Het ongereptste oudheidje in Griekenland

In Griekenland, iedereen weet dat, zijn oudheden te bezichtigen. Het hoort bij een bezoek aan dat land om een hete droge heuvel op te klimmen tegelijk met enkele honderden andere toeristen, boven aangekomen wat tussen kniehoog onduidelijk gesteente te strompelen, een enkele per ongeluk overeind gebleven zuilengalerij te bewonderen, nergens iets van te begrijpen, veel stof binnen te krijgen en dan, na een blikje Cola, weer terug te gaan. ..TE; De Akropolis? Niet veel aan. Deze wanhopigebezichtigingen zijn te begrijpen maar niet aan te bevelen, al doen de Griekse oudheden, het moet gezegd, er dikwijls alles aan om zichzelf zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Geen sprietje groen dankzij de onkruidbestrijding, een grote geasfalteerde parkeerplaats zo dicht mogelijk bij, veel afval naast de meest smakeloze prullenbakken ter wereld. Wie een foto wil maken merkt het pas goed: hoe men de tempelruine ook omcirkelt, altijd komt er wel een betonmolen, een elektriciteitsleiding, een oranje afvalemmer, een ijsjesoverzicht, een troepje Japanners of een stapel blauwe vuilniszakken in beeld. De meeste oudheden rekenen op meer fantasie en inlevingsvermogen dan redelijkerwijs van een bezoeker gevraagd kunnen worden. Daarom doet men er verkeerd aan om bij eenbezoek aan Athene niet de gelegenheid aan te grijpen voor een uitstapje naar misschien wel het mooiste en ongereptste oudheidje van Griekenland: het Amphiareion van Oropos. Oropos ligt ten noordoosten van Athene, ongeveer een uur rijden met de bus. Van waar de bus stopt kan men te voet verder gaan, de naar beneden kronkelende weg af tot waar een knullig hek en een verlaten houten kaartjesverkoop-hokje duidelijk maken dat hier iets aan de hand zou kunnen zijn.

Er is een bewaker, tevens kaartjesverkoper, tevens enthousiast liefhebber van zijn antikiteit - 'een klein paradijsje' zegt hij belerend -, tevens iets te eenzame man die iets te blij is met bezoek. Er is een klein museumpje dat, zoals dat hoort bij Griekse opgravingen, nooit open is. Veel uitleg van wat men hier ziet is er ook niet. Dat geeft niet. Niemand heeft uitleg nodig om te zien dat het hier prachtig is, groen, lieflijk, stil, tot de verbeeldingsprekend. Het Amphiareion is eenkuuroord uit de oudheid, vergelijkbaar met Epidauros maar aanzienlijk kleiner en met een mythische achtergrond die het wellicht een Lourdes-achtig karakter gaf. Op deze plek kan niemand ongenezen blijven: het tjilpt, het bloeit, het geurt, het stroomt, het ritselt en in het kleine theatertje staan nog twee marmeren zetels waarvan eentje opmerkelijk gaaf. Daar hoort een bezoeker natuurlijk even in te gaan zitten en wat na te denken over de tijd die dit heeft laten staan terwijl de mensen kwamen en gingen. Hans Warrenschreef er een mooi gedicht over: In het Amphiareion Wil je mijn asuitstrooien in het Amphiareion in de lente op de plek die ik het meest hebliefgehad? Tussen de anemonen, de euphorbia en langs de beek waar desmaragdhagedissen wegschieten in het kruid?

En in de klepsydra? Zit evenin die gebeeldhouwde zetel waar ik zo graag zat, voel de zon, denk aan mijnoppervlakkigheid, mijn liefde, vergeef me wat ik naliet en misdeed in het Amphiareion, ook in het Amphiareion. Wie de moeite van de tocht neemt, kaner vrijwel zeker van zijn dat anderen zich niet ook zo hebben uitgesloofd - zo ijverig zijn toeristen niet. De weg gaat door naar Skala Oropos, een badplaatsje voor binnenlandse vakantiegangers en dagjesmensen en vandaar gaat er een bus terug naar Athene. Eigenlijk had dit alles geheim moeten blijven.