'Onderweg is het niet saai, wel eenzaam'

ZWAAG, 2 aug. Ondanks twee universitaire studies houdt Hans van Goor voldoende tijd over om zijn passie, het marathonzwemmen, met succes te beoefenen. Na een achtste plaats bij de Europese kampioenschappen verleden jaar in Joegoslavie werd hij twee weken geleden derde bij internationale wedstrijden in Italie. De 19-jarige student hoopt in januari Nederland te mogen vertegenwoordigen bij het eerste wereldkampioenschap in Australie. Daar staat, op de Swan-rivier, een wedstrijd over 25 kilometer op het programma.

'Uiteraard moet je in prima conditie verkeren om zo'n afstand aan te kunnen. Maar het mentale aspect geeft de doorslag om in aanmerking voor een toppositie te komen. Onderweg voel je je heel eenzaam. Daar moet je tegen kunnen.' Als kind raakte Van Goor al snel vertrouwd met het water. Hij was astmatisch en zwemmen bleek een goede therapie. Zijn toenmalige buurmeisje was Wijda Mazereeuw, die in 1975 twee zilveren medailles won op de 100 en 200 meter schoolslag bij de WK in Cali, wat niet onopgemerkt aan Van Goor voorbij ging. Al gauw bleek dat hij op de langere afstanden succesvoller was dan op het korte werk. 'Fysiek ben ik niet getalenteerd. Ik ben vrij klein en heb geen grote handen en voeten. Schoenmaat 41 is eigenlijk al te ruim. De meeste topzwemmers hebben maat 44. Op de kortere afstanden maakt dat veel verschil uit.

Bij lange afstanden gaat de conditie een grotere rol spelen. En conditioneel ben ik erg sterk. Hoe langer de afstand, hoe meer zwemmers ik in de laatste fase inhaal.' Dat marathonzwemmen niet zonder gevaren is bleek begin juli. Tijdens de Vlaanderen-marathon in het kanaal van Sluis naar Brugge verdween een 19-jarige zwemmer onder water. Begeleiders in de volgboot sprongen in het water en wisten, na acht minuten zoeken, het onderkoelde lichaam van de jongen boven te halen. Door mond-op-mond beademing werden de levensgeesten gewekt en werd een drama voorkomen. Van Goor vermoedt dat de zwemmer te veel wedstrijden in een te korte periode had gezwommen. 'Je voelt je goed en in je enthousiasme draaf je door.'

Zijn moeder, die zoveel mogelijk wedstrijden van haar zoon met de video-camera volgt, zegt dat je dat de sporter niet kunt kwalijk nemen. Zij vindt dat hier ook een taak voor de begeleider en naasten van de sporter ligt. 'Als Hans naar mijn idee een te zwaar programma wil afwerken, zou ik tegen hem zeggen: jongen, als je niet zonder dat water kan, ga je vandaag maar een paar uur onder de douche staan.'

Welzijn

De minimum watertemperatuur waarbij in natuurwater gezwommen mag worden is 15 graden. De afstand mag dan niet langer zijn dan een kilometer. Voor een afstand van 2 a 3 kilometer moet het water minimaal een graad warmer zijn. Van belang voor het welzijn van de zwemmer 'onderweg' is dat hij voldoende eet en drinkt. Van Goor neemt verdunde babyvoeding, warme thee, bouillon en drankjes rijk aan koolhydraten en mineralen tot zich. Die krijgt hij aangereikt vanuit de volgboot, waarvan iedere zwemmer er een tot zijn beschikking heeft.

In de volgboot zitten een schipper en de trainer/begeleider van de zwemmer. Bij van Goor is dat zijn vader, die ook de trainingen van de plaatselijke zwemclub verzorgt. Naast het aanreiken van de verfrissingen (waarbij de zwemmer de boot niet mag aanraken) houdt hij zijn zoon op de hoogte van zijn positie in de koers, zijn slagfrequentie, kilometertijden en hoeveel hij nog heeft te gaan. De functie van 'het bootje', zoals Van Goor junior het noemt, mag niet worden onderschat. 'Onderweg is het niet zozeer saai, maar wel eenzaam. Het bootje is je enige kameraad. Het is dan ook belangrijk dat er een goede schipper aan boord zit. Hij moet het water kennen en met het bootje overweg kunnen.' Dat dat niet altijd het geval is bleek volgens Van Goor tijdens de Vlaanderen-marathon. Die wedstrijd gold aanvankelijk als selectie voor het wereldkampioenschap in Australie, maar werd na het incident met de zwemmer die onder water verdween afgelast. Van Goor had daar een weinig ervaren schipper die hem meer hinderde dan van dienst was. 'Hij kon het bootje niet stabiel houden. Voer afwisselend links en rechts van me, raakte m'n voeten een aantal keren. Dan ga je je ergeren.'

Van Goor lijkt het een goede zaak als in de toekomst alle volgbootjes van het zelfde type zijn. 'Bij de Vlaanderen-marathon had ik een minder stabiel bootje dan enkele anderen. In Italie gebeurt zoiets niet. Daar hebben alle zwemmers dezelfde omstandigheden.'

Grote toekomst

De student econometrie en rechten denkt dat het marathonzwemmen een grote toekomst tegemoet gaat. 'Er worden steeds meer wedstrijden georganiseerd en het aantal deelnemers stijgt. Marathonzwemmen is volgens mij ook een televisie genieke sport. Vooral na de finish kunnen prachtige beelden worden gemaakt. De zwemmers kunnen dan nauwelijks op hun benen staan. Niet alleen uit vermoeidheid, maar ook omdat ze lang in gewichtloosheid hebben verkeerd. Dat levert heroische taferelen op. En wat te denken van de mensen die een paar uur in het bootje hebben gezeten! Bij de EK verleden jaar waren er zulke hoge golven dat ze allen zeeziek het strand opkwamen.' Of Van Goor naar het WK wordt uitgezonden is nog onzeker. Na het afgelasten van de Vlaanderen-marathon bestaat binnen de KNZB onduidelijkheid over de te volgen procedure voor de selectie voor het WK. De kans bestaat dat de eerste twee van die wedstrijd alsnog aangewezen worden, 'want de wedstrijd werd afgelast nadat die twee al aangekomen waren', aldus een medewerkster van de zwembond. Van Goor is het met die uitleg niet eens, ook omdat hij zich benadeeld voelt door de matige kwaliteit van zijn volgbootje en schipper. De zwemmer heeft het vermoeden en, naar eigen zeggen, 'bewijzen' dat hem opzettelijk een minder bootje werd toegespeeld. Hij heeft een protest hierover ingediend bij de zwembond, dat nu in behandeling is.