Daimler voor 14 procent in bezit Koeweit

ROTTERDAM, 3 aug. De Westduitse regering heeft met ingang van vandaag de bezittingen van Koeweit in de Bondsrepubliek bevroren om te voorkomen dat ze in Iraakse handen vallen. Tevens is besloten een einde te maken aan de uitvoer naar Irak en aan de verlening van kredietgaranties voor de uitvoer naar Irak.

Koeweit heeft in het verleden veel in de Bondsrepubliek geinvesteerd. De waarde van de Koeweitse investeringen loopt in de vele miljarden. Zo bezitten investeringsbedrijven die onder directe controle van het ministerie van financien van Koeweit vallen vooral het in Londen zetelende Kuwait Investment Office (KIO) veertien procent van de aandelen in de grootste Westduitse onderneming, het automobielbedrijf Daimler-Benz AG. De Koeweiti's hebben een aandeel van twintig procent in de chemische groep Hoechst AG. Daarnaast controleren de Koeweiti's twintig procent van Metallgesellschaft AG en vermoedelijk rondom tien procent van de supermarktketen ASKO. De Kuwait Foreign Trading Contracting and Investments Company heeft zich onlangs met het doel van nieuwe grote investeringen verbonden met de Berliner Bank. De lijst is daarmee verre van volledig. De afgelopen maanden heeft het zwaartepunt van de investeringen van Koeweit zich overigens verplaatst naar Frankrijk en Spanje. Vorig jaar voerden de Westduitsers voor 860 miljoen mark uit naar Koeweit en kochten er voor 298 miljoen mark.

Met het bevriezen van de Koeweitse bezittingen volgt de Westduitse regering de oproep van de Amerikaanse president Bush, die gisteren eenzelfde besluit nam. De Westduitse beslissing betreft alleen Koeweit en niet Irak. De Duitsers willen in EG-verband een beslissing nemen over stappen tegen Irak. In regeringskringen in Bonn wordt betreurd dat Groot-Brittannie gisteren al het besluit bekend heeft gemaakt sancties tegen Irak te nemen. Bonn had liever gezien dat hierover in gezamenlijk overleg met de EG-partners besluiten zouden zijn genomen. Volgens waarnemers in Bonn opereren de Duitsers voorzichtig om de nauwe handelsbetrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de Arabische landen niet in gevaar te brengen.