LAGE INSTINCTEN

Tweehonderd jaar geleden blies Adam Smith de laatste adem uit. Een Schotse moraalfilosoof, die zoals het een denker in zijn tijd betaamde, ook een stel behartenswaardige ideeen over economie op papier zette. Al voor zich uit filosoferend, was hij tot de slotsom gekomen dat mensen het best hun best doen wanneer ze er zelf beter van worden. En juist doordat ieder zijn eigen belang nastreefde, zou voor de samenleving als geheel een zo goed mogelijk resultaat worden behaald. Voor sommigen is dit een verontrustende conclusie. Wie de mens graag ziet als een sociaal dier dat zich steeds opnieuw afvraagt hoe het anderen een plezier kan doen, is dit een teleurstellende boodschap.

Smith beschrijft een klassiek liberaal kapitalistisch economisch systeem. De produktiemiddelen zijn eigendom van particulieren. De overheid moet zich beperken tot het scheppen van een stabiele omgeving waarin de burgers kunnen gedijen. Het is de tijd van 'laat-ze-hun-gang-gaan' (laissez faire) later gevolgd door 'de-sterksten-zullen-overleven' (survival of the fittest). De laatste gevolgtrekking gaat de meeste mensen toch wat ver. In elke samenleving zijn er naast sterken ook zwakken. Niet alleen de pasgeborenen en de ouden. Die worden door de sterken vanzelf wel beschermd. De kinderen, omdat die later de sterken moeten worden die de sterken van nu moeten voeden. De ouderen, omdat zij dat zelf zullen zijn. Dat is goedbegrepen eigenbelang. Maar behalve dit zie je in de meeste samenlevingen dat ook de zwakken tussen de twintig en zestig jaar worden beschermd. Het gaat daarbij om zieken; om mensen die niet de kans hebben gehad zich tot de sterken op te werken; om mensen die wel de kans hebben gehad maar hem niet hebben benut. Men zegt wel eens dat je de beschaafdheid van een samenleving kunt aflezen aan de manier waarop zij met haar zwakken omgaat.

Beschaafd

In de meest ruwe vorm van het kapitalisme hebben die zwakken het slecht. Ze krijgen af en toe een kluif toegeworpen; ze worden als werknemer uitgebuit (lange werktijden, lage beloning); als burger hebben ze weinig rechten. Dit onbeschaafde kapitalisme stond aan de wieg van de industriele ontwikkeling van wat nu de rijke landen in de wereld zijn. In de loop van de eeuwen heeft het kapitalisme een heel wat beschaafder gezicht gekregen. Gelijke rechten, betere beloning, kortere werktijden, betere arbeidsomstandigheden. Dat betekent overigens niet dat de onbeschaafde vorm is uitgestorven. Zelfs in het zo keurige Nederland worden in 1990 illegaal aanwezige buitenlanders uitgebuit in sweat-shops en bij de bloemen-, asperge- en bollenteelt.

Het onbeschaafde kapitalisme heeft reacties opgeroepen. Het socialisme heeft - in elk geval op papier - een heel wat menselijker gezicht. Stel niet een dierlijke drift als het eigenbelang voorop. Geef de produktiemiddelen in handen van de gemeenschap; geen particuliere eigendom. Beslis gezamenlijk wat de behoeften van de mensen zijn. Richt de produktie zo in dat in die behoeften zo goed mogelijk wordt voorzien. Die inrichting van de produktie gebeurt in een alomvattend plan dat je met een schoolrooster kunt vergelijken. Zo'n rooster laat in detail zien op welke dag en tijd, welke leerlingen van welke docent welk vak krijgen in welk lokaal. Wat in een school meestal wel lukt, blijkt in een vele keren grotere organisatie als de economie van een heel land niet te werken.

In de praktijk van de Sovjet-Unie, de landen in Oost-Europa, China en Cuba is dit gebleken. De bovenbazen die het alomvattend plan in elkaar zetten, zijn tenslotte ook maar mensen. Ze blijken niet opgewassen tegen de ongecontroleerde macht die hun positie ze verschaft. Ze kennen zichzelf allerlei voorrechten toe die een onbeschaafd kapitalist niet zouden misstaan. Zij weten wat goed voor de economie is en zij bepalen dan ook wat er geproduceerd gaat worden. Het uitzoeken wat de consumenten wensen is immers omslachtig en tijdrovend. In de praktijk blijkt een autoritair systeem te zijn ontstaan. Een samenleving waarin gehoorzaamheid wordt afgedwongen met alle middelen. Friedrich von Hayek heeft het in 1944 allemaal al opgeschreven in zijn The road to serfdom (De weg naar slavernij). De nu negentigjarige Von Hayek mag ervan genieten dat zijn werken vandaag de dag worden verslonden in de landen van Oost-Europa.

Commando-economie

Afgezien van de grote onvrijheid die het centraal geleide socialistisch systeem meebrengt, blijkt het ook onvoldoende te produceren. De Sovjetleider Chroestjov riep in de jaren zestig dat hij de VS binnen korte tijd zou inhalen en begraven. Twintig jaar later horen we heel andere geluiden. Chroestjov was overigens rond 1965 al met perestrojka (herstructurering) van de Sovjet-economie bezig. In Hongarije en Tsjechoslowakije is men in diezelfde tijd met hervormingen begonnen. Men zag in dat de centraal bestuurde commando-economie slecht werkte. Decentralisatie werd het toverwoord. Managers van ondernemingen kregen meer bevoegdheden. Het heeft allemaal niet veel opgeleverd. Pas dit jaar wordt in zijn volle omvang duidelijk hoe krakkemikkig het produktie-apparaat in die landen is. En hoe ongemotiveerd en lusteloos de mensen zijn. Men voert opdrachten naar de letter uit en niet meer dan dat. Extra inspanning is zinloos zolang je er niet zelf beter van wordt. De nieuwe mens die zingend en dansend zijn taak ten behoeve van de gemeenschap verricht, blijkt een sprookjesfiguur.

Maar welke prikkels moet je dan inbouwen om de mensen daar uit de startblokken te krijgen? De oplossing ligt voor de hand, maar hij is een beetje pijnlijk voor het socialistisch/communistisch gedachtengoed. Zou het niet verstandig zijn als de Staat de eigendom van de produktiemiddelen zou overdragen aan de burgers? In China heeft men in de landbouw die weg bewandeld. En dat heeft een opzienbarende verbetering van het produktieresultaat tot gevolg gehad. Het is onbegrijpelijk waarom Gorbatsjov dat voorbeeld niet heeft overgenomen. In de industrie ligt het wat moeilijker om werknemers gezamenlijk eigenaar van een onderneming te maken. Maar het kan wel. En dat het nog niet is gebeurd, heeft een ideologische achtergrond. Het is nogal wat om te moeten erkennen dat mensen vooral gedreven worden door de lage instincten die Adam Smith ruim twee eeuwen geleden zo fraai heeft beschreven.