Monniken al even zeldzaam als de Eend

SALIES DE BEARN, 31 juli Na 1.100 kilometer eindelijk in het geboorteland van de Eend gearriveerd.

Tot mijn schrik merk ik in St-Jean-de-Luz dat het benzinemetertje onder nul staat. Vervelend dat er geen oranje lampje waarschuwt. En uiteraard staan alle Parijzenaars, Duitsers en Nederlanders wegens de hitte in de file. De wegen naar en in St-Jean-de-Luz en het strand zijn volledig geblokkeerd. Het lijkt de Parijse 'peripherique' wel. Een beetje Franse stad heeft in de buitenwijken zogeheten 'grandes surfaces', enorme supermarkten, met parkeerterreinen als voetbalvelden, waarop benzinestations staan met goedkope benzine. Ik verlaat de file en sla af naar de zeer aantrekkelijk geprijsde 'super'. Voor de pomp klimt een Fransman uit zijn oude Peugeot en klopt liefdevol mijn rode Eend met het Portugese nummerbord op zijn rug en zegt: 'This is a very beautiful car'.

Zoals veel Fransen tegenwoordig toont hij graag zijn Engels aan de buitenlander. Heerlijk, we zijn in Eendenland.

Opgetogen neem ik de kleine weg, de D918 naar Ascain. Spanje is geel, Frankrijk is groen, een land van melk en honing. De Eend zwiert de bochten door, langs de kleine dorpjes en stadjes, opgebouwd uit de plaatselijke natuursteen. Plantanen langs de weg, oleanders in de berm, de dorpswoningen zijn begroeid met seringen en geraniums. Ver weg van de Parijse politici is Frankrijk een ontspannen en karaktervol land. Over de D22 naar Hasparren. Op deze wegen is de Eend in zijn element, een kalm gevoel van berusting en de bereidheid tot genieten nestelen zich in me. Op de Michelin-kaart zie ik een Benedictijns klooster liggen bij Labastide-Clarence. Waarom niet een klein bezoekje gewaagd? Per slot bevind ik me op de bedevaartsroute naar het Spaanse Santiago de Compostela, al eeuwen kloppen hier vreemdelingen op de poorten van de vele godshuizen. Vroeger kwam men op de knieen, nu per Deux Chevaux. In de een sputter ik de gemene helling op. Bij het damesklooster rijden ze in Dyane's rond. Pech, dat is geen echte Eend, maar een boudoir-eend, om Kousbroek te citeren. De non, die mij te woord staat, vertelt dat de populatie terugloopt. Er zijn nog 38 'soeurs' over, een heeft de leeftijd van 30, de rest is tussen de 60 en 80. De zustergemeenschap leeft van het maken van kaarsen. Of de buren, Benedictijnse monnikken, Deux Chevaux hebben, weet ze niet zeker. Achter het buurhek ontvangt broeder Raphael me allerhartelijkst. Het Benedictijnse monnikkenklooster, Abbaye de Belloc, herbergt veertig 'freres'. En ware Citroenfielen. Ze hebben twee Lelijke Eenden, een fourgonnette (vrachtwagen) en een moderne AX. 'De AX is voor de zieke broeders, of broeders met kiespijn, die niet tegen de hobbels kunnen', zegt broeder Rafael, die zijn zomertenu, een kort blauw jasje en een grijze broek, draagt. De monnikken van Belloc leven van de schapenkaas. Maar ook hier moet de economie aangepast worden aan de demografische realiteit. Rafael zegt het mooi: 'De roeping is een mysterieus gegeven'.

Hij bedoelt de trend is neerwaarts. De monnikken worden ouder en jonge gelovigen, die willen intreden, worden net zo zeldzaam als de Deux Chevaux. De vergrijzing is de grote bedreiging in het klooster. Maar de Benedictijnen zijn taai en al eeuwen inventief. Schapen melken en kaas maken is zwaar handwerk en broeder Rafael vertelt dat de abdij haar eerste 100 vleesschapen voor een toekomstige stapel in de Vendee heeft gekocht. Vlees groeit van zelf op de 60 hectaren Benedictijnse weidegrond. De Eend levert goed werk op de schapenboerderij van Belloc. Broeder Rafael voelt zich 'a l'aise' in de Deux Chevaux. 'Wat ik ook doe, hij rijdt altijd. Het is een makkelijk bedienbaar autootje'.

Al twintig jaar rijden de Benedictijnse monnikken Deux Chevaux, soms tweedehands, soms nieuw. Vroeger repareerden ze de wagentjes zelf, maar ook hier slaat het mysterie van de roeping toe: ook 'frere garagiste' wordt een dagje ouder en tegenwoordig moeten ze een beroep doen op Castaing in Urt. Dat was dan lang geleden, een compliment voor de 2CV, want in Urt blijkt Castaing failliet. Hier spreekt de sluipende tragiek van Frankrijk, de kleine handwerksman, de monnik, de kaarsenmaakster, de Deux Chevaux, de kleine wijnboer, ze sterven uit als de panda en de rhinoceros in Azie en Afrika.

Ik zwerf wat langs de onverwacht mooie rivier, de Adour. In een zeer oud cultuurgebied. De naam van het dorpje Hastingues is een verbastering van de Engelse graaf John of Hastings, die hier een burcht bouwde. Ook de voorouders van Oranje hebben aardig huisgehouden in de streek. Philibert van Chalon, graaf van Oranje, liet in 1523 zijn Spaanse (!) troepen alles platbranden en vernietigde in de Frans-Spaanse krijg abdijen en kloosters. Maar de tijden worden niet beter, de arcadische, stille omgeving van de Adour, wordt ontwijd door graafmachines, kiepkarren met zand, en arbeiders die werken aan de verlenging van de A68, de autotolweg van Tarbes naar Biarritz. Niet alleen de monnik en de 2CV sneuvelen in de vooruitgang, ook het landschap wordt geofferd aan de tirannie van het automobiel zonder bolle koplampen.

Dit is de vierde aflevering over de teloorgang van de Lelijke Eend. De vorige verschenen op 26,27 en 28 juli.