Zwak en verdeeld

DE IN TRINIDAD geboren en getogen schrijver V. S. Naipaul heeft Caraibische landen eens omschreven als 'gemaakte samenlevingen' die voor taal, instituties, cultuur, afhankelijk zijn van de voormalige, koloniale, mogendheid. Van een eigen nationaal bewustzijn is nauwelijks sprake. Interne verdeeldheid voert de boventoon. Zie de couppoging van extremistische moslims in Trinidad en Tobago. De ontwikkelingen in Suriname illustreren evenzeer het fragiele karakter van de samenleving.

Wie enkele jaren geleden, na de verkiezingen die in Paramaribo een burgerregering terugbrachten aan de macht, nog hoopvol was gestemd, is inmiddels bedrogen uitgekomen. Etnische verdeeldheid, corruptie, vriendjespolitiek en nepotisme zijn weer volop aanwezig in Suriname. De verschijnselen zijn eigenlijk nooit weg geweest, ze doen zich op dit ogenblik zelfs in verhevigde mate gelden. Dat de militaire factor nog niet is geneutraliseerd en vrede in het binnenland uitblijft, verergert de problemen. Evenzeer als de drugshandel.

DE FRONT-REGERING, waarin de creoolse, hindoestaanse en javaanse partij samenwerken, is een schijneenheid. Nu de economische crisis dieper is dan ooit, treden tegenstellingen weer aan het licht. Een kleine groep van voornamelijk hindoestaanse zakenlieden slaat munt uit de ellende. Dat zij hierbij ongeneerd door de eigen partijleiding wordt geholpen, is nog het meest teleurstellend. Het (door creolen gedomineerde) ambtenarenapparaat doet volop mee in het sinistere spel van patronage en bevoordeling. Alsof de jaren van voor de coup van 1980 zijn weergekeerd. In Suriname is sprake van moreel verval. De bevolking is moedeloos en maakt opnieuw aanstalten in groten getale weg te trekken. Is er dan niets geleerd, kan men zich in gemoede afvragen.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zal vorige week tijdens zijn bezoek aan Paramaribo veel duidelijk zijn geworden, als hij het allemaal al niet had vermoed. De bewindsman had zich eerder al openlijk afgevraagd of de huidige 'oude' politieke leiders wel de aangewezen personen zijn om Suriname vooruit te helpen. Het antwoord op die vraag is niet eens zo relevant, want er is geen alternatief. Het is in elk geval volstrekt logisch dat Nederland (en de EG) strenge eisen stelt aan volledige hervatting van de ontwikkelingssamenwerking. Den Haag was zelfs aan de late kant met zijn voorwaarden, wat Paramaribo de gelegenheid gaf zijn ongenoegen te uiten over de inconsistentie van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.

Een ding is duidelijk: de Surinaamse regering is door interne zwakte en door verdeeldheid van de samenleving niet in staat op eigen kracht tot de noodzakelijke economische sanering te komen. Paramaribo moet daarom niet klagen over de druk die het nu wordt opgelegd.