Verdachte

In het voorjaar van 1988 wordt J-P. C. Grund, wetenschappelijk medewerker aan de Erasmus Universiteit, verrast met een schikkingsvoorstel van de officier van justitie in Rotterdam. Hij heeft op 24 februari een winkeldiefstal gepleegd en Justitie is bereid van strafvervolging af te zien als hij 500 gulden betaalt. Grund schrijft terug dat hij op de bewuste dag voor een conferentie in Antwerpen was. Hij raadt de officer aan zich in verbinding te stellen met zijn broer, J. G. Ph. Grund. Die gebruikt al achttien jaar heroine en overtreedt wel eens wetten. Er komt geen reactie.

Een jaar later ligt er een tweede schikkingsvoorstel in de bus. 'Wanneer u niet of te laat betaalt zal ik uw strafzaak ter beoordeling voorleggen aan de rechter. De geldboete die ik ter terechtzitting zal vorderen is in de regel hoger dan het bedrag dat u thans als schikking wordt voorgesteld', waarschuwt de officier.

Grund kopieert zijn eerdere brief en voegt daaraan toe: 'Indien dit u onvoldoende bevredigt, verzoek ik u een dienaar der wet (wat dacht u van degene die het proces-verbaal heeft opgemaakt?) op te dragen een afspraak met mij te maken, waaruit dan zal blijken dat u zich tot de verkeerde richt.' Een maand later komt er antwoord van de officier. 'Reeds naar aanleiding van uw schrijven d.d. 4 juli 1988 heb ik de politie een nader onderzoek laten instellen. Hieruit is gebleken dat u ten onrechte als verdachte was aangemerkt. Het tegen u opgemaakte proces-verbaal heb ik dan ook geseponeerd. Per abuis is echter nogmaals een schikkingsvoorstel aan u gezonden. Dit kunt u vernietigen. Ik bied u mijn welgemeende excuses aan.' Zes weken na deze beleefde brief wordt Grund gedagvaard. Hem wordt ten laste gelegd dat hij op 17 april 1988 heeft ingebroken in een auto. De politie heeft hem op heterdaad betrapt.

Grund ontkent het genoemde feit te hebben gepleegd en verwijst opnieuw naar zijn verslaafde broer. 'Tevens verzoek ik u aan de politie door te geven dat mijn broer zich van mijn personalia bedient, zodat zij een volgende maal zijn verhaal niet voor zoete koek slikken maar controleren', schrijft hij aan de officier. Maar die reageert niet.

Kort daarna ontvangt Grund de kennisgeving dat de politierechter hem heeft veroordeeld tot 400 gulden boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van twee jaar.

Grund schrijft nu aan de hoofdofficier van justitie. Hij legt nogmaals de zaak uit, sluit kopieen van de tot nu toe gevoerde correspondentie bij en vraagt zich af waarom Justitie niet in staat is herhaling van eerder gemaakte fouten te voorkomen. Hij wil een onderzoek en vraagt, met een beroep op de wet persoonsregistratie, een overzicht van de gegevens welke over hem zijn geregistreerd. Ook de hoofdofficer antwoordt niet.

Deze zomer moet de wetenschappelijk medewerker voor zijn werk naar de Verenigde Staten. Om moeilijkheden bij de paspoortcontrole op Schiphol te voorkomen gaat hij naar de rechtbank om te controleren of hij nog als veroordeelde of verdachte staat geregistreerd. De winkeldiefstal blijkt te zijn geseponeerd maar de veroordeling wegens de autokraak staat nog ongewijzigd in de computer. Een ambtenaar van de afdeling executie van vonnissen stelt hem gerust. Het vonnis 'is in de wachtstand gezet' ; het zal voorlopig niet ten uitvoer worden gebracht. Dat in de wachtstand zetten blijkt te zijn gebeurd vijf dagen nadat Grund zijn brief aan de hoofdofficier heeft gestuurd; het is hem alleen nooit meegedeeld. Grund verlaat zonder problemen het land.

In een reactie zegt de persofficier van justitie over het niet beantwoorden van de brieven dat 'Justitie al jaren kampt met de eigen bureaucratie'.

Dat een officier een nieuwe zaak apart behandelt, en dus mogelijk tweemaal dezelfde fout maakt, is 'frustrerend maar begrijpelijk'.

En dat Grund na de dagvaarding ondanks zijn brief werd veroordeeld is onvermijdelijk. 'Dan had hij maar op de zitting moeten verschijnen. Zijn broer had die brief wel geschreven kunnen hebben'. Bureaucratische belevenissen naar NRC Handelsblad Hans Nijenhuis Postbus 824 3000 DL Rotterdam.