Nieuwe Bulgaarse president filosoof en verzoener

ROTTERDAM, 2 aug. Zes stemmingen heeft het Bulgaarse parlement na het aftreden van president Petar Mladenov, vorige maand, nog nodig gehad om een nieuw staatshoofd te kiezen. Het tekent het gebrek aan consensus in Bulgarije, het wederzijdse wantrouwen tussen de regerende socialisten de ex-communisten en de oppositie over de vraag wie het best als integrerend, boven de partijen staand staatshoofd kan optreden. Aan kandidaten heeft het niet ontbroken. Zelfs Simeon II, als kind Bulgarijes laatste koning en door de communisten alleen maar voor de strop gespaard omdat hij ten tijde van de machtsovername de gave des onderscheids nog niet bezat, is (door de Groene partij) als kandidaat voor het presidentschap genoemd en ook over metropoliet Pankrati heeft men het in Sofia nog even gehad. Maar zoals de socialisten tot dusverre langdurig maar vergeefs hebben gebedeld om deelname van de oppositie aan de regering, zo hebben ook hun kandidaten voor Mladenovs opvolging, hoe onbevlekt hun verleden ook was en hoe eervol hun reputatie, bij die oppositie geen genade kunnen vinden en omgekeerd is het niet anders gegaan. Tot de socialisten het hoofd in de schoot legden, maandag hun kandidaat terugtrokken en de weg vrijmaakten voor Zjeljoe Zjelev.

In Zjelev, de voorzitter van de oppositionele Unie van Democratische Krachten (SDS), hebben de Bulgaren wellicht de enige leider gevonden van wie bij voorbaat een integrerende rol kan worden verwacht. Hij heeft zich sinds de val van het bewind van Todor Zjivkov ontpopt als een verzoener, als een man die controverses niet uit de weg gaat maar ze ook niet op de spits drijft als dat kan worden vermeden. Na het aftreden van Mladenov prees Zjelev hem niet alleen om de rol die hij vorig jaar in november heeft gespeeld bij de omverwerping van het bewind van Todor Zjivkov, maar nam hij hem ook in bescherming. De opmerking die Mladenov in december maakte tijdens een demonstratie tegen zijn bewind 'Laat de tanks komen' kwam neer, zei Zjelev, op 'een vergeeflijke menselijke fout die iedereen in die situatie had kunnen maken'.

Hij verweet Mladenov alleen zijn langdurige ontkenningen die opmerking te hebben gemaakt; daarmee, aldus Zjelev, toonde Mladenov 'gebrek aan mannelijkheid en moed'.

En na de verkiezingszege van de socialisten in juni, waarbij ze 211 van de 400 zetels veroverden, hekelde de oppositieleider weliswaar 'de totale manipulatie' waaraan de voormalige communisten zich schuldig zouden hebben gemaakt, maar putte hij toch troost uit het feit dat 'van de 6.334.000 kiezers er zich 2.885.000 voor de socialisten en dus 3.448.000 tegen de socialisten, dat wil zeggen tegen het communisme, hebben uitgesproken.'

Met andere woorden: de verkiezingen waren 'een geweldige zege' voor de oppositie geworden. Ergo: de 'totale manipulatie' werd geregistreerd maar had geen verdere consequenties.

Zjelev is vanaf de oprichting in januari voorzitter geweest van de Unie van Democratische Krachten. Hij is binnen die oppositionele coalitie minder uitgesproken dan Petar Dertljev, de man die na de val van Zjivkov zijn oude vriendjes uit de gevangenissen van het vroegere bewind optrommelde en zijn oude sociaal-democratische partij heroprichtte (een partij die overigens door een kleine onvolkomenheid in de stalinistische bureaucratie formeel nooit verboden bleek te zijn geweest) en die in de vijfde stemmingsronde, maandag, als president nog onaanvaardbaar was voor de socialisten. De 55-jarige nieuwe president, zoon van arme boeren in de buurt van Sjoemen in het noordoosten van het land, is minder charismatisch dan Dertljev. Hij is eerder een denker dan een politicus. Hij studeerde filosofie en werd in 1964 uit de communistische partij gezet nadat hij in zijn proefschrift kritiek had geuit op Lenin. Later verloor hij ook zijn baan aan het Instituut voor Cultuur: tussen 1964 en 1972 werkte de filosoof als landarbeider of had hij helemaal geen werk. In 1982 raakte Zjelev in kringen van dissidenten bekend met zijn boek 'Het fascisme', waarin hij zich tevens bezighield met het stalinisme. Het boek werd vijftien jaar nadat Zjelev het had geschreven uitgegeven, maar direct na verschijning in beslag genomen. Hij beschouwt zich nog altijd als een marxistische filosoof, zij het tevens als een tegenstander van elke soort totalitarisme.

Desondanks zei de naam Zjeljoe Zjelev een jaar geleden nog maar weinigen in Bulgarije iets. In brede kring werd die naam pas gemeengoed na de oprichting van de Club voor Glasnost en Perestrojka, met Ecoglasnost de belangrijkste locomotief van de oppositie in de nadagen van het bewind van Zjivkov. Zjelev werd de denker van die groep, die zich in Zjelevs woorden ten doel stelt te werken aan 'de complete ontmanteling van het bestaande totalitaire systeem, de vestiging van een democratische samenleving, een rechtsstaat, de ontwikkeling van een democratische grondwet, vrije verkiezingen, gelijkheid van bezitsvormen en een markteconomie'.

Tijdens het ronde tafelgesprek met de partij ontpopte Zjelev zich als een principieel tegenstander van de partij, maar wel een die bereid is tot redelijke compromissen voor de partij reden liever met hem in zee te gaan dan met de veel onverzoenlijker Dertljev.