OVERZICHT VAN TIEN JAAR FRANSE VORMGEVING; Van kinderachtigetafels tot gedistingeerde kasten

In Frankrijk is 'Design' al tien jaar geinstitutionaliseerd. Jonge ontwerpers vallen er niet in een diepe kuil van onbeteugeld experimenteren zodra ze hun diploma aan een kunstacademie hebben behaald. Iemand met een goed idee voor een stoel maakt gewoon een afspraak met designpromotor VIA (Valorisation de l'Innovation dans l'Ameublement) en met een beetje geluk krijgt zijn ontwerp een plaatsje in een van de vele brochures en catalogi die deze gesubsidieerde organisatie jaarlijks uitgeeft en verspreidt onder potentiele producenten.

De Franse Getalenteerde Ontwerper heeft het voordeel dat hij zich alleen nog om zijn creativiteit hoeft te bekommeren. De contacten met producenten worden hem uit handen genomen, en zijn meubelstuk weet zich verzekerd van de aandacht van de pers en van een plek op de drie belangrijkste beurzen in Keulen, Milaan en Parijs. Of allegeselecteerde ontwerpen werkelijk die koninklijke behandeling waard zijn en of Frankrijk inderdaad de inmiddels verworven officieuze titel van Tweede Designland (na Italie) verdient, blijft de vraag. Vast staat dat de Fransen zich in korte tijd moeiteloos met een wolk van avantgarde hebben omgeven. Dat hebben ze in de eerste plaats te danken aan het designminnend publiek en aan media-manipulator Philippe Starck, de architect-ontwerper die bijna maandelijks een nieuw hotel of restaurant ontwerpt. Zijn oude spijkerjasje heeft hij inmiddels verwisseld voor perfect gesneden Italiaanse couture, maar zijn opmerkingen zijn nog altijd even (quasi) shockerend. (Tijdens het Franse partijtje ter gelegenheid van de Biennale in Venetie riep hij: 'ik laat hier een wc-bril zien omdat ik dat interessanter vind dat een gebouw. Of ik nu een wc-bril, een asbak of een gebouw voor Frankrijk maak, voor mij is het allemaal een pot nat.').

Met hetzelfde gevoel voor effect en nietgeplaagd door enige vorm van bescheidenheid heeft VIA ter gelegenheid van haar tienjarig bestaan in het Musee des Arts Decoratifs een tentoonstelling ingericht met de door haar geinitieerde ontwerpen. Andree Putman (de mega-sterontwerpster en voormalig medewerker van Eileen Gray die zelf nooit een beroep op de organisatie heeft hoeven doen) richtte de tentoonstelling in met theatraal verlichte decors, in de vloer verzonken televisieschermen en nissen waarin de meubels volop kunnen schitteren. De Franse stoel, de Franse tafel en dito bank hebben een wonderbaarlijke evolutie doorgemaakt. In slechts tien jaar veranderden zij van Memphis-epigonen tot intelligente ontwerpen met een eigen stijl. Vreemd genoeg zijn het juist de epigoon-ontwerpers van toen die nu de zelfbewuste, geraffineerde meubels maken. Olivier Gagnere bij voorbeeld, timmerde aan het begin van de jaren tachtig nog een kinderachtige tafel waarvan het blad een reusachtige ringband lijkt. Zeven jaar later ontwerpt hij alleen nog uiterst gedistingeerde kamerschermen en kasten. Elisabeth Garouste maakte in 1983 nog een afzichtelijk turquoise kunststof tafelblad op drie monsterlijke keien.

Anno 1988 richtte zij de showroom van modekoning Christian La Croix in, met fluwelen gecapitonneerde banken, veel velours en raffia-stoelen waarmee zij ook in galeries hoge ogen gooit. Dechronologische opstelling in Musee des Arts Decoratifs bewijst dat het Franse design er met de dag fraaier en zelfbewuster op wordt. Het hoogtepunt van de tentoonstelling ligt dan ook aan het slot, als de kleuren van de meubels steeds verfijnder worden en de stijl meer eenheid vertoont. De prachtige houten tafel van Gavoille met aluminium tafelpoot en de bank van kunststof schuim van Jean Nouvel zijn daar nog maar enkele voorbeelden van.

Vergeleken met de expositie van Engelse meubelkunst die gelijktijdig in het Centre Pompidou wordt gehouden, ontbreekt het de Fransen echter nog steeds aan gevoel voor humor en aan het vermogen hun eigen ontwerpen te relativeren. De Engelsen presenteren hun meubels tegen een achtergrond van ruw ijzer, de Fransen stellen hun kostbaarheden op te midden van rijke decors en draperieen. Daarom is Frankrijk het tweede designland van Europa en dreigen de Engelsen uit de boot te vallen. Ook Andree Putman realiseert zich dat 'p.r.' en een beetje allure van uiterst belang zijn bij het aan de man brengen van design. Ter gelegenheid van de expositie maakte zij de video Les Annees Via (de jaren Via), als synoniem voor 'de jaren tachtig', waarop beelden van de meubelcollectie worden afgewisseld met die van de belangrijkste modeshows, sportevenementen en videoclips van de laatste tien jaar. Met haar sonore commentaar, alsof de stem te traag wordt afgedraaid, maakt Putman het twijfelachtige verband tussen sport, muziek, mode en een rijtje meubels als iets vanzelfsprekends. Knap en haast ongemerkt trekt ze de hele wereld naar zich toe, plotseling staat VIA in het middelpunt van het ganse universum. Een machtsovername in design-contreien is dan nog een peuleschil. Italie is gewaarschuwd.