Foto

LELYSTAD De afdeling scheepsarcheologie van Rijkswaterstaat heeft in het poldergebied tussen Almere en Zeewolde een voor drie kwart compleet scheepswrak uit de 16de eeuw opgegraven. Het wrak wordt natgehouden omdat de hitte schadelijk is voor het hout. De vondst zal de geringe kennis over de ontwikkeling van de scheepsbouw in die eeuw zeker vergroten. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om een binnenvaart-vrachtschip met een lengte van 20 meter dat in het begin van de 17de eeuw moet zijn vergaan. Uit slijtage valt op te maken dat het schip op dat moment enige tientallen jaren in bedrijf was geweest. In het achterschip is een woonruimte aangetroffen met een stookplaats voor het bereiden van voedsel. Huishoudelijke gebruiksvoorwerpen, schoeisel en scheepsbenodigdheden werden daarbij aangetroffen. Daaruit is de voorlopige conclusie getrokken dat een kleine bemanning gedurende langere tijd aan boord kon verblijven en dat het schip werd gebruikt voor grotere reizen. De inventaris wordt vanaf zaterdag getoond in het Museum van Scheepsarcheologie in Ketelhaven. (Foto NRC Handelsblad/ Freddy Rikken)