De Auvergne! Eends echte geboortestreek

PIZAY, 3 aug. Wat een stilte! Je kan in Frankrijk met duizenden andere automobilisten uren in de file stoven, op de Autoroute du Soleil bijvoorbeeld, maar ook op verlaten weggetjes de enige toerist zijn. Ik rijd op de Route des Cretes, de D35 die van Aurillac boven het dal van de Jordanne loopt. Figeac en Aurillac liggen al weer achter me, aardige steden, maar vol toeristen in korte broek en met ontbloot bovenlijf. Wel erg veel Eenden gezien, stokoude met verteerde en geplakte daken, maar ook mooie nieuwe. Het is te merken dat ik in het armste deel van Frankrijk gearriveerd ben, de Auvergne, vlak onder de Correze, het land van Chirac. De Auvergnard is tegelijk de Belg en de Schot van Frankrijk, grappen over stommeriken en gierigaards gebruiken hem als doelwit. De heuvels zijn alpine van aard, woest, weiden, weinig bomen en veel koeien. Een land van eigenzinnige herders en met de geur van houtvuren. Zo is ook de stijl van de bandenfamilie Michelin, echte Auvergnards, die in 1934 het failliete Citroen voor een prikje kocht. Geheimzinnig, schuw en op de penning leidden de Michelins hun bedrijf vanuit het hoofdkantoor in Clermont-Ferrand. Het eerste produkt van Citroen onder leiding van het bandenbedrijf was de 2CV, een zuinig, eigenwijs karretje voor de laagste klasse. Een auto uit de Auvergne voor de Auvergnards. Dit is Eends werkelijke geboortestreek.

Bij een cooperatieve zuivelwinkel vraag ik adressen van kaasboeren. Liefst in bezit van een 2CV. Ik krijg er een. Zijn naam ben ik al weer vergeten. Ik moest rechtsaf in het dorp La Gazelle, de D9 op, een zeer kaal hooggebergte door en bij het eerste witte kruis linksaf het weiland in. Met een 2CV schrikken dergelijke opdrachten mij niet af. De auto heet een passepartout te zijn. De omheining bij het witte kruis kan inderdaad open en ik trek en draai het pookje van de Eend omhoog in zijn een. Hup, door het hobbelige weiland heen. Boven, in een smoezelige vrijgezellenboerderij ligt de kaasmaker te ronken, geheel buiten westen van de hitte. Met zijn gesnurk overstemt hij zelfs het geplof van mijn 2CV. Kaas zie ik nergens, hij slape in vrede, kaasboeren genoeg.

In Fayet de Saint-Saturnin vind ik Alfred Clavel, maker van Saint-Nectaire, Cantal en Salerskazen. Hij heeft het erg moeilijk met de hygienische normen van de EG. 'Men is hysterisch over Salmonella en al die andere microben en bacterien. Stadsmensen die hier komen kunnen nergens tegen. Die hebben geen weerstand. Al ze maagklachten krijgen, zeg ik 'wacht maar twee dagen, dan gaan ze wel weg'. Gewoon een kwestie van weerstand in de maag. Brussel wil dat ik een uitrusting aanschaf als voor een kerncentrale. Nou, ik heb na een brand in 1983 al voor 3 miljoen franc geinvesteerd. Het is wel mooi zo. Laat de mensen maar meer de spullen van het land eten dan uit de fabriek.' Clavel vertelt dat er 600 Saint-Nectaire-boeren in de Cantal-streek zijn. 'Maar over vijf jaar zullen er geen 300 over zijn', profeteert hij. Zonder een tegenligger te ontmoeten rijd ik de Gorges de la Sianne door, nog steeds op de D9. Een stil struikroversgebied. Als verrast door een overval stuit ik bij Massiac plotseling op het moderne verkeer van de N9. Ik ben het ontwend, drukte, benzinestank, agressiviteit van verhitte vaders achter het stuur. Ontelbare auto's met caravan. Wegwezen dus. Ik besluit naar de Beaujolais te gaan. De wijn ken ik, maar niet de streek. Namen als Julienas, Fleurie, Saint-Amour bekoren me door hun romantische klank.

Non-stop via Clermont-Ferrand, Thiers, Roanne, Charlieu, Chauffailles en Beaujeu. Uit pure nieuwsgierigheid maak ik een omweggetje via Fleurie. Het valt als fleurig dorp een beetje tegen. Wel een Citroen-streek. Madame Renon van de Citroen-garage vertelt me dat in de jaren vijftig iedereen de 2CV als eerste auto had. 'De wijnboeren reden er de velden mee in en gebruikten hem als prive-auto. De levertijden waren 2 a 3 jaar. Er was geen alternatief. Renault had nog niet zijn R4.'

De beaujolaistreek is steenrijk geworden. In Nederland zijn beaujolais en wijn zelfs bijna identitiek. 'Nu rijden de boeren in een CX of BX en een enkeling heeft in de schuur nog zijn oude 2CV voor het werk op het land staan', zegt garagiste Renon. Mooie research voor de volgende dag, denk ik. Laat arriveer ik in het chateau de Pizay. Residence du Silence. Eenzaam ligt het tussen de wijngaarden. De zon staat laag en geen landschap in Frankrijk is zo mooi als wijnpercelen in het late strijklicht, heuvel op, heuvel af, met hun golvende regelmaat van de volle groene ranken. Ze mogen in de Elzas, de Graves, of de Beaujolais liggen, schoonheid is gegarandeerd. Chateau de Pizay is een goed adres voor witte beaujolais, maar nog heerlijker voor een openluchtdiner op de cour, tussen de middeleeuwse muren, poorten, kerk en donjon. Ik plof neer naast een bruinverbrande mijnheer, die goed Frans met een Hollands accent spreekt. Hij zegt dat hij juist uit Amsterdam komt en ik vertel hem dat ik de enige op dit chateau ben die in een Eend rijdt. Zijn bruine bol heeft hij opgelopen in Georgie, Rusland. Hollanders vind je overal, met of zonder Eend.

Voor het slapen gaan proef ik op mijn chateaukamer een stukje Salers-kaas van Clavel uit Fayet de St-Saturnin. Prima smaak. De volgende ochtend word ik gewoon weer levend wakker. Weerstand in de maag dank zij het goede Franse landleven, dat al meer dan een week duurt. Dit is de zevende aflevering over de teloorgang van de Lelijke Eend. De vorige verschenen op 26, 27, 28, 31 juli en 1 en 2 augustus.