De juiste graad van smakeloosheid

Of ze in Nederland erg populair zijn weet ik niet, maar in de Verenigde Staten bestaat er een groot publiek voor op horror gespecialiseerde striptijdschriften. De lezers zijn overwegend van puberleeftijd, maar de tijdschriftjes, miezerig van opmaak en druk en zo bloederig mogelijk van inhoud, hebben ook een zekere 'cult-waarde' en worden ook door een beperkte, noem het elitaire, kring volwassenen verslonden. Men vermeit zich in de kitsch en groezel van de tekeningen, men geniet huiverend van de gewaagde wansmaak van de verhaaltjes.

Verschillende malen werden er films in de bioscoop gebracht die direct gebaseerd waren op de strips. De aardigste vond ik tot nu toe Creepshow van George Romero met zijn liefderijke aandacht voor de juiste vormgeving en de authentieke horrorstrip-'humor' van knokige handen die een morsige grafsteen opzijduwen.

In de videotheek ligt nu een film die wat dat betreft aardig in de buurt komt van Creepshow. Hij heet Tales from the Crypt en suggereert, zoals dat in deze films hoort, de pagina's van zo'n griezel-tijdschrift tot leven te wekken. Drie verhalen worden er verteld, zogenaamd angstaanjagend aan elkaar gepraat door een mooi geanimeerd lijk-in-ontbinding: 'hang on to your hats, kiddies!!' De verhalen zijn afkomstig uit het tijdschrift The Vault of Horror en werden oorspronkelijk verfilmd als televisieserie. Maar de Amerikaanse televisiestations vonden ze abject. Alleen het kabelnet HBO wilde ze uitzenden en dat alleen met flinke coupures. Op de videotape zijn ze voor het eerst volledig te zien.

De afwijzing van de Amerikaanse tv kan niet zijn ingegeven door de mate van horror in Tales from the Crypt. Die gaat soms ver, maar niet verder dan de speelfilms die weer wel worden uitgezonden. Ik denk dat de bezwaren inhoudelijk geweest zijn. De verhaaltjes zijn moralistisch, want dat hoort bij het genre, maar hun moralisme is gratuit, zwartgallig, plichtmatig. Het drijft geslaagd de spot met alle regels over wat hoort en niet hoort.

Elk verhaal kreeg zijn vorm van een filmmaker die zijn sporen verdiende: Walter Hill (o.m. 48 Hours) stortte zijn agressieve cynisme uit over een beul die na de afschaffing van de doodstraf eigen rechter gaat spelen in The Man Who Was Death; Robert Zemeckis (Romancing the Stone en Who Framed Roger Rabbit) weet doodeng met geestig te combineren in een verhaal over een als kerstman uitgedoste bijlmoordenaar in And All Through the House; Richard Donner (Lethal Weapon) treft een prachtig laconieke toon met Dig That Cat, He's Real Gone, over een man die over negen levens beschikt, goud verdient als zelfmoord plegende entertainer, maar zich te laat realiseert dat hij zich een leven heeft verteld.

Alle drie de filmers legden zich er op toe de stijl van deze stripverhalen zo precies mogelijk na te bootsen: veel lage standpunten voor de camera, zodat de immer smoezelig getinte voorwerpen net zo unheimisch in beeld komen als de mensen, en die hebben natuurlijk zonder uitzondering een vale gelaatskleur. De decors zijn opgebouwd volgens de juiste graad van smakeloosheid, de acteurs overdrijven dictie, mimiek en gebaren zodat ze de stramheid van hun getekende alter ego's benaderen.

Alles tezamen straalt Tales from the Crypt vooral veel plezier uit een film van de liefhebbers voor de liefhebbers.