Koerden doden zeven Turkse militairen

ISTANBUL, 31 juli Bij het dorp Perzari in de provincie Siirt in het zuidoosten van Turkije is een patrouille van zeven man, onder wie een majoor en een kapitein, om het leven gekomen nadat zij in een hinderlaag was gelopen, uitgezet door de guerrillastrijders van de PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan.

Dit bericht komt als een koude douche voor de Turkse autoriteiten die tevoren hadden gemeld dat de PKK vorige week een ongekend groot aantal verliezen had geleden op de verschillende strijdtonelen: zes Koerden die de Turken levend in handen waren gevallen en 33 doden. De minister van binnenlandse zaken Abdulkadir Aksu, die de gevechten van nabij volgde, had al gemeld dat 'de PKK definitief aan de verliezende hand' was.

Wat er precies

eurt in deze contreien valt niet te zeggen sinds de Turkse regering in het voorjaar een decreet heeft uitgevaardigd dat strikte controle over de berichtgeving inhoudt. Dit geeft de PKK de mogelijkheid harerzijds te komen met min of meer fantastische informatie.

Zo zouden vorige week zeventig dode Turkse soldaten per helikopter naar het vliegveld van Diyarbakir zijn overgebracht. Alleen aan gevechten waarbij officieren sneuvelen zou van Turkse zijde nog ruchtbaarheid worden gegeven. Dat bij Gevas, in de provincie Van, een Turkse helikopter bij een noodlanding was verongelukt (omlaag gehaald?) waarbij vijf soldaten het leven lieten een bericht dat ook in de Turkse krant Gunesh stond werd door minister Aksu heftig ontkend.

Zeker is dat bij het naderen van de vijftiende augustus, de datum waarop zes jaar geleden de PKK haar activiteiten begon, de strijd op verschillende fronten heviger dan ooit tevoren oplaait. Daarbij worden van regeringszijde voor het eerst op grote schaal helikopters ingezet, in het bijzonder de onlangs door de Verenigde Staten geleverde Black Hawks.

Enkele weken geleden doken er in de pers speculaties op dat de Koerden in het bezit waren geraakt van Russische anti-helikopterraketten van het type Sam.