Slachtoffer was fel criticus van de IRA; Britse Conservatievepoliticus gedood bij aanslag met autobom

LONDEN, 30 juli Het Conservatieve Lagerhuislid Ian Gow (53) is vanmorgen opgeblazen in zijn auto en gedood. De aanslag is, naar wordt aangenomen, het werk van de IRA, het Ierse Republikeinse Leger.

De IRA is sedert enkele maanden bezig is aan een campagne tegen vooraanstaande Britten en prestigeobjecten.

Niet bekend

Gows dood is de climax in een serie aanslagen die begonnen met het op 13 juni laten ontploffen van een bom bij het voormalige huis van Lord McAlpine, de penningmeester van de Conservatieve Partij. Die vergissing het huis was inmiddels verkocht aan The National Trust werd gevolgd door de mislukte aanslag op een verjaarspartijtje in het hoofdkwartier van de Territorial Army (Reserve Officieren) in Londen, waarbij alleen licht-gewonden vielen. Op 25 juni ontplofte een bom in de hal van de Carlton Club, een ontmoetingsplaats voor Conservatieve politici in Londen. En op 20 juli moest de Londense City worden afgezet wegens een bomontploffing in de Beurs. Aan die aanslag was een waarschuwing voorafgegaan, vermoedelijk om te voorkomen dat 'onschuldige burgers' het slachtoffer zouden worden van een bom op de publieke tribune van de Stock Exchange.

Naar aanleiding van de aanslagen deze zomer heeft de anti-terreurbrigade publiek en publieke personen op het hart gedrukt de ogen open te houden en alle mogelijke voorzorgen te nemen tegen terroristische aanslagen. Auto's van parlementariers worden bij het binnenrijden van de parkeergarage onder Westminster Palace gecontroleerd op de aanwezigheid van bommen, nadat de parlementarier Airey Neave (die net als Gow dicht bij het Unionisten-standount in Noord-Ierland stond) daar in 1979 werd opgeblazen.

Gows laatste publieke optreden was vorige week, toen hij commentaar leverde op de dodelijke IRA-aanslag op drie politiemannen en een non in Noord-Ierland. Die noemde hij 'even verderfelijk als futiel'.

'En', voegde hij daaraan toe, 'waartoe dienen ze?'