Chinese gemeenschap wil subsidie voor onderwijs

DEN HAAG, 31 juli Ruim driekwart van de besturen van Chinese scholen vindt dat de Nederlandse overheid het onderwijs in eigen taal en cultuur aan Chinese kinderen moet subsidieren. Van dit geld zouden lesruimten, docenten, lesmateriaal en een landelijke begeleidingsdienst kunnen worden betaald. Momenteel wordt het Chinese onderwijs in eigen taal en cultuur door de Chinese gemeenschap zelf betaald. Dit staat in een onderzoek dat L. G. Chung-van der Veen in opdracht van de Landelijke Federatie van Chinese Organisaties in Nederland heeft uitgevoerd onder de 31 Chinese scholen in Nederland. Het onderzoek is de eerste inventarisatie van de stand van zaken in het Chinese onderwijs in eigen taal en cultuur.

Chinese scholen zijn gehuurde of gratis ter beschikking gestelde zaaltjes waar op zaterdagmorgen of woensdagmiddag aan zo'n 3.000 Chinese kinderen van 4 tot 16 jaar (iets meer dan de helft van het totale aantal leerplichtige Chinese kinderen in Nederland) onderwijs wordt gegeven in het Cantonees en het Mandarijn en verder bijvoorbeeld in calligrafie, geschiedenis en dans. Het aantal Chinese scholen is sinds het midden van de jaren zeventig, toen de na 1945 overgekomen Chinezen voldoende geld hadden om hun familie te laten emigreren, explosief gestegen. De eerste Chinese school dateert uit 1975. Omdat de Chinese gemeenschap niet onder het Nederlandse minderhedenbeleid valt, ontvangt zij voor dit onderwijs geen subsidie.

Hoewel de gemeenschap wegens het stigmatiserende effect ook zelf liever niet als minderheid wil worden erkend, blijkt het steeds moeilijker het geld voor de Chinese scholen bij elkaar te sprokkelen. Jaarlijks gaat het om 520.000 gulden uit bijdragen van ouders, de rijkere restaurateurs en inzamelingsacties. Als alle gratis beschikbaar gestelde lesruimten, lesmateriaal en diensten meegerekend worden, verdubbelt dit bedrag. Het officiele onderwijs in eigen taal en cultuur aan vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen kost het ministerie van Onderwijs jaarlijks 60 miljoen gulden, zo'n 1000 gulden per leerling. Het Chinese onderwijs in eigen taal en cultuur zou, als er 520.000 gulden beschikbaar werd gesteld, ongeveer 170 gulden per leerling kosten.

Momenteel worden 3 scholen gesubsidieerd, twee door de gemeente Amsterdam en een in Geldrop. Vier andere scholen ontvangen van hun gemeente gedeeltelijke subsidie. Toen vorig jaar de scholen in Utrecht en Eindhoven wegens geldgebrek moesten sluiten, drong de Tweede Kamer aan op ondersteuning. Uit een daarop volgend onderzoek door het ministerie van Binnenlandse Zaken bleek dat een aantal gemeenten (bijna) gratis lesruimte ter beschikking stelt. Het ministerie vroeg vervolgens de andere gemeenten dit voorbeeld na te volgen. Dit heeft tot nu toe weinig effect gehad.

Uit het onderzoek van Chung blijkt dat naast de kosten nog andere problemen het Chinese onderwijs in eigen taal en cultuur parten spelen. Zo is het moeilijk om docenten te vinden, en heeft driekwart van hen geen onderwijservaring. Lesmateriaal komt vaak uit Hongkong, China of Taiwan, is verouderd en sluit niet aan bij de belevingswereld en de kennis van de Chinese kinderen in Nederland. Daarnaast is het door de ongelijkmatige spreiding van de Chinese scholen de meeste ontstaan in de Randstad voor veel ouders moeilijk hun kinderen onderwijs in eigen taal en cultuur te laten volgen. De reizen zijn duur of kosten de ook op zaterdag werkende restaurateurs te veel tijd.

Over het algemeen hechten zowel de ouders als hun kinderen aan het onderwijs in eigen taal en cultuur. Veel kinderen spreken slecht Chinees. Vanaf het moment dat ze naar school gaan wordt het Nederlands de belangrijkste taal, ook al omdat de ouders tot 's avonds laat bezig zijn. Verder bleek uit het onderzoek dat bijna 30 procent van de ondervraagde scholieren vond 'dat je als Chinees je eigen taal moet kennen'.

Zo'n 20 procent wilde 'meer te weten komen van onze eigen cultuur'. Onderzoekster Chung zou het liefste zien dat er een landelijke begeleidingsdienst voor de scholen kwam. Deze zou onder meer lesmiddelen kunnen ontwikkelen en docenten bijscholen. Volgens Chung is dit de aanpak die 'het voortbestaan op lange termijn garandeert'.

Om de netelige kwestie van het minderhedenbeleid te omzeilen zou deze dienst met projectsubsidies kunnen werken. Chung: 'Chinezen zien ondersteuning niet snel als een recht. Omdat zij geen politieke pressie uitoefenen, denkt de Nederlandse overheid dat hun problemen niet groot zijn. Het is een typisch voorbeeld van onbegrip voor elkaars cultuur en denkwijzen, dat onderwijs in eigen taal en cultuur en intercultureel onderwijs nu juist kunnen voorkomen.'