Traditiegetrouw controleert de douane ook de export

Als de directeur van de douane, mr. J. G. J. Logt, redacteur Ben van der Velden (zie diens beschouwing over de nieuwe richtlijnen, die de douanecontrole bij uitvoer parten spelen, in deze krant van 21 juli) vertelt dat de douane 'traditioneel op invoer was gericht', zegt hij er niet bij, dat een wet van 1822 al als 'Algemene wet inzake in-, uit- en doorvoer en accijnzen' de taak van de douane aangaf. Controle op de uitvoer zou dus ook tot de traditie van de douane moeten behoren.

De wet van 1822 is van kracht geweest tot 1961, toen in een nieuwe wet 'in- en uitvoer' werd vervangen door 'douane'. Uitvoerrechten vielen daarmee ook onder douanetoezicht. Omdat een 'recht' in douanebegrippen een betaling aan de douane betekende en niet een betaling aan een belanghebbende ondernemer, is een subsidie, die in de aanvang van de crisisjaren op het produkt boter werd toegekend, bij uitvoer aan de aandacht van de douane ontsnapt, 'traditioneel' dus, want inmiddels zijn 60 jaar verstreken.

Zelfs in de crisisjaren waren er al fraudeurs, die in plaats van vaten boter vaten met stenen, voorzien van een 'boterbriefje', voor uitvoer aanboden. Fraude is minstens zo traditioneel als de bij de douane bestaande visie op uitvoer. De uitgaven van het toenmalige Landbouwcrisisfonds 1933, liepen tengevolge van fraude dus hoog op. Dat was voor de minister van economische zaken landbouw viel toen onder dit ministerie aanleiding ambtenaren van de Centrale Crisis Controledienst opdracht te geven bij uitvoer van gesubsidieerde landbouwprodukten, deze op gewicht en samenstelling te controleren. Een controle die vanzelfsprekend in samenwerking met de douane plaatshad.

Uitkeringen bij export van landbouwprodukten, al of niet be- of verwerkt, zijn normaal gebruik gebleven, ook na 1960 toen de EEG, later de EG, de landbouwproduktie en de prijzen in de lidstaten ging dirigeren. De Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel heeft weinig effect gehad op deze achterstand in de ontwikkeling van een vrije markteconomie. De dan twintig jaar bestaande controle van de Centrale Controledienst, in 1955 ondergebracht in de Algemene Inspectiedienst, heeft ook voor de Euromarktregelingen controle op de export voortgezet. Door middel van directe informatie van de betrokken controleurs over meer of minder fraudegevoelige produkten, werd de controle toegespitst. Het Europees Orientatie- en Garantiefonds heeft begin 1968 waarderend gereageerd op de Nederlandse activiteiten en de resultaten daarvan bij de export.

Uit organisatorische overwegingen, ondeskundige beoordeling van de controlemethodiek en onder pressie van fraudeurs, die zich in verhouding tot de controle door andere lidstaten benadeeld voelden, is einde 1968 door de toenmalige minister van landbouw aan en in de Tweede Kamer toegezegd, dat de Algemene Inspectiedienst (AID) zou worden opgedragen de grenscontrole op de export van landbouwprodukten (gewicht, samenstelling en kennis van het produkt) over te dragen aan de douane.

Zonder overdrijving kan worden gezegd dat de fraude door democratische besluitvorming is bevorderd, bewust of onbewust, afhankelijk van de intelligentie van kabinets- en Kamerleden.

Inmiddels zijn wij 22 jaar verder en over de toegenomen miljardenfraudes staan de kranten al jaren vol. Indien Brussel nu stelt dat door Nederland reeds uitgekeerde subsisidiebijdragen niet zullen worden gerestitueerd 'omdat de controle onvoldoende is geweest', dan is dat vervelend voor de 60 jaar lang gedirigeerde landbouwsector, maar gelijk heeft Brussel dan wel. Iedereen weet, dat alleen een administratieve controle voor fraudeurs een lachertje is. Papier is altijd geduldig geweest zonder, maar ook met computers.

Directeur Logt zegt nu dat het werk van de douane 'traditioneel was gericht opinvoer', waaruit volgt dat de fraudegevoelige controle op landbouwexport achterwege is gebleven. De slaap des rechtvaardigen mag niet worden verstoord. Zelfs fraudeurs kunnen vrijwel slapend hun gang gaan.