'Selinger had ons wel gehouden'

ROTTERDAM, 1 aug. Diep in zijn hart koestert volleyballer Rob Grabert toch nog de hoop dat hij in oktober aan het wereldkampioenschap kan meedoen. De 26-jarige Brabander werd verleden week samen met Peter Blange en Ronald Zoodsma gedwongen drie maanden eerder dan gepland de nationale ploeg te verlaten. Bondscoach Harrie Brokking en de andere spelers kwamen met elkaar tot de conclusie dat zij niet meer met de drie die straks professional worden konden samenwerken.

Voor Grabert, beste passer in de onlangs gespeelde World League, kwam dat besluit onverwachts. 'Ik had liever een knallende ruzie gehad', zegt hij. 'Nu was er alleen een kille teambespreking in de kleedkamer waarin iedereen ja of nee mocht zeggen.' Binnen een half uur stonden Grabert en de andere twee 'afvalligen' voorgoed met hun tas buiten de Bankrashal in Amstelveen, de trainingsaccommodatie van de nationale ploeg. Handen werden er niet meer geschud. Spelers die vier jaar lang lief en leed hadden gedeeld gunden elkaar ineens geen blik waardig meer. 'Ik had echt niets meer te zeggen. De klap kwam hard aan', zegt Grabert. Mede daarom kan hij zich niet aan de indruk onttrekken dat 'de deur nog op een kier staat'. Er vielen in de diverse interviews in de afgelopen dagen soms harde woorden van de zijde van beide partijen. Dat komt de onderlinge verhoudingen zeker niet ten goede, maar voor Grabert is dat ook het bewijs dat er steeds emotioneel en impulsief gereageerd is.

Verbaasd is Grabert over het feit dat de problemen tussen de spelers niet werden uitgepraat. 'Vroeger staken we in zo'n geval de koppen bijeen.'

Dat gebeurde nu niet. Daar stelt hij vooral Brokking verantwoordelijk voor. De coach genoot in de dagen dat de spanningen in de zaal hoog opliepen van een korte vakantie in Frankrijk. Zijn assistent, de Chinees Pang, leidde de trainingen, maar kon mede door een gebrek aan kennis van de Nederlandse taal niet ingrijpen. Grabert: 'Harrie had moeten inzien dat het kon escaleren. Het was zijn taak geweest om alles weer aan elkaar te smeden.'

Brokking sprak op de eerste ochtend na zijn terugkeer lange tijd met Ron Zwerver en aanvoerder Avital Selinger. 's Middags dirigeerde hij de selectie naar de kleedkamer waar er werd gestemd over de positie van Blange, Grabert en Zoodsma. Ze moesten vertrekken, luidde het oordeel. 'Zonder slag of stoot', constateert Grabert achteraf.

Onzin

Hij zegt niet te weten of het onder Arie Selinger, de geestelijke vader van het team, ook zo zou zijn gelopen. 'Arie', zegt Grabert, 'had het waarschijnlijk wel anders aangepakt. Hij hield wat er ook gebeurde altijd de doelstelling voor ogen. Hij had er dus alles aangedaan om ons tot het WK voor het team te behouden.'

Grabert had nu ook verwacht dat de volledige ploeg zich na 'een korte periode van spanning' weer op het doel, het WK, zou kunnen richten. 'Het is toch onzin', zegt de speler die samen met Peter Blange voor het Italiaanse Catania gaat uitkomen, 'om nu ineens te veronderstellen dat wij er in Brazilie de kantjes zouden gaan aflopen. Het was ook in ons belang geweest om een goed WK te spelen. Wij stappen straks het profleven in. We hadden bij het WK dus mooi aan iedereen kunnen laten zien dat we goede spelers zijn.' Jan Posthuma was acht maanden geleden de eerste basisspeler uit het 'Selinger-model' die vertrok. Hij kent alle bij deze kwestie betrokken mensen en moet in staat zijn een realistische visie te geven. Posthuma zegt dat deze ontwikkeling slechte reclame voor het Nederlandse volleybal is en 'er op deze manier veel kapot wordt gemaakt'.

Volgens de Fries zou het mogelijk moeten zijn om het oorspronkelijke basisteam tot oktober met succes (een WK-medaille?) bij elkaar te houden. Hij vindt het onjuist dat spelers over het lot van collega's hebben mogen beslissen. 'Toen ik naar Italie ging mocht ik ook niet zeggen dat ik met die en die wilde samenspelen. Je wordt gewoon in een ploeg gezet. En zoiets gaat meestal wel goed. Je hebt allemaal hetzelfde doel. Op hoe hoger niveau je speelt hoe minder je vrienden van elkaar hoeft te zijn. Het is natuurlijk wel mooi meegenomen.' Het stoort Rob Grabert uitermate dat hem verweten wordt dat hij zijn woord heeft gebroken. Hij zou evenals Blange in april tot een mondelinge overeenkomst met de volleybalbond, NeVoBo, over een verbintenis tot de Olympische Spelen van '92 zijn gekomen. 'Ik heb altijd duidelijk gezegd dat ik doorging zolang het team in tact zou blijven. Dat was voor mij een voorwaarde, een realistische, dacht ik.'

Het aangekondigde vertrek van spelverdeler Blange betekende voor Grabert het einde. Alle vier spelers van de 'Selinger-zes' die imiddels de nationale ploeg hebben verlaten beweren dat ze hun voortijdige vertrek min of meer hadden aangekondigd. 'Er kan onderweg veel gebeuren', zegt Posthuma, 'Arie Selinger was de man die de weg uitstippelde. Maar hij vertrok zelf na een jaar. Dat zegt genoeg. Alles is mogelijk. Daarom moet de bond realistisch zijn en de koers durven wijzigen.'

Robotten

De vertrokken spelers willen het model achteraf zeker geen mislukking noemen. Door de vele arbeid die de laatste jaren is verricht werd een derde plaats bij het laatste EK en zilver in de World League behaald. 'Toch', aldus Grabert, 'heb ik niet het idee dat we dichterbij de beste twee ploegen van de wereld, Cuba en Italie, zijn gekomen.' Hij noemt het systeem waarin de internationals alleen bij de nationale ploeg trainen en spelen te star en te beschermend. 'Om snel op een hoog niveau te komen is het goed. Maar op den duur kan je als speler weinig met je eigen ontwikkeling doen. De normen blijven altijd hetzelfde.'

Spelverdeler Blange die bij Oranje genoeg kreeg van dezelfde gezichten, dezelfde oefeningen en dezelfde zaal zegt dat het voor een speler vrijwel onmogelijk is om zich voor hele lange tijd te confirmeren aan het model. 'In dat geval heb je robotten nodig.'