Archeologische wandelingen door Nederland

Op allerlei plaatsen in Nederland zijn restanten van bewoning uit vroeger eeuwen te vinden, maar meestal loopt men er onwetend aan voorbij.

Joost Vermeulen zette drie wandelingen uit: een over de Veluwe, langs grafheuvels waarvan de oudste uit het neolithicum stammen; een bij het Limburgse plaatsje Stein waar opgravingen uit de tijd van de Bandkeramiekcultuur (ong. 4000 v. Chr.) te zien zijn en een langs de geheimzinnige Zeeuwse 'vliedbergen' op Walcheren.

LA = linksaf RA = rechtsaf RD = recht door Op de stille grafheuvel (Wandeling 1: Garderen) Vrijwel iedereen kent de hunebedden, maar dat er verspreid over het hele land nog ruim 1000 andere prehistorische overblijfselen te vinden zijn, weet bijna niemand. De meeste van deze monumenten zijn grafheuvels, of tumuli. Van de 1000 zijn er volgens de laatste telling 634 te vinden op de hooggelegen zandgronden van de Veluwe, de overige liggen verspreid over zeven andere provincies. Alleen in Zeeland, Groningen en Zuid-Holland komen ze niet voor.

Grafheuvels zijn heuvels die opgeworpen zijn over een graf, of waarin een graf werd uitgespaard. Tussen de ruim 640 Veluwse grafheuvels bestaan onderling enorme verschillen, zowel wat betreft ouderdom, vorm als inhoud. Sommige bevatten de resten van een enkele dode, in andere trof men meer bijzettingen aan (tot ruim 20 verschillende graven in een en dezelfde heuvel). In sommige grafheuvels werden grafgiften gevonden, in andere alleen maar het lichaam of de crematieresten. Grafheuvels werden dikwijls omgeven door een ringsloot of paalkrans of ze bestonden uit aarden heuvels bovenop een gewoon vlak graf. Soms ligt een enkele grafheuvel op een verlaten plek maar vaak liggen ook meer heuvels in een cluster bij elkaar. De oudste bekende grafheuvels stammen uit de periodes van de zogenaamde bekerculturen; de standvoet- (3100-2500 v. C.) en de daarop volgende klokbekercultuur (2700-2100 v. C.), de culturen van de eerste Neolithische bewoners in deze streek. Zij waren ook de eersten die het natuurlijke landschap van de Veluwe bewerkten.

Ook in de latere Bronstijd blijft de grafheuvel de belangrijkste manier van begraven. In die periode neemt de bewoningsdichtheid op de zandgronden, vooral op de Veluwe, flink toe. De meeste grafheuvels stammen dan ook uit de Bronstijd en zijn wat geprononceerder van vorm. Deze heuvels liggen vaak op markante plekken in het landschap. Oudere grafheuvels (uit het neolithicum) worden in deze periode soms opnieuw gebruikt en opgehoogd (overigens gebeurde dit in het neolithicum zelf ook al). De jongste grafheuvels stammen uit de late Bronstijd (1200-700 v. C.) en de vroege IJzertijd (700-600 v. C.). Deze heuvels zijn doorgaans veel kleiner dan hun voorgangers en liggen meestal in groepen bij elkaar. Omdat de begravingen toen vrijwel uitsluitend bestonden uit in urnen bijgezette crematieresten noemt men dergelijke verzamelingen kleine grafheuveltjes meestal urnenvelden. Soms werd een urnenveld aangelegd rondom een bestaande grafheuvel en ook in deze periode werden weer oudere heuvels hergebruikt. In neolithische grafheuvels benoorden het dorp Heerde werden resten van urnbijzettingen gevonden.

Rondom Garderen ligt een groot aantal grafheuvels waarvan de bekendste groepen gevormd worden door de heuvels aan de Peppelseweg, maar vooral door die van de Bergsham. Van de 5 heuvels die daar liggen zijn er in 1934 door A. E. van Giffen drie geheel onderzocht. Ze bleken alledrie te dateren uit de Bronstijd en bevatten resten van zowel crematies als lijkbegravingen. In een van de heuvels zijn resten van meer dan 20 verschillende begravingen geteld. De wandeling die hier wordt beschreven voert langs enkele heuvels en heuvelgroepen. De heuvels ten noorden van Garderen zijn vermoedelijk neolithisch, die langs de Peppelseweg en bij Bergsham stammen dus uit de Bronstijd. De grafheuvel die vlak voor de Hoge Boeschoterweg ligt laat duidelijk de sporen zien van onoordeelkundig onderzoek (grafroof?) dat in de jaren dertig heeft plaatsgevonden. Tegenwoordig vallen alle grafheuvels onder de monumentenwet. Deze verbiedt elke vorm van graafwerk. Sommige zijn gerestaureerd en van een markeringsteken voorzien.

ROUTEBESCHRIJVING Kaartblad serie 1: 25.000 Garderen 32F. Lengte ongeveer 19 km.

Beginpunt Cafe-Restaurant De Bonte Koe in Garderen. Vanaf cafe LA. Bij ANWB wegwijzer 2168 RD richting Putten. Bij vork LA, Putterweg. Direct RA Harderwijkerweg. RD tot het einde van het dorp. Verhard bospad kruisen. RD het bos in. Almaar RD 2,5 km. Alle zijwegen negeren. Direct na de 4e viersprong roodwit geblokte paaltjes waar aan de linkerkant het rustgebied van de edelherten begint, ligt aan de rechterkant de eerste grafheuvel recht tegenover bord 'Rustgebied edelherten'. Terug naar de laatste kruising (50 m.) daar RA. Daarna eerste pad RA. De tweede grafheuvel ligt dan aan de rechterkant na ongeveer 100 meter in een uitgedund dennebosje. Moeilijk te herkennen.

Terug naar de laatste kruising. Daar RD. Afslagen negeren. Bij ANWB paddestoel RA. Op eerste viersprong RA. Brede kruising RD. Nogmaals bij brede kruising RD. Ongeveer 2 km rechtuit. 100 meter voorbij paaltjes met de getallen 110 en 111 de volgende groep grafheuvels, de zogenaamde 'koebergjes' aan de linkerkant van de weg (ongeveer 20 meter van het pad) begroeid maar wel goed herkenbaar.

Verder rechtuit asfaltweg kruisen. Bij zandpad met fietspad RA. Bij paddestoel 20830 LA Arnhemse karweg. Fietspad volgen tot de Kolthoornseweg RA. Eerste kruising LA Drosteweg. Bato's weg kruisen. Direct na een flauwe bocht gaan 2 smalle paadjes naar links bij paaltje 217 , aan de rechterzijde van deze parallel lopende paden liggen na ongeveer 100 m in het bos drie grafheuvels (moeilijk te herkennen omdat ze begroeid zijn). Terug naar de zandweg. LA. Verder RD, 2 kruisingen passeren daarna LA, nog voor dat men bij een huis uitkomt. Smal pad, bordje van staatsbosbeheer markeert dit punt. Pad komt uit op een ruiterpad, RD, afslagen negeren. Bij het begin van het rustgebied voor edelherten RA. Almaar RD, het rustgebied blijft verder aan de linkerhand liggen. In dit bos bevinden zich ook nog een 5-tal grafheuvels die niet te bezichtigen zijn. Aan het einde van het pad LA ruiterpad wandelpad kruisen. 100 m. na die kruising brede zandweg, daar LA, aan het einde daarvan weer LA asfaltweg Traa. Voorbij de Pauwenhof RA. Deze zandweg met fietspad volgen tot aan de Hunneweg daar LA. RD over het erf van een boerderij. Direct na het erf RA langs een korenveld. Aan het einde over een hek via een grote steen daarna RD het bos in. Afslagen negeren. Aan het einde komt men op een zandweg met fietspad, daar RA. Na 100 meter aan de rechterhand een 2 meter hoge, zwaar beschadigde grafheuvel de sleuven die bij de opgravingen omstreeks 1930 zijn aangebracht zijn nog goed te zien. Loop nu terug in de richting waar u vandaan kwam tot paddestoel 2013 daar RA richting Garderen. Na ongeveer 1,5 km aan de rechterhand in een open heideveld 5 grafheuvels, de heuvels van Bergsham. Zeer duidelijk herkenbaar. RD over de Hoge Boeschoterweg naar Garderen. 500 m. na de laatste grafheuvels van Bergsham ligt naast de ingang van huis De Terp aan de Boeschoterweg no. 39 nog een klein grafheuveltje begroeid maar nog wel herkenbaar eindpunt tenslotte Garderen.

Sporen in het asfalt(Wandeling 2: Stein)Op een ouderwetse schoolplaat, getiteld 'De eerste landbouwers van ons land'. stond een langgerekt houten huis afgebeeld met een rieten dak, en slechts een grote opening in het midden. Naast de deur stond een man gehuld in eenvoudige kleding. Zijn speer had een stenen punt. Naast het huis was een soort van kraal te zien met daarin dieren die op koeien leken. Op de achtergrond nog meer langwerpige huizen, uit een ervan kwam rook via een gat in het dak en nog net in de hoek tegen een bosrand aan, de kleine omheinde veldjes met graan.

Wat mij als kind intrigeerde was dat huis. Een langwerpig bouwwerk met een dak van takken en stro: geen ramen en dan die ene opening die naar het duistere binnenste voerde. Op mijn vraag hoe men zo goed wist hoe die huizen er toen uit zagen, zei de onderwijzer: 'Door opgravingen'. In dezelfde tijd dat ik mij hierover verbaasde, werd in de omgeving van Stein en Elsloo door een archeologisch team onder leiding van prof. P. J. Modderman een aantal nederzettingen van deze eerste landbouwers opgegraven. Nederzettingen van de zogenaamde bandkeramiekcultuur. Na de beeindiging van het werk is op het schoolplein van de St. Jozefschool in Elsloo de plattegrond van een van de woningen bewaard. Door kleuren in het asfalt kan men daar nu nog de plattegrond van die huizen zien.

De bandkeramiekers woonden in lange houten huizen. Alleen waren de zijkanten niet helemaal van hout, zoals op de plaat, maar bestonden ze uit een aantal palen waartussen een wand was gemaakt van takken en stro, afgewerkt met leem.

De wandeling rondom Stein staat min of meer in het teken van de bandkeramiek. Hier op de oostoever van de Maas hebben de bandkeramiekers zich omstreeks 4000 voor Christus gevestigd en zowel in Stein zelf als in Elsloo zijn sinds het begin van de jaren zestig sporen van hun activiteiten gevonden. De wandeling begint bij het archeologisch reservaat. Dit gebouw, waarin ook een klein museumpje is gevestigd, is opgetrokken rondom een megalitisch grafmonument. Dergelijke monumenten komen verder alleen in Noord-Nederland voor in de vorm van hunebedden. Tijdens een opgraving in 1963 stootte men op ongeveer 70 cm diepte op een verzameling kleinere en grotere veldstenen. Deze bleken van jonger datum (ongeveer 2800 v. C.) dan de daaronder gelegen bewoning uit de periode van de bandkeramiek (ongeveer 4000 v. C.). De kleine stenen vormden de vloer van het graf, de grote stenen markeerden de overgangen tussen het portaal (aan de noordzijde) en het feitelijke graf en die tussen de voor- en achterkamer van het graf. In tegenstelling tot andere megalitische graven is dat in Stein niet opgezet en afgedekt met grote stenen. De paalgaten die aan de zijkant werden gevonden, suggereren eerder dat de bovenbouw van hout en ander vergankelijk materiaal was vervaardigd. In het graf is geen sprake geweest van lijkbijzetting maar van het bijzetten van crematieresten.

Vlak nadat men Elsloo is binnengewandeld ligt aan de linkerhand het lokale museum, waar allerlei opgravingsvondsten liggen uitgestald. Tussen Stein en Elsloo ligt nog de ruine van het kasteel van Stein. Van dit slot uit de 14de eeuw is alleen de donjon (verdedigingstoren) nog over. Uit de begintijd van de heerlijkheid Stein stammen ook de wallen. Het laatste deel van de wandeling voert langs het zuidelijke segment daarvan. Op de kaart zijn de wallen duidelijk te zien zodat men zich een idee kan vormen van de omvang van het gebied dat binnen deze omwalling was gelegen. Aan de westkant werd de heerlijkheid begrensd door de rivier de Maas. Helaas vormen de wallen nu geen aansluitend geheel meer; een deel heeft plaats moeten maken voor de auto. ROUTEBESCHRIJVINGKaartblad serie 1: 25 000 Sittard 68D. Lengte ongeveer 14 km.

Het archeologisch reservaat is volgens de informatie gedurende de zomerperiode dagelijks geopend van 2 tot 4; de ervaring leert dat dat toch niet altijd het geval is. Voor alle zekerheid kan men het beste eerst even een afspraak maken. Telefoon: 04495-2850. Het museum in Elsloo is te vinden: op den Berg no. 4-6, geopend dinsdag en donderdag van 13-16 en zondag van 14-17 uur. Stein is gemakkelijk te bereiken met de bus vanaf Sittard.

Uitgangspunt het archeologisch reservaat aan het Schepersgat 6 in Stein.

Vanaf de uitgang van het reservaat LA Hoppekampstraat. Einde LA, Keerend. Direct RA, Kapelbergweg. Langs de kapel naar rechts de weg volgen. Vrij snel na de bocht trapje af (rechterkant van de weg). Beneden bij de bron pad volgen. Eenmaal terug op de asfaltweg, die volgen tot aan het kasteel. Kasteelterrein op. LA brug over en RA rondom de ruine; men komt dan weer op hetzelfde punt uit. Kasteelterrein weer af dan LA. Weg volgen tot aan de dijk. Daar over het bruggetje en op de dijk RA. Langs de dijk naar de brug. Onder de brug door en dan rechts omhoog. Brug oversteken en aan de andere kant van het kanaal LA, richting Elsloo. Kanaal volgen, onder de snelweg door. Volgende brug weer oversteken. Direct daarna naar beneden en nog 200 meter het kanaal volgen. Bij bordje fietspad LA. Direct daarna weer LA het dorp Elsloo in. Berg op (men passeert dan het streekmuseum), oversteken. Almaar RD tot aan een plein annex parkeerplaats. Daar links aanhouden langs de kerk (bordjes Maasland centrum volgen). Rechts de bandkeramiekerstraat. Op de binnenplaats van de St. Jozefschool (aan de rechterkant) heeft men op de speelplaats de plattegrond van een daar opgegraven woning uit de tijd van de bandkeramiek in het asfalt weergegeven. Verder RD, kruis de brug, de Witstraat. RD, Heideveldstraat. Aan het einde LA. Dross. de Sauvestraat. Na 50 m. RA zandweg. Bij de laatste huizen links aanhouden, smal pad, gaat over in holle weg. RD tot aan de asfaltweg daar RA. Na 50 m weer RA. Drukke weg oversteken en weer RA van Praagstraat (parallelweg). 50 m. voorbij de Merodeweg. LA zandweg. Men volgt nu een km lang de zuidelijke helft van de ringwal van de voormalige heerlijkheid Stein LA. Bij asfaltweg LA. Onder de snelweg door en dan oversteken en LA. Langs de tennisbanen terug richting Stein.

Het geheim van Zeeuwse bergen(Wandeling 3: Zeeland)De vlied- of vluchtbergen waarvan er in Zeeland nog ongeveer 40 zijn, vormen net als oude dijklichamen, watergangen en dorpskernen karakteristieke landschapselementen waarin de geschiedenis van Zeeland tot uiting komt.

Wanneer en door wie werden deze merkwaardige uit het vlakke landschap oprijzende heuvels opgeworpen? Waren het de plaatsen in het nog onbedijkte land waar de schaapherders hun toevlucht zochten tijdens hoogwater? Hebben op deze heuvels mensen gewoond? Waren het begraafplaatsen, of brachten nog onbekende bewoners hier hun offers? Over de functie en het ontstaan van de vliedbergen hebben in de loop van deze eeuw de vreemdste theorieen de ronde gedaan. Zo is zelfs serieus betoogd dat zij de wegwijzers vormden voor de Phoenicische zeevaarders die op hun tochten naar de tin-eilanden (Engeland) ook deze streken aandeden.

Archeologisch onderzoek, in het bijzonder dat van de Zeeuwse archeoloog J. A. Trimpe Burger, heeft aangetoond dat deze kunstmatige, door grachten omringde heuvels oorspronkelijk een krijgskundig doel hadden. Bovenop de heuvels stonden verdedigingstorens, omgeven door houten palissades. Op vliedbergen zocht men dus wel zijn toevlucht, maar niet zoals dikwijls beweerd wordt, tegen de kracht van de elementen, maar tegen het geweld van de vijand. De vliedbergen lagen dan ook allemaal binnen de oudste omdijkte gebieden of in een gebied waarop het getij geen invloed had. Het archeologisch onderzoek wijst ook uit dat alle Zeeuwse vliedbergen stammen uit de 12de en 13de eeuw. Omstreeks die tijd begonnen de bewoners van de grotere boerderijen hun bezittingen te verdedigen. Vlak bij de boerderijen, soms zelfs op een woonterp of binnen een nederzetting (zoals bij het dorp Biggekerke) wierp men een heuvel op waar dan weer een toren op werd gebouwd. Aanvankelijk waren die torens van hout maar vanaf de dertiende eeuw werd meer en meer in steen gebouwd. De grond uit de gracht die er omheen werd gegraven, werd gebruikt bij het ophogen van de heuvel. Een trap of brug verbond de kasteelberg, want dat werd het steeds meer, met de voorhof. Door veranderende strategische inzichten verloren vliedbergen echter al snel hun militaire betekenis. Vanaf de 14de eeuw werden ze niet meer opgeworpen. Enkele van de oudere werden omgevormd tot echte kastelen, zoals fort Baarland. De overige bleven slechts kale heuvels in het landschap. ROUTEBESCHRIJVING Kaartblad 1: 25.000 Walcheren. (Samenstelling van dekaarten 42D, 48A, 48B, 48B, 48C en 48D)Lengte ongeveer 10 km.

Uit Koudekerke de Middelburgsestraat richting Middelburg. Na het passeren van de dorpsgrens de eerste straat LA, Meinesweg. Na de eerste kruising ligt aan de rechterhand de eerste vliedberg. Vrijwel gaaf, ruim 7 m. hoog. In de verte, ten N. O. van deze heuvel, ligt nog een tweede, iets kleinere. RD, over een watergang tot aan de kapel van Hogelande. Na kapel LA. Na ongeveer 1 km ligt bij het gehucht Krommenhoeke opnieuw een vliedberg. Deze heuvel en het omringende terrein vormen sinds een aantal jaren een natuurmonument. Hogelandseweg blijven volgen tot aan kruising met een bredere weg. RA, Biggekerke in. Direct na de entree van het dorp, een vliedberg aan de linkerkant. Op het fraaie kerkplein LA, Schuitvlotstraat. Na honderd meter aan de rechterkant een schuur met opschrift Gemeentewerken. Achter deze schuur, van de weg af onzichtbaar, ligt de tweede vliedberg van Biggekerke. Schuitvlotstraat verder RD tot Oostweg LA. Weg volgen langs de molen tot aan de Noordweg, daar RA. Bij kruising RD. Weg volgen tot in Koudekerke.