er geen Instituut meer was.

Het Amsterdamse Instituut ontwikkelde zich na dit debacle tot workshop voor signifische ideeen, met Mannoury als motor. Maar het meeste bleef onuitgewerkt en van invloed naar buiten was geen sprake. In 1922 stichtten de vier overgebleven leden, onder wie de taalkundige en jezuiet Jacq. van Ginneken, de Signifische Kring. Het elitarisme had inmiddels plaatsgemaakt voor een sfeer van nuchterheid, een Kringbijeenkomst was in de eerste plaats een samenzijn van bevriende heren. De beginselverklaring liet vanwege interne verdeeldheid twee jaar op zich wachten en ging vergezeld van individuele toelichtingen. Zowel De Gids als het Tijdschrift voor Wijsbegeerte weigerden daarop plaatsing. Opnieuw werd er hoog ingezet: op voorstel van Mannoury werden na rijp beraad elf auteurs aangeschreven met het verzoek tot een bijdrage voor de Encyclopaedie der Significa. Twee psychologen verklaarden zich bereid, om vervolgens niets meer van zich te laten horen. Ten teken van intellectuele armoede greep men vervolgens terug op het verleden: oude notulen werden bewerkt tot Signifische Dialogen. In 1926 ging ook de Signifische Kring aan interne verdeeldheid ten onder.

Hier aangekomen, besluit Schmitz zijn diepgaande studie. Maar goed dat het op dat moment nog te vroeg is een oordeel te vellen. De uitwerking door Mannoury van de ideeen van toen, neergelegd in tal van publikaties (Schmitz' bibliografie van de significa komt op 127), leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een brede interdisciplinaire beweging. Populair is de significa nooit geworden. Grondslagenonderzoek tast zekerheden aan, en dat hebben de mensen niet graag. Daar komt bij dat te zeer de nadruk op introspectie heeft gelegen, een meer experimentele aanpak zou de beweging goed doen. Mannoury overleed in 1956, een verlies dat de Hollandse significa niet te boven is gekomen.

H. Walter Schmitz: De Hollandse Significa. Vert. uit het Duits van J. van Nieuwstadt. Uitg. Van Gorcum, 480 blz. Prijs fl. 85, -.