Oppositie tegen uitbreiding Teylers

HAARLEM, 1 aug. In Haarlem is een actie begonnen tegen de uitbreiding en verbouwing van het Teylers Museum. In een onder een deel van de bevolking verspreide brief nemen twee Haarlemmers stelling tegen de 'belachelijke nieuwbouwplannen' die, naar zij zeggen, Nederlands oudste en mooiste museum zullen ondermijnen.

Tot 1993 wordt het Teylers Museum voor circa tien miljoen gulden vernieuwd. De plannen voorzien in een uitbreiding van het museum in een gedeelte van het belendende gebouw Zegelwaarden, dat behoorde tot het complex van drukkerij Johan Enschede. Verder krijgt het museum een nieuwe vleugel, waarvoor enige tijd geleden een architectuurprijsvraag is uitgeschreven. De eerste prijs werd enkele weken geleden toegekend aan het ontwerp van Hubert Jan Henket.

De opposanten tegen deze 'belachelijke' plannen vinden dat de veranderingen, die volgens de museumdirectie nodig zijn om het groeiende aantal bezoekers te verwerken, het museum 'naar de Filistijnen' helpt. 'Het unieke van dit museum was juist die negentiende eeuwse rust, dat vleugje 'andere wereld' dat je er kon opsnuiven', zo stellen ze. Zij krijgen steun van de schrijver Louis Ferron, die van mening is dat de intimiteit van het Teylers Museum onherroepelijk verdwijnt als de 'rare nieuwbouwplannen' worden uitgevoerd. Hij voegt eraan toe dat de door Zocher aangelegde museumtuin met zijn eigen vogelbestand door de vernieuwingen voor een groot deel 'naar de knoppen' gaat. Een van de actievoerders, Hans de Waart, schat dat door de aanleg van een terras en een keuken zestig procent van de tuin zal verdwijnen.

De Waart vindt het principieel onjuist dat het museum alle moeite doet zijn drempel te verlagen, zodat het toegankelijk wordt voor 'duizenden mensen' die het gebouw en de tuin zullen doen verloederen. Inplaats van een museum voor fijnproevers wordt het gestroomlijnd tot een attractie als het Ponypark Slagharen, vreest hij.

De directeur van het museum, Eric Ebbinge, stelt vast dat juist tot uitbreiding en verbouwing is besloten om de nu al aanzienlijk toegenomen bezoekersstroom beter in toom te houden en zodoende het museum te kunnen behouden. 'Het is onacceptabel als een museum als dit alleen bestemd zou zijn voor de enkeling', aldus Ebbinge. 'Iedere geinteresseerde moet er in kunnen. Daarom willen we een 'routing' aanleggen die de stroom bezoekers in banen leidt en daardoor te grote slijtage aan bepaalde onderdelen van het gebouw tegengaat. Op die manier blijft het een levend museum dat ook in deze tijd zijn vitaliteit behoudt.'

Hij ontkent ten stelligste dat zestig procent van de tuin verloren gaat.