Nederland zuinig met subsidies aan bedrijven

BRUSSEL, 1 aug. Nederland is in de Europese Gemeenschap een van de landen die het zuinigst omspringen met overheidssubsidies aan het bedrijfsleven. Dat blijkt uit een overzicht dat de EG-commissie gisteren heeft gepubliceerd. Nederland spendeert 1,3 procent van het bruto nationaal produkt (BNP) aan overheidssubsidies. Per jaar is met die steun ongeveer 5,5 miljard gulden gemoeid. Per werknemer komt dat neer op 1.045 gulden. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Denemarken springen nog zuiniger dan ons land om met steun aan het bedrijfsleven. In beide landen gaat een procent van het BNP als subsidie naar de ondernemingen. De Britten sluizen jaarlijks ruim 15 miljard gulden door naar het bedrijfsleven en de Denen iets meer dan twee miljard gulden.

In alle EG-landen samen beloopt de overheidssteun aan ondernemingen bijna 190 miljard gulden per jaar. Dat is 2,2 procent van het BNP van de EG. De gemiddelde steun per werknemer in de Gemeenschap bedraagt 1,580 gulden.

Het overzicht van de EG-commissie heeft betrekking op de periode 1986-1988. Het behandelt alleen overheidssteun aan de verwerkende industrie, de landbouw en de visserij, de binnenscheepvaart, de spoorwegen en de steenkolenmijnen. Wat staal en scheepsbouw ontvangen is buiten beschouwing gelaten.

De grootste steunverleners zijn de Luxemburgers en de Belgen. Die schuiven jaarlijks bedragen ter hoogte van respectievelijk 4,1 en 3,2 procent van hun BNP door naar het bedrijfsleven. De steun per werknemer in Luxemburg is 2.950 gulden per jaar en die in Belgie komt neer op 2.440 gulden. Behalve Luxemburg en Belgie komen Italie en Griekenland (de laatste twee landen geven elk 3,1 procent van hun BNP per jaar aan staatssteun uit) fors boven het EG-gemiddelde van 2,2 procent uit. Ook Ierland (2,7 procent van zijn BNP) is niet zuinig met het verstrekken van overheidssubsidies.

De Duitsers (met 2,5 procent van hun BNP), de Spanjaarden (2,3 procent) en de Portugezen (2,3 procent) komen ook nog boven het Europese gemiddelde. Frankrijk (twee procent) behoort met Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken tot de groep landen waar de staatssubsidies beneden het EG-gemiddelde blijven. (ANP)