Nieuwe denktank VS: vrijhandel achterhaald

WASHINGTON, 31 juli Sinds vorige maand heeft Washington er een prestigieuze denktank bij en wel een die vrijhandel als een Amerikaans ideaal van het verleden beschouwt. Onder de grote donateurs bevinden zich de Amerikaanse dochter van Philips, North American Philips, hoogtechnologische bedrijven als Motorola en Cray Research, de automakers Ford en Chrysler, het textielbedrijf Milliken en vakbonden voor auto's en staal.

Het openingsfeest was een 'who is who' van Washington: de Republikeinse leider Robert Dole, senator Lloyd Bentsen, John Heinz (van de ketchup), John Rockefeller en de Democratische leider van het Huis van Afgevaardigden Richard Gephardt. Met de 1,4 miljoen dollar jaarlijkse giften heeft het Economic Strategy Institute de uitzichtrijke hoogste verdieping van een groot kantoorgebouw in de binnenstad gehuurd. Sommige kamers zijn nog leeg, niet alle vacatures zijn gevuld en de bibliotheek moet nog worden ingericht. Het instituut wordt niet gerund door economen maar door mensen uit de praktijk. Directeur Clyde Prestowitz, schrijver van het geruchtmakende boek 'Trading places. How we are giving our future to Japan and how to reclaim it' heeft het niet begrepen op 'traditionele economen' en wat hij noemt de 'conventionele economische wijsheid'.

Meer op vrijhandel gerichte denkbeelden van andere denktanks in Washington beschouwt hij als hoogst theoretisch en 'gebaseerd op hypothesen ter vereenvoudiging van economische modellen waarvan iedereen weet dat ze in de echte wereld niet werken.'

Volgens Prestowitz heeft het begrip 'nationale veiligheid' na het einde van de Koude Oorlog een ander karakter gekregen. 'Het zal in toenemende mate in economische in plaats van militaire bewoordingen worden uitgedrukt', vindt hij. Amerika heeft niet langer het technologische, financiele en industriele overwicht van vroeger. Daarom moet de Amerikaanse regering het economische eigenbelang meer nadruk geven dan algemeen bondgenootschappelijke of diplomatieke belangen. Waarom werkt Amerika met Japan samen om een nieuw jachtvliegtuig te ontwikkelen, de FSX?

Prestowitz: 'We leren hun hoe ze jachtvliegtuigen moeten bouwen zodat ze dan zelf met ons kunnen wedijveren.'

Het Amerikaanse handelsbeleid is volgens Prestowitz te veel ondergeschikt aan defensiebeleid en buitenlands beleid. 'Er zijn te veel niet-economische overwegingen zoals de vraag hoe een bepaald land stemt in de Verenigde Naties', zegt hij.

Als onderstaatssecretaris van handel onder president Reagan moest hij naar zijn smaak te vaak het onderspit delven tegen de beleidsconcurrenten van Defensie en Buitenlandse Zaken. Hij heeft veel kritiek op de regering-Bush.

Prestowitz is Japan-specialist. Zijn gram richt zich sterker op Japan dan op West-Europa. Amerika heeft sinds kort een overschot op de betalingsbalans met de Europese Geeenschap die niet meer als zo dreigend worden ervaren als een paar jaar geleden. De interne markt ('1992') wordt ook als een betere exportmogelijkheid gezien.

Van 1981 tot 1986 beheerde Prestowitz in verscheidene functies de portefeuille Japan voor het ministerie van handel. Voor die tijd werkte hij voor Amerikaanse bedrijven in Washington en in het buitenland. Zijn loopbaan begon in Rotterdam waar hij voor het Amerikaanse consulaat werkte.

Prestowitz heeft veel bewondering voor de pogingen van de Nederlandse regering indertijd om door middel van een industriebeleid de scheepvaart te redden wat later ontaardde in de RSV-affaire. Maar Prestowitz ziet de positieve kanten. 'De mensen zijn in ieder geval een tijd aan het werk gehouden', zegt hij. Hij wil ook een meer gebundeld industriebeleid voor de Verenigde Staten. 'We hebben al een industriebeleid', zegt hij. 'Het wordt nu geleid door de Nasa, het Pentagon, de Securities Exchange Commission, het ministerie van landbouw en andere instellingen.'

Vorige week vrijdag nam een Japans bedrijf het Amerikaanse Semigas over, een bedrijf dat was gespecialiseerd in produktietechnieken voor chips. Het was jaren gesubsidieerd door het Pentagon om de know how te ontwikkelen. Toen de president zich niet tegen de verkoop verzette, legden Congresleden woedende verklaringen af. Ook Prestowitz is economisch nationalist. Hij wil dat Amerikaanse bedrijven ook voor Amerika werken. Hij gelooft in samenwerking tussen werkgevers en werknemers zoals dat in Amerika in de Tweede Wereldoorlog gebeurde en zoals het nu nog in Europa en Japan gebeurt. De Amerikanen hebben ten onrechte aangenomen dat andere landen precies het zelfde kapitalistische model zouden volgen als zij. 'Op grond van deze vooronderstellingen hebben de Verenigde Staten voor meer dan 40 jaar: twee handelsconcessies gedaan voor iedere concessie die zij hebben gekregen, niet gereageerd op de industriepolitiek van andere landen die gericht waren op het overnemen van veel van Amerika's kritieke industrieen, disproportionele gedeelten van de defensie van de vrije wereld, hulp en leningen aan derde-wereld-landen op zich genomen en 60 procent van de industrieprodukten van de niet-olieproducerende landen aanvaard', staat in het openingsessay van het instituut. Het is de kater van het einde van de Koude Oorlog. Er volgt een litanie over industrieen die voor Amerika verloren zijn gegaan. Textiel werd nog beschermd en kon zich handhaven maar de consumentenelektronica verdween, de staal- en autosector verzwakten. Nu vragen de producenten van halfgeleiders protectie. De dienstensector, eerst nog het toekomstbeeld voor hooggeindustrialiseerde landen, valt tegen. Europese en Japanse banken hebben zich een sterke positie verworven in de Verenigde Staten. De Amerikaanse industrie is sterk gericht op de consument. Er wordt weinig gespaard, dus kapitaal is duur. De aandeelhouder moet snel dividend hebben, dus is succes op de korte termijn belangrijk. Veel Amerikaanse zakenlieden zien af van meer risicovolle ondernemingen, vooral als een Japanse tegenpartij zich bereid toont veel geld te besteden aan het veroveren van een markt. Met het antikartelrecht legt Amerika zichzelf een handicap op.

Voor Prestowitz is vrijhandel een illusie. Hij zegt dat hij het in de vele onderhandelingen over handelsbetrekkingen nog niet is tegengekomen. 'De economieen van andere landen worden geen kopieen van de onze', zegt hij. 'Dat is een illusie.' Zijn ideaal is gereguleerde handel. Hij wil andere landen niet dwingen om het zelfde te worden als Amerika, zoals de Amerikaanse regering heeft gedaan in de besprekingen met Japan over 'structurele handelsbelemmeringen'. Hij veroordeelt ook de praktijk in Amerika om eerst landen te veroordelen voor hun handelspraktijken alvorens maatregelen te nemen. Dat schept geen goed klimaat voor resultaten.

Prestowitz wil volgens zijn zeggen de wereld nemen zoals ze is. Over elk onderwerp moet onderhandeld worden zoals dat gebeurt in de luchtvaart. Geen land zal de luchtvaartmaatschappij van een ander land belangrijke binnenlandse lijndiensten laten onderhouden. 'Goed, ieder land wil zijn eigen luchtvaartmaatschappij. Dat gaan we niet moreel veroordelen. Nee, we gaan er gewoon over praten. Wij hebben ook belangen. En dan komen we tot een redelijke uitkomst', zegt hij.