Arbeidsbureau no 1 in Berlijn schrijft vooral vrouwen in

BERLIJN, 31 juli In de rij die al om half acht staat voor arbeidsbureau nummer 1 in Oost-Berlijn is wel duidelijk wie de werkloosheid in de eerste maand van haar bestaan in de DDR het meest treft: vrouwen, bijna driekwart van de wachtenden.

Als een uurtje later het arbeidsbureau, gevestigd in een ongenaakbaar kantoorgebouw van de voormalige Stasi (politieke politie) opengaat, noemt voorlichter Zelligen nog een bijzonder getroffen groep: intellectuelen, waarmee hij medeburgers met een opleiding op academisch niveau blijkt te bedoelen.

Hun verschijnen verzwaart het werk van de bijna driehonderd ambtenaren van het bureau, toch al enigszins overbelast door de noodzaak zich in enkele weken de ingewikkelde sociale wetgeving van de Bondsrepubliek eigen te maken, die hier op 1 juli is ingevoerd. 'Ik zal niet zeggen dat we hier aan filosofische gesprekken toekomen, maar vooral een intellectueel kun je natuurlijk niet zomaar doorsturen.'

De kans dat iemand met een hogere opleiding opnieuw werk vindt, is in Oost-Berlijn inmiddels zeer klein, blijkt uit de gegevens van arbeidsbureau nummer 1. Zij maken ongeveer twintig procent uit van degenen die het arbeidsbureau opzoeken voor werkloosheidsuitkeringen of uitkeringen in verband met de arbeidstijdverkorting. Maar van de 972 vacatures die het bureau op 12 juli in de kaartenbak had, was maar in zestien gevallen een hoger-opgeleide gevraagd.

In de gangen en op de binnenplaats heerst een fotoverbod, en ook bij het stellen van vragen aan de wachtenden stuit de verslaggever op grote gene. 'Werkloosheid staat in de psyche van de DDR-burger bijna gelijk met asocialiteit', meent een medewerker van het bureau. 'Het wordt algemeen als een schande ervaren.'

Tientallen jaren van volledige werkgelegenheid in de DDR, waarbij de overheid voor voldoende arbeidsplaatsen zorgde, ook als daar geen bedrijfseconomische rechtvaardiging voor was, hebben hun sporen nagelaten. De ongeveer driehonderd mensen die hier vandaag tussen de met mooie, duidelijk uit het Westen geimporteerde naamschildjes gesierde kamerdeuren heen en weer lopen of wachten, zijn als eersten het kind van de rekening bij het verlaten van deze politiek.

En niet de laatsten, zeggen de prognoses. Het Westberlijnse Deutsche Institut fur Wirtschaftsentwicklung (DIW) schat dat op een beroepsbevolking van 8,9 miljoen in de DDR, dit jaar ongeveer 300.000 mensen werkloos zullen worden en nog eens voor 420.000 mensen arbeidstijdverkorting zal worden aangevraagd. Door de ruime toepassing van dit laatste begrip gaat het in feite meestal om werkloosheid zonder het formeel doorsnijden van de band met het bedrijf. Dat maakt tezamen 8,1 procent van de beroepsbevolking, ongeveer het werkloosheidspercentage in de Bondsrepubliek. De grote klap komt pas volgend jaar: 1,4 DDR-burgers werkloos en 1,1 miljoen met arbeidstijdverkorting, respectievelijk 16,4 en 12,5 procent van de beroepsbevolking.

Deze ontwikkeling is in de DDR het verbitterde gesprek van de dag, samen met de invoering van de D-mark en de onzekerheid over de na 1 januari door te voeren drastische huurverhogingen. 'Wij hebben toch ook veertig jaar gewerkt', meent een man van middelbare leeftijd in een vergelijking met het 'Wirtschaftswunder' van de Bondsrepubliek.

Algemeen verbreid is de mede door de vroegere gang van zaken geinspireerde overtuiging, dat de overheid of het rijke Westduitse bedrijfsleven hier dienen in te grijpen. De typische forumdiscussie dezer dagen op de DDR-televisie is er eentje, waarbij glimlachende Westduitse ondernemers of autoriteiten een briljante economische toekomst na een moeilijke 'aanpassingsperiode' beloven, terwijl tegenover hen werknemers en economisch kader van de DDR garanties in het licht van de in gang gezette economische ondergang van bedrijven eisen.

Die garanties komen ook tot stand, in de vorm van vermoedelijk voor de bedrijven volstrekt onbetaalbare cao's met ontslagverboden van een jaar en forse loonsverhogingen. In de zieltogende metaalindustrie van de DDR bijvoorbeeld ontvangen de werknemers met terugwerkende kracht tot 1 juni toeslagen van 250 en 300 mark duurtetoeslag per maand. De metaalvakbond van de DDR vertrouwt op overheidskredieten voor de uitvoering van deze loonsverhogingen en het jaar ontslagverbod. De DDR-typografen, die in de meeste gevallen nog achter oude loodzetmachines zitten, krijgen met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 43,5 procent van het cao-loon van hun collega's in de Bondsrepubliek en vanaf 1 oktober als hun bedrijf dan nog bestaat tenminste vijftig procent.

Deze gang van zaken is een verdere belemmering voor Westerse investeerders in de DDR, meent de 'Treuhandverwaltung', een soort 'voogdijraad' voor de staatsondernemingen in de DDR, die vanaf 1 oktober zal proberen de pupillen in kleinere eenheden op te splitsen en het eigendom liefst deels bij Westduitse of Westeuropese bedrijven onder te brengen. Dat is een moeilijke taak, al was het maar omdat het door het decennia lang ontbreken van realistische waarderingsmethoden lastig blijkt de waarde van een DDR-bedrijf en het eventuele rendement ervan te bepalen. De neiging tot overname is tot nu toe gering, zoals deze week weer bleek uit de volstrekte weigering van de Westduitse spoorwegen, de Bundesbahn, om hun Oostduitse zusterbedrijf, de Deutsche Reichsbahn, over te nemen.

Troost is dus voorshands ver te zoeken voor de klanten van arbeidsbureau nummer 1 in Oost-Berlijn, dat in zijn district 52 procent van de beroepsbevolking van Oost-Berlijn, zo'n 440.000 mensen, telt waarvan 52 procent vrouw, want ook die werkten onder het socialisme allemaal. 'De sfeer is hier heel goed', zegt voorlichter Zellingen op de vraag of het werk hem niet af en toe naar de keel grijpt. Maar daarbij blijkt hij de sfeer onder de werknemers van het bureau zelf te bedoelen, die zich zien bijgestaan door tien adviseurs van de Westberlijnse arbeidsbureaus waar zich per dag overigens zo'n honderd Berlijnse werkzoekenden voor inlichtingen komen melden.

Arbeidsbureau nummer 1 is voornamelijk bevolkt door het personeel van het vroegere, enige arbeidsbureau van Oost-Berlijn 'behalve de Stasi-mensen onder ons, die zijn niet meegekomen'.

De taken van het oude bureau waren een beetje anders: beroepsvoorlichting en de zorg voor asociale, niet-werkwillige elementen. 'Die zijn nu aan zichzelf overgelaten, want men moet zelf de stap maken voor het bezoek aan het arbeidsbureau', meent de voorlichter. Het ministerie van arbeid van de DDR schat dat tussen de zestigduizend en honderdduizend Oostberlijners inmiddels zwart werken in het westelijke deel van de stad, maar bij al die nieuwe taken is men er hier nog niet aan toegekomen over mogelijkheden tot controle na te denken.

Wij zijn hier in een gebouw van de oude Stasi. Krijgen de vroegere werknemers van deze instelling ook een werkloosheidsuitkering? En mag een werkgever hen, of leden van de ontbonden communistische partij SED, eigenlijk discrimineren bij de sollicitatie? Dat is nog niet helemaal duidelijk. 'De oude arbeidsboekjes zijn er niet meer', zegt de voorlichter. 'De werkgever kan dus niet meer zien hoe braaf iemand was in de pioniersbeweging en van wanneer tot wanneer partijlid. Maar als iemand natuurlijk niet kan zeggen waar hij jarenlang gewerkt heeft, dan kun je wel aannemen dat hij bij de Stasi is geweest ja.' Maar, zo blijkt, over leden van de voormalige politieke politie hoeven wij ons niet al teveel zorgen te maken. 'Veel van hen zijn weer aan de slag gekomen omdat er door de massale trek van DDR-burgers naar de Bondsrepubliek vorig jaar veel open plaatsen vallen toen deze lente de Stasi werd ontbonden. En je vindt ze ook elders. Er is een grapje in Berlijn: je hoeft in de taxi alleen je naam te zeggen, dan rijdt de chauffeur je zo naar huis.'