Asielzoekers murw van hitte

HEUMEN, 3 aug. Om '18.00 uur scherp' droeg kapitein E. J. Sipma van de 647ste Werktroepen-compagnie gisteren in het tijdelijke tentenkamp voor asielzoekers Heumensoord bij Nijmegen het commando over aan vertegenwoordigers van het ministerie van WVC. Na precies elf dagen stootte het leger 'de oneigenlijke taak van het onderbrengen van asielzoekers' af en keerden de ruim veertig soldaten terug naar hun kazernes.

Het 'commando' is nu in handen van directeur J. G. van der Kaap. Deze voormalige welzijnswerker, die in zijn vrije tijd een managementcursus heeft gevolgd, is door WVC via het Nijmeegse uitzendbureau Topstart aangezocht voor de dagelijkse leiding in het kamp, waar nu 300 asielzoekers verblijven.

Sipma kijkt tevreden terug op de afgelopen week, die voor hem op maandagochtend om 08.45 uur stormachtig begon. 'Ik werd gebeld door de kolonel, of ik nog niet op vakantie ging. Nee kolonel, antwoordde ik. Dan ben je nu benoemd tot kazernecommandant van het kamp Heumensoord, zei hij. Een uur later diende ik mij te melden voor de eerste stafvergadering in het kamp', zo zegt Sipma, die het werk van de afgelopen week 'dankbaar' noemt.

De organisatie van het kamp, een week tevoren bivak voor 8.000 militaire deelnemers aan de wandelvierdaagse, werd met militaire efficientie aangepakt. Het kamp werd gebombardeerd tot kazerneterrein, met bijbehorende faciliteiten, inclusief een hek. 'Niet om de mensen binnen te houden, maar juist om vreemden buiten te houden', zegt een legerwoordvoerder, zeer ongelukkig met de aandacht die dat hek, een paar rollen prikkeldraad, in de pers kreeg. 'Een hek is voor het leger prikkeldraad', legt hij uit. 'Dat werkt perfect. Je rolt het zo uit en als het niet hoog genoeg is gooi je er gewoon een rol overheen.'

Maar de plaatjes die dat op de televisie opleverde deden het Provincaal Militair Commando besluiten het prikkeldraad weer op te rollen en 'burgerhekken' te plaatsen.

In het kamp is het niet te harden. Het plaatselijke brandweerkorps heeft de brandslangen uitgerold, voor noodgevallen. Door de tropische hitte houden de asielzoekers het nauwelijks uit. Het kamp ligt in een kurkdroog bos aan de rand van Nijmegen en wordt geteisterd door een wespenplaag. In de directe omgeving zijn dertig nesten geteld. Stil zitten is slechts vol te houden als tegelijk met de armen wordt geklapwiekt.

Het kamp Heumensoord wordt bevolkt door vluchtelingen van diverse nationaliteiten. De asielzoekers uit Afrika weten zich iets beter aan de hitte aan te passen en slapen. Zij komen pas 's avonds tot leven. De vluchtelingen uit het Oostblok voornamelijk Roemenen en Polen hebben het moeilijker en klagen in de avond over 'die luidruchtige zwarten uit Afrika'. Het vertrek van het leger uit Heumensoord stelt het ministerie van WVC voor een gigantische opgave. Met behulp van particulieren probeert men de geoliede organisatie van het leger te evenaren. Zowel voor het schoonmaken, eten als de beveiliging zijn particuliere bedrijven ingeschakeld.

De stroom van asielzoekers naar Nederland neemt overigens nog steeds toe. Volgens cijfers van het ministerie van justitie kwamen in 1988 7.500 en in 1989 14.000 nieuwe asielzoekers Nederland binnen. In de eerste twee kwartalen van 1990 zijn dat er al 8.808. Daarvan werden in 1988 9.638 aanvragen in behandeling genomen en 'in eerste aanleg beslist'. In 1989 12.429 en dit jaar 6.795. Slechts een kwart van al deze beslissingen valt voor de asielzoeker positief uit. Justitie wijst driekwart van de aanvragen tot verblijf in Nederland af. In de meeste gevallen wordt dan door de asielzoeker een beroepsprocedure gestart.

Maar ook een steeds groeiende groep asielzoekers 'trekt de aanvraag tot verblijf in of wacht de beslissing van het ministerie niet af', zoals dat in justitiele kring wordt genoemd. Deze asielzoekers verdwijnen in het niets, duiken onder of proberen hun geluk in een ander Europees land. 'Asiel-shopping' wordt dit fenomeen genoemd. Vorig jaar waren dat er 2.205 en in de eerste twee kwartalen van dit jaar al 1.914. Een ander merkwaardig verschijnsel is dat een groeiend aantal asielzoekers gewoon 'zoek' is. Anders is het verschil in aantallen tussen de opgave van Justitie en die van WVC die met daadwerkelijke opvang is belast, niet te verklaren. Justitie zegt dit jaar 8.808 asielzoekers te hebben begroet terwijl WVC er slechts 6.795 huisvest. 'Je hebt met dergelijke aantallen altijd een stukje ruis waaruit mensen verdwijnen', verklaart een WVC-woordvoerder dit fenomeen. Een andere verklaring die de ronde doet is de volgende: een asielzoeker meldt zich in Frankrijk en zijn aanvraag tot verblijf wordt daar in behandeling genomen. In afwachting van een beslissing bezoekt hij Nederland voor een korte vakantie en meldt zich ook hier als asielzoeker. Daardoor spaart hij de kosten voor verblijf en logies volledig uit en verblijft in een centrum voor asielzoekers. Na een paar weken keert hij weer terug naar Frankrijk.