'Een Eend onveilig? Hij is potig!'

PARDAILLAN, 1 aug. Het verschil tussen een matig luidruchtige 2CV-motor en een luidruchtige 2CV-motor is voor een gelegenheidschauffeur moeilijk waar te nemen. Toch meen ik, na het verlaten van het pittoreske 17de eeuwse stadje Salies-de-Bearn, een Venetie met een kanaal in Gascogne, meer ploffend kabaal onder de golvende snuit van mijn Portugese Lelijke Eend te horen dan de afgelopen dagen van mijn eendentocht. Ach, denk ik, de Eend is nieuw, een Eend gaat lang mee en mijn gehoor is natuurlijk wat vervormd door de constante natuurlijke dreun van mijn Eend. Als er werkelijk iets ernstigs aan de hand is kan ik het ongetwijfeld, net als in mijn studententijd, met een touwtje of wat gesjor verhelpen. Het land is prachtig, dus waarom zeuren over techniek. De Eend is ontworpen om te ontspannen, niet om je in te spannen. In de berm van de doodstille D23 zie ik een authentieke blauwe, licht geroeste Besteleend staan. Even stoppen voor een praatje. Te voet ploeg ik voort onder gedrongen boomstruiken die ik vluchtig als wijnranken determineer, maar al gauw zie ik de kiwi's hangen. Kiwi's in Frankrijk! Alsjemenou! Ik dacht dat die alleen in Nieuw Zeeland voorkwamen. Een halfinvalide man monstert me eerst een aantal minuten wantrouwig vanonder zijn smoezelige blauwe pet vandaan, maar als ik hem vertel van de opwindende Eendentocht en zeg dat mijn Eend de laatste is, smelt zijn hart en vertelt hij me alles over kiwi's en zijn eigen Besteleend.

De slager van het nabijgelegen dorp om het lange verhaal van Rene Pecastaings, 58 jaar, half Bask, half Les Landes, samen te vatten bezit het kiwi-land al sinds de oorlog. Voor zijn invaliditeit werkte Pecastaings in een mergelgroeve van de dorpsslager en vervolgens op diens transportboot. 'Weet u hoeveel een kilo kiwi's 17 jaar geleden opbracht?' vraagt hij me. Ik heb geen idee, ik wist niet eens dat Frankrijk behalve wijn- en kaasland ook kiwi-land was, laat staan dat ik de kiwi-kiloprijs van 17 jaar geleden zou weten. 'Zeventien franc', onthult hij en trekt een gezicht van verwachting alsof ik nu de rest van het schokkende verhaal zelf kan raden. Vreemde tic voor het getal zeventien heeft die man, denk ik. Ik gok wat. 'Zeven', antwoord ik, wetend dat het boerendrama zich altijd rondom het zakken van de prijs afspeelt. 'Vier', herneemt hij triomfantelijk, hoewel er voor een triomf geen enkele reden is. 'Ik ken iemand die in die tijd slapend 5 ton (franc) verdiende en nu failliet is.'

Het is het thema waar ik tijdens mijn Deux Chevaux-tocht in landelijk Frankrijk voortdurend tegenaan rijd: het mooie en edele handwerk maakt plaats voor het fabrieksmatige en gladde produkt. Naar aanleiding van het overlijden van de Eend vat hij zijn sentimenten over dit moderne Frankrijk als volgt samen: 'Als we iets waardevols in Frankrijk hebben, stoppen we er mee.'

Als ik hem naar meer voorbeelden vraag, komt hij met moderne tractoren, die steeds sneller gaan, steeds meer toeren maken en de goede oude verdrijven. Het voorbeeld van de Eend vind ik overtuigender. Van hem leer ik een nieuw troetelwoord voor de Eend, la Cacugne, zoiets als 'karretje'. Pecastaings zweert bij zijn Cacugne, de Besteleend vervoert alles voor hem, zijn dochter en haar nieuwe kamerbreed tapijt, zand, stenen, mest, kiwi's. 'Ik ben een kleine knutselaar en mijn Eend rijdt door alle soorten terrein. Een passepartout.'

Bij het weggaan werp ik een blik in zijn laadbak. Het interieur is grondig verbouwd, een houten plank, houten kastjes, en wat een jochie vroeger in zijn zak had heeft de kiwi-knecht in zijn Besteleend, touw, spijkers, plastic, lucifers plus nog wat groter spul als laarzen, oliejassen, een gieter, een bijl, een krik. Een echte bricoleur.

Ik wil wat kilometers maken en geef gas naar Orthez. Nog steeds dat sterk ploffende geluid, maar zolang ik niet onder de motorkap duik kan er ook niets aan de hand zijn. Een eenvoudige Bommel-filosofie. Geen passant stoort zich aan mijn lawaai. Tussen Houeilles en Casteljaloux, op de D933, die de koelteschenkende pijnboombossen doorsnijdt, staat een politiepatrouille. Ik doe wat een Fransman nooit zal doen, ik ga een praatje maken met de geindarmes. Twee jonge jongens, die nog niet eens geboren waren toen de eerste Eend al door Les Landes reed, controleren op snelheid en andere verkeersovertredingen. Hun namen weigeren ze te noemen, maar ze zijn wel bereid een paar vragen over de Eend te beantwoorden. Blij dat-ie afgeschaft wordt? 'Nee, allerminst, waarom?' Omdat ie onveilig is. En de agenten antwoorden tot mijn verrassing: 'Een Eend onveilig? De Deux Chevaux is costaud, potig. We hebben nog nooit een ongeluk behandeld waarbij een Eend betrokken was. Hij lijkt fragiel, maar hij is niet van de weg te krijgen'.

Zo, ik spring weer vol vertrouwen in mijn voertuig. 'Hij maakt alleen een beetje lawaai', roep ik ze toe. 'Pas grave', geven ze mij als afscheidsgroet mee. Op naar Pardeillan, waar vrienden een 'gite' gehuurd hebben. Een 'gite' is een boederij, molen, kasteeltje, of karakteristiek huis, die je kan huren bij de landelijke organisatie Gites de France. Ik ken geen betere manier om 'la France profonde' te verkennen.

Na een lange rijdag zit ik met de vrienden op het terras van een restaurant in Monteton, een vergeten gehucht op een heuvel, en we staren over het land van Duras tot aan Nicaud. Tegen het romaanse kerkje uit de 12de eeuw en naast twee andere Eenden heb ik mijn rode voertuig geparkeerd. Ik voel me heel content, een mooier plekje voor een restaurant is nauwelijks denkbaar en vriend Jacques heeft zijn kop in de snavel van mijn Eend gestopt. 'Ach, joh, zijn luchtfilter zit los, zal die ook wel slecht gestart hebben.'

Mijn Eend is weer net zo geluidloos als de nacht.

Dit is de vijfde aflevering over de teloorgang van de Lelijke Eend. De vorige verschenen op 26, 27, 28 en 30 juli.