DE WERKELIJKHEID BESTAAT NIET

Het is onbegonnen werk alle New Realities die Drucker in zijn gelijknamige boek aan de orde stelt te bespreken. Ik pik er willekeurig een paar uit om daarmee de aantrekkelijkheid van zijn beschouwingen te onderstrepen. Tijdens het lezen moest ik bij herhaling aan het kinderspelletje 'Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet' denken. De lezer kent dat spelletje. Iemand is 'em', kijkt een willekeurige kant op, ziet wat jij niet ziet en laat de ander raden. Om te helpen zegt degene die 'em' is 't is rood of groen.

ISBN : 0 06 016129 9L. E. Groosman

Hoe kan ik zo dom zijn dat ik de 'new realities in government and politics, in economics and business, in society and world view' niet zelf heb gezien? En met mij zoveel anderen, ook niet hooggeplaatsten in overheidsdienst, politiek of ondernemersland? Kan een 'reality' (= werkelijkheid; wezenlijkheid) ook en tegelijkertijd een new reality zijn? Ja, dat kan als aangetoond of vastgesteld kan worden dat 'de' werkelijkheid zoals de goegemeente die ziet of ervaart niet de werkelijkheid is zoals die gezien zou moeten worden (volgens Drucker althans). Drucker begint met te betogen dat zijn boek niet gaat over 'things to come', noch over 'the next century'. The next century (hoe kan dat?) is er al, maar we beseffen nog niet (zo goed) welke grote issues (kwesties) zich voordoen. Laat ik er twee kort aan de orde stellen: 1) the post business society; en2) the informationbased organisation.

De andere moet de lezer zelf maar tot zich nemen. Twee weekends kost het. De ons ter beschikking staande kostbare tijd kan mijns inziens bijna niet beter worden besteed.

Kennis-samenleving

De grootste verandering, veel groter dan die bij overheden, in de politiek of economie is die naar een knowledge society. In die samenleving verschuift het zwaartepunt naar de zogenoemde knowledge-worker (of 'informatie-werker', zoals die in 1977 al door Marc Porat werd aangeduid).(Een paar cijfers: De Amerikaanse bevolking is in deze eeuw gegroeid van 75 naar 250 miljoen, driemaal dus. Het aantal college teachers van 10.000 in 1900 naar 500.000 tachtig jaar later, vijftig maal dus.)Deze verschuiving naar meer kennis en meer opleiding betekent vooral de verschuiving van een samenleving waarin 'business' (ondernemingen) de belangrijkste weg vormden zich verder te ontwikkelen naar een samenleving, waarin 'organisations' (in de allerbreedste betekenis van het woord) deze rol en functie hebben overgenomen. Of dat nu een kerk, universiteit, fabriek, ziekenhuis of overheidsorganisatie betreft, maakt voor de knowledge-worker niet veel verschil (meer). De knowledge-worker is een geoloog, een wiskundige, een programmeur, een secretaresse met een word-processor, een boekhouder, een verpleegkundige, een verkoper. Hij of zij weet dat men niet meer afhankelijk is van een werkgever. Elke organisatie of elk instituut heeft hen nodig. 'Everyone's knowledge has a multitude of applications'.

Knowledge-workers kennen twee of meer carrieres. Ze verlaten een organisatie vroegtijdig en wenden hun kennis elders aan. Organisaties worden steeds minder afhankelijk van zogenoemde stoelklevers, lieden die zich koste wat kost vijftien tot twintig jaar in eenzelfde functie proberen te handhaven. Zij zijn of worden het die snelle en gewenste veranderingen belemmeren. Het binnenhalen van 'frisse' en liefst jongere knowledge-workers uit een andere organisatie kan nieuwe impulsen geven en flexibiliteit vergroten. 'Knowledge' veroudert snel. Het niet tijdig 'doorspoelen' van het menselijke potentieel leidt tot bureaucratisering, eilandvorming, machtsstructuurtjes met uiteindelijk als gevolg de ondergang of 'malfunctioning' van de desbetreffende 'organisation'. Informatie 'The typical large organisation, such as a large business or a government agency, twenty years hence, will have no more than half the levels of management of its counterpart today, and no more than a third the number of managers.'

Wie dit leest en vertaalt naar de eigen organisatie moet niet alleen de schrik om het hart slaan maar zich tevens in ernst afvragen hoe die vijftig procent 'lagen' en zestig procent 'managers' in twee decennia kwijt te raken.

Tot nu toe hebben computer-gebruikers niet veel meer gedaan dan 'sneller te doen wat ze voorheen ook al deden'. Zodra organisaties de overstap maken van 'data' naar 'information' moeten beslissings-/besluitvormingsprocessen, managementstructuren en de wijze waarop taken worden vervuld drastisch veranderen. Deze processen zijn al volop aan de gang. Drucker geeft interessante voorbeelden zoals een op het gebied van kapitaalinvesteringsbeslissingen. Wat vroeger manjaren kostte kan vandaag de dag in enkele uren. Traditionele sequenties van onderzoek, ontwikkeling, fabricage en marketing worden vervangen door synchroon verlopende processen. Informationbased-organisations vereisen zelfdiscipline en grote nadruk op individuele verantwoordelijkheid van relaties met anderen en intensieve communicatie. Hoge eisen dienen te worden gesteld aan heldere, eenvoudige, gemeenschappelijke doelstellingen waarover binnen de organisatie geen misverstanden of meningsverschillen bestaan; niet tussen functionarissen op eenzelfde niveau, maar ook naar 'superiors' en 'subordinates'. Het meest nijpende vraagstuk, meent Drucker, is waar daarvoor topmanagers vandaan te halen. Ze voor te bereiden en te testen.

Drucker eindigt zijn beschouwingen met de opmerking: 'The new realities' zijn 'configurations' en vragen eerder om perceptie in plaats van analyse: 'The dynamic disequilibrium of the new pluralisms; the multi-tiered transnational economy and the transnational ecology; the new archetype of 'the educated person' that is so badly needed.' Dit boek is niet alleen een poging om ons een en ander te leren zien maar ook om ons te dwingen over dit soort zaken na te denken. Verplichte managementliteratuur dus. Drs. L. E. Groosman (oud-directeur Philips International) is voorzitter van het Nederlands Genootschap voor Informatica.