Kerk en kunst gaan samen in Lincoln

Lincoln is een kleine provinciestad in midden-Engeland. Het heeft weinig bijzonders, maar wel een prachtige kathedraal: een majestueus hoekig godshuis uit de veertiende eeuw met een lange religieuze traditie en een sterke spirituele uitstraling. In en rond deze kerk is deze zomer een, door de plaatselijke Usher Gallery georganiseerde, expositie te zien over de invloed van moderne kunst op hedendaagse religiositeit en de wisselwerking tussen die twee. De tentoonstelling heet The Journey: een vaag thema waarin zowel het oud-christelijke begrip pelgrimstocht als ook het besef van een mensenleven als geestelijke omzwerving besloten liggen. Boven het altaar in de kerk van Maria Magdalena hangt een olieverf-schilderij in okergeel van de Londense kunstenaar Craigie Aitchison: een ongewone, surrealistische Crucifixion. Een ander opvallend kunstwerk is, in de kloostergang van de kathedraal, een uit 27 delen bestaand granieten relief van 2.75 x 4.25 meter, een meer dan aandoenlijke Holy Family in hindoe-sfeer. Dit relief is van de hand van Stephen Cox, een kunstenaar die in oude tempels in Mahabalipuram bij Madras (Zuid-India) inspiratie voor zijn werk opdeed.

Door FRITS GROENEVELD

Er is in Lincoln veel te zien dat niet tot de typisch kerkelijke kunst kan worden gerekend. Gelovigen gaan er niet meteen ontroerd van door de knieen, al zouden de werken wel bijzondere gevoelens oproepen en in een kerkelijke entourage passen. Treffend is de Halifax Circle, een enorme cirkel van losse stenen van Richard Long uit 1989. Het werkstuk met zijn religieuze mystiek ligt op de grond van de kathedraal als een vrijwel perfecte spiegel van het hoge roosvenster waardoor het zuiderlicht naar binnen valt. Even opvallend was, midden in de kerk, een beeld van Leonard McComb: een gouden, levensgroot mannelijk naakt. Er werd over gegniffeld en geklaagd, met het gevolg dat het eind deze maand uit de kerk moest worden verwijderd.

In Lincoln komt de vraag op of er een duidelijke spirituele band bestaat tussen moderne kunst en godsdienstigheid of dat het gaat om een bedenksel, een krampachtig zoeken naar zo'n relatie. Een antwoord op die vraag is er niet, zij het dat de katholieke, als kluizenaar levende non Wendy Beckett, die als kunstcriticus en door haar boek Contemporary Women Artists (1988) een zekere bekendheid kreeg, er wel iets zinnigs over had te zeggen. Zij deed dat op de conferentie (2123 juni) waarmee de expositie werd geopend.

Volgens Wendy Beckett zouden veel kerkelijk georienteerde mensen om volgens haar begrijpelijke redenen, want wie is er niet bevreesd voor het onbekende nogal bang zijn voor en wantrouwig staan tegenover moderne kunst. Van kunst in en rond een kerk verwacht men, zegt zij, iets tastbaars: kunst die transcendente waarde heeft en direct tot het hart spreekt. Maar juist dat concrete zou zijn beperkingen hebben. Wendy Beckett vindt dat abstracte beeldende kunst in een tijd dat de godsdienstigheid afkalft het voordeel heeft dat zij, omdat er geen duidelijke boodschap is, iets onbestemds oproept waaraan men zijn eigen invulling kan geven.

Vast staat dat de religieuze tijdgeest sterk is veranderd. Na de jaren zestig, waarin de God-is-dood-theologie alle aandacht kreeg, en de bloei van maatschappijkritisch en politiek geengageerd geloof in de jaren zeventig, heeft godsdienstigheid nu vaak een wat esoterisch karakter. De verklaring daarvan zou liggen in de overgang naar een nieuwe tijd (het Aquarius-tijdperk), het New Age-achtige gevoel waarmee een verbinding wordt gelegd tussen het aardse (moeder aarde) en het totaal andere. Dat wordt dan door de een God en door een ander De Geest genoemd en door velen uit ongewisheid onbenoemd gelaten. Wat de veronderstelde drie-eenheid van het goddelijke, de natuur en het (niet primair politiek gericht) ecologisch bewustzijn voor beeldende kunstenaars betekent en of kerken daarmee uit de voeten zouden kunnen, is nog niet duidelijk. Wel dat de sponsors van de expositie en de conferentie, de Henry Moore Foundation en de Henry Moore Sculpture Trust, er blijkbaar heel wat in zien. De belangstelling uit kerkelijke kring is haast beangstigend groot: alsof men de kunstenaar al meteen bij zich wil inlijven.