Vincent van Gogh: het blijven mooie schilderijen

Toch maar mooi dat er kunst bestaat, anders hadden de journaals van de afgelopen dagen bitter weinig binnenlands nieuws in de aanbieding gehad. Maar nu, met de sluiting van de succestentoonstelling in het Van Gogh-museum en het veel minder triomfantelijke einde van het museum Overholland, viel er veel te melden: gesprekjes met organisatoren, commentaren van bezoekers en sfeerbeelden zoals die lege doos voorgebakken frites en de twee volle containers, die ter illustratie van de Village-kermis als stilleven voor de deur van Overholland waren gefilmd.

Amsterdam was de laatste maanden veranderd in Van Gogh City, zei de omroepster van het eerste Duitse net gisteravond. Zijn sterfdatum, aldus haar tekst, was een volksfeest geworden. Ze sprak die woorden ter inleiding van de documentaire Wallfahrt zu Vincent, waarin kunstredactrice Franziska Specht samen met de Zwitserse schilder Martin Schwarz een bezoek bracht aan Amsterdam. Veel aandacht voor de sponsors (Heineken, Douwe Egberts, KLM en Spaarbank hebben hun logo op de Nederlandse televisie nooit zo prominent gehad als hier) en voor de klompen, gebakjes, beeldjes, mokken, legpuzzels, pennen, wijnflessen en dassen. Maar daarnaast ook voor de schilderijen, die volgens Schwarz zo'n kracht hebben dat hij bij zijn rondgang door het museum gemakkelijk de hem omringende mensenmassa kon vergeten.

In haar vragen en haar overdadige commentaar gaf mevrouw Specht volop blijk van haar moralistische zorgen over zoveel gedoe: Van Gogh wordt gesensationaliseerd, het publiek komt alleen maar de plaatjes op de kalender thuis controleren, de kunst gaat onder in al dat gedrang enfin, ze probeerde het allemaal nogal terloops te berde te brengen, maar ironie is nu eenmaal niet de sterkste kant van onze oosterburen. Als ze daarentegen even haar mond hield, bood haar impressie heel wat aardige kanttekeningen. Zoals toen Schwarz zich door een verkoopster van de Bijenkorf een vleugje zonnebloemenparfum a la Vincent op de hand liet spuiten en daarna in de Hortus Botanicus aan een echte zonnebloem rook: 'Dat ruikt naar niks.'

Of even later, toen ze samen op een muurtje in Nuenen een legpuzzel zaten te maken en wat napraatten. Mevrouw Specht zat nog met het probleem, dat de maatschappij kennelijk het liefst ziet dat een kunstenaar gek is. Tja, antwoordde Schwarz, daar is niks aan te doen, het was voor Van Gogh geen vrije keuze. Met zijn opmerkingen relativeerde hij het ook in Nederland alom aanwezige cynisme over de hele herdenking: het blijven mooie schilderijen.

    • Henk van Gelder