Na plechtige beloften kwam de 'roofoverval' in de nacht

AMSTERDAM, 2 aug. Geheel conform zijn stijl beloofde de Iraakse president Saddam Hussein nog maar een week geleden aan zijn bondgenoot, president Mubarak van Egypte, dat hij zijn problemen met Koeweit niet gewapenderhand zou oplossen om vervolgens in het holst van de nacht zijn buurlandje te overvallen. Zelfs Arabieren die normaliter de moeizame inter-Arabische relaties met een mantel van ontkennende excuses bedekken ('Het is alleen een betreurenswaardig misverstand', 'Het gaat om een familieruzie die jullie, buitenstaanders, niet begrijpen en waarmee jullie ook niets te maken hebben') spreken nu onder vier ogen van een door Irak gepleegde 'roofoverval'. Zij weten waar zij het over hebben: de door Saddam gecontroleerde Iraakse pers berichtte de afgelopen dagen dat Koeweits 'onverantwoordelijke oliepolitiek' Irak een schade heeft toegebracht van 89 miljard dollar, waarmee de buitenlandse schuld van Irak en de sociaal-economische problemen van Saddams onderdanen genoegzaam werden verklaard.

Irak, uitgerust met het grootste en het best uitgeruste leger in de Arabische wereld, is op dit moment met een buitenlandse schuld van ten minste 80 miljard dollar straatarm. Zijn pieterige buurman Koeweit daarentegen, tot gisternacht beschikkend over een leger dat niets voorstelde, heeft buitenlandse tegoeden van meer dan 100 miljard dollar een 'onrechtvaardige situatie', waaraan volgens Saddam een eind moest komen. Toen dan ook de Koeweitse premier eergisteren in de Saoedische stad Jeddah weigerde om terstond 'het onrecht te herstellen dat Irak was aangedaan en de legitieme rechten van Irak te bevredigen', greep Saddam in. Achteraf gezien had hij geen andere keus: de 100.000 man troepen die hij aan de grens met Koeweit had samengetrokken, bevonden zich in een gloeiend hete woestijn, waar de temperatuur dezer dagen tot 50 graden Celsius oploopt. Om deze manschappen van de noodzakelijke logistiek te voorzien, waren er drie mogelijkheden: Het leger kon op de plaats rust houden en afwachten tot de Koeweiti's voldoende geintimideerd waren om Saddams wensen voor de volle honderd procent in te willigen. Maar dat zou gigantische en naar het inzicht van Saddam onnodige investeringen vergen. Bovendien zag het er de laatste dagen niet naar uit dat de Koeweiti's binnen de kortste keren door de knieen zouden gaan. Een tweede optie was het leger terug te trekken naar herbergzamer oorden in Irak. Maar daarmee zou Saddam zich voor zijn eigen bevolking onsterfelijk belachelijk maken en door de Arabieren als een papieren tijger worden gezien.

De derde, meest logische optie was voorwaarts te trekken en een imaginaire Koeweitse tegenregering van revolutionaire, Pan-Arabische en anti-imperialistische snit hulp te bieden.

Die vragen werden de afgelopen tijd des te bedreigender omdat de levensomstandigheden van de Iraakse bevolking sinds de afloop van de oorlog in snel tempo verslechterden en de opbouw van de economie, waarnaar iedereen zo had uitgezien, lang niet zo snel verliep als verwacht was. Dat werd veroorzaakt door een inflatie van zeker dertig procent, gepaard aan een buitenlandse schuld die nauwelijks kan worden afbetaald, buitenlandse krediteuren, met name banken, die steeds aarzelender werden om de Iraakse schulden te financieren, sterk teruglopende olie-inkomsten, veroorzaakt door overproduktie van landen als Koeweit (maar niet alleen Koeweit) en als gevolg daarvan een volstrekt verzadigde oliemarkt, alsmede de wens van Saddam om de geldverslindende, niet-produktieve bewapening van zijn leger nog meer te versnellen dan voorheen.

Naast die problemen waren er dan ook nog de interne ruzies binnen de clan van Saddam Hussein, waardoor het bewind van binnen werd uitgehold en de dwingende noodzaak om alle gerezen vragen en kritiek van de bevolking (en ook binnen de strijdkrachten) te smoren met een peperduur veiligheidsapparaat dat uit honderdduizenden mensen bestaat. Het knaagde allemaal aan het image van de man die, dankzij zijn weergaloze terreur, in binnen- en buitenland zo wordt gevreesd. Bovendien werd het Saddam steeds duidelijker dat de plotselinge ineenstorting van het Sovjet-imperium de Arabische mogelijkheden aanzienlijk verkleinde om de supermachten tegen elkaar uit te spelen. Daardoor zouden de met de Verenigde Staten verbonden machten in het Midden-Oosten het voor het zeggen krijgen en Irak als regionale machtsfactor in de schaduw stellen. Vandaar dat Saddam zich vanaf midden februari opnieuw opwierp als de nieuwe Pan-Arabische Leider. De Amerikaanse vloot in de Golf, die hem tijdens zijn 'tanker-oorlog' tegen Iran zulke onschatbare diensten had bewezen, moest verdwijnen. En Israel zou met chemische wapens worden bewerkt op het moment dat het ook maar een vinger tegen welk Arabisch land ook zou uitstrekken. Met elke week die verstreek werden de verklaringen uit Bagdad bloeddorstiger. Een golf van enthousiasme ontstond in de hele Arabische wwereld niet bij de heersers, die Saddam als de pest vrezen, maar bij de bevolkingen die eindelijk een nieuwe Arabische Held zagen opstaan, die voor Arabische rechten opkwam en in staat was zowel de Perzen als de joden angst aan te jagen.

Toen dan ook Saddam op 17 juli onverwachts zijn propaganda-oorlog begon tegen de heersers van de Golf, en in het byzonder die van Koeweit, bevond hij zich op veilig terrein. De 'olie-Arabieren' aan de Golf zijn in de hele Arabische wereld niet geliefd; men vindt hun rijkdom te overvloedig, hun op die rijkdom gebaseerde arrogantie te groot en hun bereidheid te gering om zich voor andere Arabieren in te zetten. Bovendien had Koeweit inderdaad teveel olie geproduceerd overigens met het economisch zeer verstandige argument dat een lage olieprijs vervanging van olie als energiebron zou tegengaan en de Westerse economieen (waarvan de olieproducenten afhankelijk zijn) zou stimuleren wat uiteindelijk alleen maar gunstig zou uitwerken voor de olieproducerende landen. Maar landen als Irak en Iran, die zitten te springen om liquide middelen nu, beschouwden deze argumenten als drogredenen. Zij sloten, aanvankelijk in het geheim en later heel openlijk, een bondgenootschap om overtreders als Koeweit mores te leren. Dankzij hun gemeenschappelijke inspanningen veranderde de OPEC haar oliepolitiek zeer drastisch en werden de overtreders ertoe gedwongen in te binden, teneinde de olieprijs op te jagen.

Weer dacht de wereld ten onrechte dat Saddams bedreiging van Koeweit alleen maar bangmakerij was geweest en opnieuw vergiste men zich over zijn uiteindelijke doelen die toch heel duidelijk door Bagdad kenbaar worden gemaakt. Elke dag berichten de Iraakse machthebbers en hun media dat Irak strijdt voor het Arabische belang en dat het Arabische belang identitiek is aan het Iraakse belang.

Het primaire Iraakse belang is: hoe dan ook tot een modus vivendi te komen met de vroegere vijand Iran en een regeling te treffen met de buitenlandse schuldeisers, opdat de kredietwaardigheid van Irak wordt hersteld. Dan kan Saddam zich in alle rust opmaken om zijn ultieme doelen te bereiken.

Vorige week werd hij met zijn intimidatiepolitiek koning van de OPEC. Thans probeert hij met zijn kanonnenpolitiek koning van de Golf te worden. Na Koeweit zullen ongetwijfeld andere emiraten, en uiteindelijk Saoudi-Arabie, aan de buurt komen. Vorige week al kondigde men in het presidentiele paleis in Bagdad aan dat de heersers in de Golf 'uit angst voor de dood tot zelfmoord bereid zijn'. Saddam Hussein heeft getoond dat hij bereid is hun daarbij een handje te helpen.