Chinese acrobaten balanceren met bamboe

AMSTERDAM, 1 aug. 'Arend spreidt zijn vleugels uit', heet het nummer voor zeven acrobaten en tien stoelen. Het is een van de achttien acts op het programma van het Groot Chinees Staatscircus, dat een tournee van een half jaar door Europa maakt en tot en met 12 augustus in Amsterdam te zien is.

Een Chinees circus beperkt zich meestal tot een onderdeel van het programma dat doorgaans door westerse circussen wordt gebracht. Alleen in het eerste nummer komen dieren voor: geen echte, maar telkens twee als leeuw vermomde acrobaten, die de eerste, adembenemende sprongen uitvoeren.

De Chinese artiesten gebruiken in de rest van de show zeer eenvoudige attributen. Zilverkleurige borden die balanceren op de toppen van bamboestokjes voor de dans der lotussen. Voor de jongleurs een soort badmintonrackets en gekleurde ringen. Twee slangemeisjes laten hoog in de lucht kleine Chinese kommetjes op hun voeten balanceren. Nieuw voor een Chinees circus is het trapezenummer. Drie of meer 'vliegende adelaars' draaien op een touw van elastiek rond een stellage in de nok van de piste.

Ook de clowns die in hun entr'acts steeds met dezelfde attributen goochelen als de artiesten die de piste net hebben verlaten zijn eerder virtuoos dan grappig. Hoe moeilijk de nummers zijn, blijkt pas als er iets mis dreigt te gaan. Dai Chunseng, die gezeten op een fiets met een wiel op een grote houten bal balanceert en met zijn voet kommetjes, borden en een theepot bovenop zijn hoofd gooit, moest drie keer opnieuw met de finale van zijn nummer beginnen. Pas toen landde ook het laatste kommetje op de juiste plek.