De Arabische vloot

ST. TROPEZ In verband met de mogelijke dageraad van een nieuwe oliecrisis ben ik hier, toch in de buurt, even naar de Arabische vloot gaan kijken. Het is niet werkelijk een Arabische vloot; het is een verzameling formidabele jachten waarvan men aanneemt dat er sommige bij zijn die een Arabische eigenaar hebben. Op de kade staat het zwart van de mensen die zich eraan vergapen en, terwijl zij in hun auto hierheen zijn gereden, tot de kosten van al die pracht hebben bijgedragen. Het is wel zeker dat zij er straks nog meer voor moeten betalen, want de prijs van een vat olie is al aanmerkelijk gestegen en zal dat voor de zomer van 1991 nog meer doen.

Komt er een nieuwe crisis? Als dat zo is, dan zal die in ieder geval weinig op de eerste lijken. Toen werd het Westen met grote prijsverhogingen overvallen en die vielen samen met de hoogconjunctuur van het doemdenken. Weldra zouden de natuurlijke hulpbronnen zijn uitgeput, niet alleen die waaruit olie kwam, en intussen zou de wereldbevolking toenemen, evenals de vervuiling en ander onheil, zodat de mensheid aan haar door kortzichtigheid veroorzaakte Verelendung te gronde zou gaan.

Het gebeurt nog zoals de voorspellers van toen hebben geschetst er komen wel meer mensen en vuil en minder natuurlijke hulpbronnen maar het gaat allemaal veel langzamer dan men dacht. Het doemdenken is uit de mode en het geindustrialiseerde deel van de wereld maakt zich ieder jaar op voor meer groei. In Japan gaat het dit jaar onverwachts snel, West-Europa is bezig met de aanloop voor een nieuwe fase, en het gedesocialiseerde Oosten neemt een voorbeeld aan het Westen. Niemand denkt aan een autoloze zondag met de gordijnen dicht. Als het nooit meer zo wordt als het geweest is, wordt het beter.

Het tweede verschil met de eerste crisis is dat er toen geen gemakkelijk identificeerbare boosdoener was. Men kan zich dit, na bijna twintig jaar, voor de vuist weg moeilijk nauwkeurig herinneren, maar de publieke opinie in het Westen gaf bij die gelegenheid de Arabieren niet helemaal ongelijk als zij wat zorgvuldiger met hun rijkdommen omsprongen. Daarbij kwam het derde verschil: de Sovjet-Unie was nog in het volle genot van haar macht; de Koude Oorlog woedde niet op zijn hevigst meer, maar Moskou steunde iedere partij die tegen het Westen was en zou dus bij een interventie in de Arabische wereld 'niet werkeloos kunnen blijven toekijken'. Hoe radicaal anders zijn de verhoudingen nu. Niet alleen is in het Westen geen serieuze partij bereid de groei vaarwel te zeggen, men heeft zich er ook bij neergelegd dat men daarvoor nog zeer lang op de olie zal zijn aangewezen. Dat geldt ook voor de Groenen. De Westelijke auto-industrie vestigt zich in de vroegere socialistische wereld, het wegennet breidt zich onweerstaanbaar uit en andere bronnen van energie zijn of niet voldoende belovend winst of hebben zichzelf in diskrediet gebracht door de inmiddels herkende risico's: de kernenergie.

Ook op het oliefront is de rol van de Sovjet-Unie revolutionair veranderd: niet meer exploitant van het Arabische 'oliewapen', maar indirect van de welwillendheid der olieproducenten jegens het Westen afhankelijk. Wil immers de hulp aan de doodzieke Sovjet-economie de noodzakelijke continuiteit krijgen (want zonder betrouwbaarheid op lange termijn is het geen hulp), dan moet het Westen blijven groeien. Zouden de Arabieren met hun prijsverhogingen al te radicaal te werk gaan, dan merken ze dat Moskou van een belangrijke sympathisant in een passieve tegenstander is veranderd. Misschien is dit een van de oorzaken dat zij het wat kalmer aan doen. De andere is natuurlijk dat ook de oliestaten, zoals zij bij vorige gelegenheden hebben geleerd, zichzelf door een plotselinge crisis in het Westen in de wielen rijden.

Intussen heeft het Westen wel een gemakkelijk herkenbare boosdoener gevonden: Saddam Hussein, met zijn miljoen soldaten, het gemak waarmee hij met gifgas omspringt en zijn kanonneerbootdiplomatie tegen Koeweit. Het is een gerede aanleiding om hem met Hitler te vergelijken wat misschien een bijdrage zou zijn tot een rechtvaardiging om hem 'aan te pakken'. Maar nam generaal Ky destijds zelfs niet een voorbeeld aan Hitler en heeft niet iedereen Pol Pot, ontegenzeggelijk de eerste kandidaat om de Fuhrer op te volgen, met rust gelaten? De morele rechtvaardiging is van des te meer waarde naarmate zij beter bruikbaar is in een politiek die 'vitale belangen' dient.

Hoe zou men dan Saddam Hussein moeten 'aanpakken'? Zou de Europese Gemeenschap het doen, de grote economische eenheid in wording, die van de verhoging der olieprijzen flinke schade zou oplopen? De Europeanen hebben geen eigen strijdkrachten, en als ze die hadden, zouden zij het nooit eens worden over het gebruik ervan. De Amerikanen? Irak is hun tweede leverancier en zojuist heeft een vroegere onderminister van buitenlandse zaken, Robert Murphy, krachtig verdedigd dat 'de dialoog met Irak gaande moet worden gehouden'.

Dat advies doet meer aan de Hitlertijd denken dan Saddam Hussein zelf.

OPEC krijgt zijn zin. De dictator van Irak mag een ongure machthebber zijn, maar zolang hij het niet overdrijft en door zijn Arabische vrienden voldoende wordt gekalmeerd, zullen de Europese automobilisten meer voor hun benzine betalen. En als hij doet wat alle dolle dictators doen: in zijn megalomanie de grenzen van de vreedzame mogelijkheden verliezen? Zullen dan boze toeristen in St. Tropez de Arabische vloot tot zinken brengen? Dat is onwaarschijnlijk.

Dan is er alleen Israel.