Twijfels over veilige methoden bij vernietiging wapens VS opatol Johnston; 'Verbrand gif dan maar in je achtertuin'

WELLINGTON, 31 juli 'De houding dat de Stille Oceaan een uitgestrekt en dunbevolkt gebied is dat naar hartelust kan worden misbruikt, is gewoon niet langer aanvaardbaar. De bewoners gebruiken voor de Amerikaanse chemische-wapenverbranding nu dezelfde oude slogan die ze ook voor de Franse kernproeven in petto hadden: als het echt zo veilig is, waarom doe je het dan niet in je eigen achtertuin?' Deze opmerking van de Nieuw-Zeelandse minister van ontwapening, Fran Wilde, illustreert de zorg in het Stille-Oceaangebied over de komst van 400 ton chemische wapens uit de Bondsrepubliek. Het gifgas zal volgens Amerikaanse plannen in de komende vier jaar worden vernietigd op het onder Amerikaans beheer staande eiland Johnston in de Stille Oceaan, 1.150 kilometer ten zuidwesten van Hawaii.

De verbranding is het meest controversiele gespreksonderwerp van de vandaag begonnen jaarlijkse vergadering van het South Pacific Forum, in Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu. Dit forum van 13 onafhankelijke eilandstaten in het zuidelijke Stille-Oceaangebied zal moeite hebben aan het eind van de week een eensluidende verklaring over dit onderwerp op te stellen. Behalve Australie, het machtigste lid, zijn alle landen tegenstanders van de verbranding.

Australie steunt de verbranding. De Australische regering meent dat het tegenwerken van de verbranding het proces van internationale ontwapening tegenhoudt. Premier Bob Hawke zei zondag te hopen dat sommige zorgen van de Stille-Oceaanlanden kunnen worden weggenomen nadat deze kennis hebben genomen van Australische onderzoeksresultaten.

De Nieuw-Zeelandse premier, Geoffrey Palmer, wil uitsluitend verbranding van de nu op Johnston aanwezige wapens toestaan. 'De verbrandingsoven is met de nieuwste technologie gebouwd. We zijn ervan overtuigd dat de methode veilig is. Maar de Stille Oceaan mag geen blijvend centrum voor de vernietiging van chemische wapens worden', aldus Palmer.

Het geisoleerde atol Johnston, met een omtrek van 25 kilometer, omvat vier eilanden. Het hoofdeiland Johnston wordt bijna volledig in beslag genomen door een vliegveld, maar biedt ook plaats aan een verbrandingsinstallatie. Het atol wordt sinds 1934 door de Amerikaanse strijdkrachten gebruikt. Driehonderd personeelsleden van het Amerikaanse leger zijn de enige bewoners.

Op Johnston zijn sinds 1971 chemische wapens opgeslagen die daarvoor op het Japanse eiland Okinawa te vinden waren. Greenpeace publiceerde in februari een kritische beschouwing over drie Amerikaanse milieurapporten die het groene licht voor de verbranding gaven. Greenpeace vindt de garanties voor de veiligheid onvoldoende. Volgens de milieu-organisatie heeft onderzoek aangetoond dat er na verbranding van mosterd- en zenuwgas kankerverwekkende dioxines en furanen in de op Johnston gebruikte ovens voorkwamen. Dat betekent dat die stoffen in het milieu kunnen terechtkomen, stelt Greenpeace. De milieu-organisatie wil dat onderzoek naar veiliger vormen van verbranding wordt gedaan. Tot het zover is moeten de wapens voor gebruik onklaar worden gemaakt en worden opgeslagen. Uiteindelijk zullen de wapens dan moeten worden vernietigd in de landen waar ze momenteel zijn opgeslagen.

Greenpeace beroept zich ook op de Lome IV Conventie uit 1989. Deze overeenkomst tussen EG-landen en hun voormalige afhankelijke gebiedsdelen in de Derde wereld verbiedt de uitvoer van afvalprodukten van ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden. Het eiland Johnston valt niet onder die overeenkomst. Talrijke politieke leiders, onder wie de gouverneur van Amerikaans Samoa, de premier van de Cook Eilanden, de voorzitter van het parlement van de Marshall Eilanden, de regering van de Federatieve Staten van Micronesie en de burgemeester van Honolulu, hebben de Amerikaanse plannen veroordeeld. Hun zorg richt zich vooral op mogelijke vervuiling van het zeewater en de gevolgen voor de visstand.

De op Hawaii gevestigde Wereldraad van Autochtone Volken verklaarde dat 'het verbranden van de zenuwgassen op Kalama (Johnston) de puurheid van de luchten van de Stille Oceaan bedreigt. De verbranding betekent een onredelijk risico voor het leven, gezondheid en welzijn van de Stille-Oceaanvolken'. Van de totale voorraad Amerikaanse chemische wapens zal 6,6 procent op Johnston worden verbrand. De rest van het Amerikaanse arsenaal zal op het vasteland van de Verenigde Staten worden vernietigd. In een te bouwen verbrandingsoven in Tooele in de Amerikaanse staat Utah zal 42 procent van de voorraad worden verbrand. In het Stille-Oceaangebied is de vraag gerezen waarom de uit West-Duitsland afkomstige voorraden dan ook niet op het Amerikaanse vasteland kunnen worden vernietigd. 'Vervoer van deze wapens naar het Amerikaanse vasteland werd uitgesloten, omdat dit meer overslag en risico's voor dichtbevolkte gebieden betekent. Er zouden ook meer bureaucratische procedures moeten worden gevolgd om vergunningen van de regeringen in de diverse staten te verkrijgen', aldus woordvoerder Jane Morse van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken.

Verklaringen als deze schieten te kort om achterdocht weg te nemen. Die achterdocht stoelt voor een deel op de kernproeven die de Verenigde Staten in de Stille-Oceaaneilanden in de jaren vijftig en zestig uitvoerden. De Nieuw-Zeelandse Greenpeace-woordvoerder Bunny McDiarmid plaatst daarom vraagtekens bij de Amerikaanse garanties: 'Voor de atoomproeven op Bikini en Rongelap gaven de Amerikanen ook garanties. De eilanden zijn echter nog steeds onbewoonbaar'. De regering in Washington is zich bewust van de politieke complicaties. Daarom werden eerder deze maand twee voorlichtingsteams door dertien landen in het gebied gestuurd. De voorlichters ontmoetten politici, pers en milieugroeperingen.

De Amerikanen erkenden toen dat proefverbrandingen op Johnston problemen aan het licht brachten. Charles Baronian, een van de directeuren van de verbrandingsoven op Johnston, zei er echter van overtuigd te zijn dat de proefnemingen zouden leiden tot een volledig veilige verbrandingsmethode.

Intussen plaatst het debat milieu- en vredeswerkgroepen voor een dilemma. Greenpeace zegt dat het een voorstander is van de vernietiging van de chemische wapens, maar wil ermee wachten tot veilige methodes zijn gevonden.

Trevor Finlay, eindredacteur van het blad Pacific Research dat wordt uitgegeven door het centrum voor vredesonderzoek van de Universiteit in Canberra, zegt dat Greenpeace het fundamentele vraagstuk van de in Europa opgeslagen chemische wapens negeert. 'De wereldvrede is met vernietiging gediend. We zouden de ene belediging op de andere stapelen als we na de jarenlange opslag in West-Duitsland zouden eisen de wapens daar te verbranden, vooral als het proces inderdaad zo gevaarlijk is als Greenpeace beweert', aldus Finlay.