Italiaanse minister liep spitsroeden in Ankara

INSTANBUL, 31 juli Het was voor de Italiaanse minister van buitenlandse zaken Gianni de Michelis, die eind vorige week Ankara aandeed, een onbegonnen taak alle slechte indrukken weg te werken die de EG waarvan zijn land dit half jaar 'voorzitter' is in Turkije heeft gewekt. Als voorzitter van het college van ministers van buitenlandse zaken wordt hij in veel opzichten aansprakelijk gesteld voor de 'anti-Turkse' houding die de EG vooral de laatste maand zou hebben aangenomen.

Eind juni schokten de Twaalf Ankara door op hun topconferentie in Dublin voor het eerst een verklaring over Cyprus aan te nemen. Daarin staat onder andere: 'Het Cyprus-probleem tast de verhouding tussen de EG en Turkije aan. Dat betekent, zo interpreteerden Turkse kranten: toetreding van Turkije tot de EG in 1987 aangevraagd wordt afhankelijk gemaakt van Turkijes opstelling bij de onderhandelingen over Cyprus. De Turken zullen concessies moeten doen. Als men het zo uitlegt, gaat het om een aanzienlijk diplomatiek succes voor de Griekse premier Mitsotakis, die inderdaad zelf zeer glunderend in Athene terugkeerde.

Maar men kan het zinnetje ook zien en De Michelis heeft daar in Ankara natuurlijk op gewezen als registrering van een situatie waarvan het bestaan al eerder was gebleken: het probleem-Cyprus bederft de relaties tussen Turkije en EG-lid Griekenland en laatstgenoemd land kan zich daar steeds op beroepen als het Turkije in EG-verband de voet dwars wil zetten. Zo verhindert Athene al jaren de uitbetaling van 600 miljoen ECU die het met de EG geassocieerde Turkije bij het zogenoemde Vierde Financiele Protocol was toegezegd, maar die na de staatsgreep van 1980 was bevroren. Athene stelt dat de rechten van de mens in Turkije nog onvoldoende zijn hersteld, maar legt de meeste nadruk op de kwestie-Cyprus en de Turkse 'bezetting' van een derde van dat eiland. Ook voor het Europese Parlement is dat, blijkens een aangenomen motie, een struikelblok. De Michelis heeft in Ankara de pil verguld door te verklaren dat hij persoonlijk voor de uitbetaling van het bedrag is, waarover in september door de ministers opnieuw moet worden beraadslaagd. Hij heeft ook bevestigd dat Turkije wel degelijk tot Europa behoort, maar daarmee nam hij eerdere slechte indrukken niet weg die voortkwamen uit zijn verzuchting dat de EG berust op christelijke fundamenten. Dit maakte voor het eerst zelfs iemand als president Ozal moedeloos ten aanzien van een Turkse toetreding.

Nog geen vijf dagen na de aanvang van het Italiaanse voorzitterschap, en volgens Ankara afgaande op het groene licht dat de Twaalf in Dublin hadden gegeven, diende Cyprus (Zuid-Cyprus, zegt men hier) zijn aanvraag tot lidmaatschap van de EG in. Een ongeldige, volgens Ankara, omdat de Turks-Cyprioten daar niet in waren gekend. De Turks-Cyprische leider Denktas rekende zelfs voor dat de meerderheid van de Cyprioten er tegen was: de Turken op het eiland en de communisten, ooit 30 procent van het electoraat (maar ongetwijfeld de laatste tijd sterk geslonken). De Michelis gaf in Ankara toe dat de regering die de aanvraag heeft ingediend niet representatief is voor de bevolking van heel Cyprus. Maar eerder had hij gemeld deze aanvrage, samen met die van Malta, overeenkomstig de geijkte procedure naar de Europese Commissie te willen doorzenden, die haar nader moet onderzoeken. Als dit op 16 september inderdaad gebeurt, zullen de Turken helemaal des duivels worden.

Hun schrikbeeld is dat Cyprus als aspirant-lid van de EG Turkije zal inhalen, dank zij Griekse assistentie en op grond van factoren als een veel hoger hoofdelijk inkomen. Tussen Cyprus en de EG functioneert reeds een douane-unie, iets wat Turkije onlangs voor 1995 is toegezegd ('Een troostprijs' volgens minister van buitenlandse zaken Ali Bozer). Turkije ziet daarbij Oostenrijk als afschrikwekkend precedent. Dit diende twee jaar na Turkije zijn aanvraag in, maar dreigt nu in de rij van wachtenden vooruitgeschoven te worden. Het was wederom De Michelis (later door commissaris Andriessen teruggefloten) die deze maand toespelingen maakte op de mogelijkheid dat de onderhandelingen met Wenen al zouden beginnen voor 1993, hoewel eerder was verkondigd dat geen dertiende land voor 1993 zou kunnen toetreden omdat de EG eerst haar eigen rijen moet sluiten. In Ankara zei hij desgevraagd dat van een Oostenrijks lidmaatschap voor 1993 geen sprake kon zijn, maar dit land had, zo zei hij, wel het voordeel dat het lid was van de EVA, de Europese Vrijhandels Associatie (met Zweden, Noorwegen, IJsland, Finland en Zwitserland) en dus de EG als bemiddelaar zeer van dienst zou kunnen zijn.