Literaire tijdschriften

Het heilige hongeren

Door aardse lasten tot hemelse lusten onlangs verscheen bij uitgeverij Wereldbibliotheek een hoogst boeiend boek, Sancta Anorexia, over eeuwenoude pogingen van Italiaanse vrouwen om door onvoorstelbaar afzien en zelfuithongering de heiligheid te bereiken. De auteur, historicus Rudolph Bell ziet een parallel tussen de vroegere sancta anorexia en de hedendaagse afwijking anorexia nervosa. Het Schiedamse meisje Liedewij, of op zijn Latijn Liduina, leefde van 1380 tot 1433 een leven van kwalen en kwellingen, alles in de hoop op een unio mystica met God. Thomas a Kempis en Jan Brugman schreven over haar leven, Ludo Jongen en Cees Schotel publiceerden kortgeleden een Middelnederlandse tekst over haar ellendige bestaan, en lichten die nu toe in Literatuur. 'Haar kwalen nemen toe: ze kan geen voedsel of drank verdragen, slijmerige wormen kruipen uit de open wonden in haar lichaam, ze geeft stukken lever, long en darm over, ze heeft last van blaasstenen en van haar voorhoofd tot het midden van haar neus liep een diepe kloof. (...) Haar biechtvader Jan Pot zegt haar dat ze haar lijden geduldig moet ondergaan.' Nu eens schrijft ook iemand van buiten de neerlandistiek in Literatuur: anglist Theo D'haen onderzoekt de invloed van de Ierse dichter Yeats op A. Roland Holst. Juist in de moeilijkste tijden van zijn dichterschap heeft W. B. Yeats ('baken en anker') een essentiele rol gespeeld, zegt D'haen, die niet begrijpt waarom de Ier altijd zo 'verdonkeremaand' is door Roland Holst-vorsers.

In dit nummer verder nog: een artikel van Paul Post over een toneelhistorische roman uit 1876 van J. J. Cremer, en een inleiding van Marijke Barend-van Haeften op zeventiende-eeuwse reisteksten. Piet Franssen interviewde Johan Snapper, hoogleraar neerlandistiek in Berkeley, California en auteur van De Spiegel der verlossing in het werk van Gerard Reve. 'Ik vraag mij af of men in Amerika geinteresseerd zou blijven in een figuur die bijna uitsluitend over zichzelf schrijft. In Nederland is hij een mythe geworden, een nationale figuur. (...) Ik ben bang dat de technisch grote Nederlandse schrijver uiteindelijk zo'n bekrompen wereld beschrijft, waar hetzelfde sprookje zich afspeelt.' Literatuur, juli/augustus, 1990/4. Uitg. Hes, 65 blz. fl. 11,00.

En het gat was God

Wie zou er het trotst zijn op zijn nationaliteit, de Fransman, de Duitser of de Brit? Het is de Brit, volgens de Eurobarometer, dan komt de Italiaan, en dan de Fransman. De Duitser volgt pas lang na de Nederlander. Nico Wilterding gebruikte deze enquete-gegevens over nationale trots voor een nogal grauw Maatstaf-artikel over de Europese eenwording. Ze dateren uit 1984 hoe zal het beeld inmiddels veranderd zijn? Warme, spontane gevoelens en Europese identiteit hoeven niet verwacht te worden, denkt Wilterdink. 'In samenlevingen die gekenmerkt worden door een hoog welvaartspeil, een grote materiele zekerheid, een sterke fysieke veiligheid, een hoog gemiddeld opleidingspeil en een sterke individuele mobiliteit is de ontvankelijkheid voor nationalisme of andere collectivistische ideologieen waarschijnlijk uberhaupt niet groot.'

Alle ogen zijn dus weer gericht op Oost-Europa.

In 'Het gat dat God is en zijn fitter' interpreteert Klaus Zickhardt Gerrit Achterbergs scabreuze maar onheldere 'Ballade van de gasfitter' uit 1953. Eerst wijst hij de meest obscene of dubbelzinnige plekjes in het gedicht aan, dan stelt hij dat de dichter-fitter niet zomaar naar 'het gat' (de vrouw) hunkerde maar er zijn moeder zocht, en tenslotte dat Achterberg van het gat zijn Godheid maakte.

Dit julinummer is alles bij elkaar slapjes. Het proza van Rudolf Bakker ('Gallische brieven 6') is opnieuw langdradig en vervelend, Jaap Houdijks verhaal 'Zoetwater' is volslagen onopmerkelijk. Alleen de voorpublikatie uit de dagboekachtige brieven van Eriek Verpaele, over een aan drankzucht en verdriet gestorven oude vriend, is de moeite van het lezen waard.

Maatstaf 1990/7, juli. Uitg. De Arbeiderspers, 80 blz. fl. 14,50.

Oblomoverie, spleen of het Niets

Schopenhauer, Wagner, Nietzsche, Heidegger, Dada, Celine, Jarry, Benn, Wenen Freud, Kraus, Musil, Broch , het Boeddisme, Flaubert ('l'ours triste'), Sade, Cioran: het zomernummer van Magazine Litterair gaat over het nihilisme. Precies drie jaar geleden ging het juli- en augustusnummer over de melancholie. Geen luchtige niemendalletjes in de zomer, zullen ze gedacht hebben. Litterature et melancholie bestreek een veel langere periode, van Homerus tot Duras; het Rien-nummer richt zich vooral op de vorige eeuwwisseling, de jaren vijftig en, vaagjes, op die van nu. Misschien is het nihilistische levensgevoel niets fin de siecle-achtigs maar een blijvertje, suggereert een inleider ook. Hij, Francois Ewald, leverde een paar waardevolle bijdragen: een over de term 'nihilisme' door de eeuwen en landen heen, en een vraaggesprek met de Italiaanse filosoof Gianni Vattimo over het onontkoombare van nihilisme nu. 'Het enige ware grondvest van democratie is het totaal vervaagd zijn van alle fundamentalisme.'

Volgens Andre Comte-Sponville is niet fanatisme de tegenhanger van nihilisme, ook niet optimisme of enthousiasme. Wel: moed en liefde, zegt deze absolute antinihilist. Niet alleen hij heeft moeite met het omarmen van het Niets, de oblomoverie, het spleen, of welke andere mooie definitie van het cynische levensgevoel dan ook.

De opsomming van namen en plaatsen hierboven maakt al duidelijk dat het tweemaandeljkse Franse blad gekozen heeft voor nihilisten vanuit de nabije omgeving. Dat waren er al meer dan genoeg voor een dossier, maar een bredere blik op een wereldomspannend Niets was toch nuttig geweest. Magazine Litteraire nr.279. 106 blz. FF26; 40, rue des Saints-Peres, 75007 Paris.