Tijdlaboratorium

Gespannen keek de chef-horlogemaker naar zijn werkbank, waarop een geopend horloge lag dat hij juist in elkaar had gezet. Het kastje, elf millimeter hoog met een diameter van drie centimeter, bevatte 614 minutieuze onderdeeltjes. Hij wond het op, zette de wijzers op een minuut voor twaalf en drukte de knop op de linkerkant van het uurwerk 'the sliding pusher' naar beneden. Even was er een nauwelijks hoorbaar gebrom en dan sloeg een hamertje op een van de twee gongs. Nerveus telde hij elf slagen. Dan volgden er drie dubbele, steeds op een andere gong, gevolgd door veertien enkele tikken. De elf slagen voor het aantal verstreken uren na middernacht of middag, de dubbele slagen voor de kwartieren die volgden, daarna de veertien tikken voor elke minuut daarna: een minuut voor twaalf. Het was december 1988 en het prototype van La Grande Complication van de International Watch Co Ltd in het Zwitserse Schaffhausen werkte.

De 120-jarige fabriek, gesticht door de Amerikaanse ingenieur Florence A. Jones, brengt het polshorloge nu op de markt. Het is zonder twijfel het meest geavanceerde polsuurwerk dat ooit is ontwikkeld. Terwijl de elektronica dag na dag, chip na chip terrein won op de nobele wetenschap en het ambacht van de mechanica, bezongen door Leonardo da Vinci, werd in Schaffhausen vijftigduizend uur gewerkt voornamelijk gerekend aan het meest prestigieuze uurwerk dat de onderarm kan sieren.

De precisie van het horloge beweegt zich tussen een achtste seconde en 122 jaar. Dat wil zeggen: de stopwatch geeft de geklokte tijd aan tot op een achtste van een seconde, terwijl de maanstand een keer in de 122 jaar verzet moet worden.

La Grande Complication geeft de datum aan, die is voor vijfhonderd jaar geprogrammeerd. Dat lijkt op zichzelf niet zo bijzonder. Maar met dag, datum en maand zonder die ooit te hoeven verzetten hebben de horlogemakers geen genoegen genomen. Die maand is al lastig, met de ene keer 30, de andere keer 31 of 28 en soms 29 dagen. Ook het jaartal, inclusief de eeuw, is op het uurwerk af te lezen. Een onderdeeltje komt dus slechts een maal per eeuw in actie; een sprongetje van 1,2 millimeter dat pas na ruim 25 miljard slingeringen weer aan de beurt is.

De maanstand is met de meest vergaande exactheid aangegeven. De wijzer gaat eenmaal rond in 29.53059 dagen. Tussen oneindig rekenwerk en wat mensenhanden kunnen maken liggen echter praktische bezwaren. De eigenaar van La Grande Complication zelf hoeft zich daar niet druk over te maken, zijn erfgenaam slechts een keer in zijn leven; per 122 jaar zit het klokje er namelijk een dag naast. Dat is nog heel redelijk, want de meeste uurwerken die de maanstand aangeven moeten elke tweeeneenhalf jaar worden bijgesteld.

De makers van La Grande Complication hebben de weddenschap aangedurfd, dat hun polshorloge niet onderdoet voor Europa's fraaiste kerkklokken, wier bouwers met het oog op de afmetingen toch wat minder problemen hebben gehad.

Het staat welhaast vast dat de eigenaar van La Grande Complication op oudejaarsavond van 1999 meer aandacht heeft voor zijn horloge dan voor zijn familie. Maar veel eigenaars zullen er niet zijn. Het 'tijdlaboratorium', gevat in een platina kast (waarom niet?) met lederen band, is speciaal voor de als krenterig te boek staande Nederlandse markt wat lager geprijsd dan elders, maar komt toch nog op 225.000 gulden. Voor liefhebbers die niet kapitaalkrachtig genoeg zijn, maar er niettemin alles over willen weten is een boekje samengesteld dat al voor 450 gulden verkrijgbaar is.

    • Bram Pols