Stemmen boven het laken

De patient onder narcose kan zich niet bewegen en voelt geen pijn. Toch verstaat hij de gesprekken van artsen en verplegers. En wat hij opvangt heeft invloed op zijn herstel.

Patienten die tijdens een operatie onder narcose via een koptelefoon herhaald de woorden geel, banaan, groen en peer kregen te horen, noemden die woorden direct na de operatie vaak als hen werd gevraagd drie kleuren of drie vruchten te noemen. Van de vier ingefluisterde woorden werden er gemiddeld 2,4 genoemd. Door een controlegroep die tijdens de operatie de vier woorden niet hoorde, werden ze gemiddeld 1,8 keer genoemd. Het verschil was statistisch significant. Als ter controle naar drie groenten werd gevraagd, vonden de Rotterdamse medisch psychologen drs. M. Jelicic en dr. B. Bonke geen enkel verschil tussen doel- en controlegroep.

Met dit experiment, gepubliceerd in The Lancet (28 juli) is niet alleen aangetoond dat tijdens narcose geluiden worden verwerkt maar ook dat ze later nog van invloed zijn. Onder narcose werkt het impliciete geheugen.

Twijfel bleef

Na een operatie kunnen de meeste mensen zich niet herinneren dat ze iets hebben gehoord. Het expliciete geheugen werkt tijdens een operatie niet. Toch zijn in de medische literatuur veel gevallen beschreven van mensen die na hun operatie beweerden te hebben gehoord wat er tijdens de ingreep door chirurgen, anesthesist en OK-assistenten om hen heen was gezegd. Bij controle bleken ze het vaak bij het rechte eind te hebben.

Chirurgen en anesthesisten deden deze casussen meestal af met de opmerking dat de narcose waarschijnlijk met ouderwetse middelen was uitgevoerd of tijdelijk niet voldoende diep was geweest. Met de moderne narcosemiddelen en controle-apparatuur zou zoiets niet meer voorkomen. De twijfel bleef echter, ook al omdat psychiaters en klinisch psychologen regelmatig mensen in hun spreekkamer krijgen die, ook zonder dat ze precies kunnen reproduceren wat er is gebeurd, door een operatie psychisch in de problemen zijn geraakt.

Het eerste onderzoek waarbij niet op basis van toevallige, achteraf gedane meldingen werd afgegaan, werd in 1965 door B. Levinson uitgevoerd. Hij is een psychiater die enkele patienten met post-operatieve trauma's had behandeld en daardoor belangstelling had gekregen voor wat mensen op de operatietafel ervaren. Traumapatienten die zich bij hun volle bewustzijn niets konden herinneren bleken vaak onder hypnose wel zinnen of woorden te kunnen reproduceren die hen tijdens de operatie angst hadden ingeboezemd.

Levinson onderzocht het effect van tijdens de operatie gesimuleerde bijna-ongelukken op een groep van tien patienten. Terwijl er in werkelijkheid niets fout ging zei de anesthesist steeds: 'Stop de operatie. De kleur van de patient is niet goed. Zijn lippen zijn te blauw. Ik geef zuurstof.'

Na enkele pompslagen met de beademingsballon zei hij dan ter geruststelling: 'Zo, dat is beter. U kunt doorgaan met opereren.' Vier patienten konden naderhand onder hypnose de woorden van de anesthesist bijna letterlijk herhalen. Vier anderen wisten zich enkele woorden te herinneren, maar werden tijdens de hypnose zo angstig dat ze nauwelijks onder hypnose waren te houden. De EEG's (elektro-encefalogrammen) die tijdens de operatie waren geregistreerd lieten bij hen ook meer onrust zien dan de EEG's van de mensen die achteraf de conversatie in de operatiekamer letterlijk wisten te reproduceren. Volgens Levinson begrepen die eerste vier wat er gebeurde en toonden ze zich opgelucht toen de operatie doorging. De twee overblijvende patienten, tenslotte, wisten zich onder hypnose niets van het gebeurde te herinneren.' Het onderzoek van Levinson vinden we tegenwoordig onethisch', zegt Bonke er nu over, 'later is duidelijk geworden dat operatiepatienten waarschijnlijk selectief luisteren en geneigd zijn woorden die ze horen negatief uit te leggen.'

Beroemde anekdoten

Daarover bestaan beroemde anekdoten. Over de patient die de operatiekamer werd uitgereden terwijl in de gang monteurs aan het plafond werkten waarbij wat stof naar beneden dwarrelde. Een verpleger zei: 'Doe het laken maar over zijn hoofd.'.

Een negatieve uitleg ligt dan voor de hand. Dat vrijwel iedere bange patient tot een negatieve interpretatie neigt bewees president Reagan na een aanslag. Hij was door zijn long geschoten, werd beademd, kon niet praten en hoorde een verpleger zeggen: 'OK, this is it'.

' What does she mean, this is it', krabbelde Reagan haastig op een papiertje.

Geruststellende uitspraken

Er zijn ook vermoedens dat het selectieve gehoor van operatiepatienten de resultaten van wetenschappelijk onderzoek beinvloeden. Bonke is in 1980 gepromoveerd op een onderzoek naar de invloed van opbeurende suggesties tijdens de narcose. Patienten die tijdens de operatie een paar minuten geruststellende uitspraken aanhoorden na de operatie zou het goed met ze gaan, ze zouden weinig pijn hebben en snel herstellen knapten na de operatie sneller op dan mensen die via hun koptelefoon alleen ruis of operatiekamergeluiden te horen kregen.

Dat onderzoek is door anderen herhaald, maar met wisselende resultaten. Bonke: 'Het kan zijn dat van de zin 'U zult na de operatie geen pijn hebben' het woord pijn blijft hangen en de patient negatief beinvloedt. Wij onderzoeken nu het effect van louter positief geformuleerde suggesties. 'U zult zich heel goed voelen.' 'Het zal in alle opzichten prettig met u gaan.' En kijken dan of de patienten het daar beter op doen.' Voor de onderzoekers is het allang niet meer de vraag of een operatiepatient geluiden verwerkt. Ook fysiologisch is aangetoond dat geluid ook tijdens narcose nog steeds in het centraal zenuwstelsel wordt verwerkt. De van de oorzenuw afkomstige evoked potentials, elektrische signalen via het EEG bij een luisteraar kunnen worden geregistreerd, veranderen tijdens narcose van structuur, maar zijn nog steeds aanwezig. Bonke: 'De vraag wordt nu in hoeverre we ons gedrag laten beinvloeden door gegevens uit ons geheugen die we niet direct kunnen oproepen. Het resultaat dat nu in de Lancet is gepubliceerd toont aan dat de patienten zich ook in het werkelijke leven laten beinvloeden door wat er tijdens een operatie in hun geheugen terecht komt.' Chirurgen zullen er aan moeten wennen dat ze op hun woorden moeten passen tijdens operaties. De gewoonte om vrijuit over het inwendige van de patient te spreken zal moeten veranderen, of het gehoor van de patient moet worden afgeschermd. Bonke: 'Het zou niet gek zijn voorlopig alle operatiepatienten een walkman op te zetten en muziek te laten horen. Als we meer details weten over de informatie waar het impliciet geheugen gevoelig voor is kan het feit dat het gehoor niet helemaal is uitgeschakeld tijdens een narcose misschien worden gebruikt om de patient na de operatie sneller te laten herstellen.'

'Memory and Awareness in Anaesthesia'. B. Bonke, W. Fitch, K. Millar (eds.) Uitgeverij Swets en Zeitlinger, Amsterdam/Lisse. 1990. fl. -.

ISBN 90 265 1020 9.